Hervorming regelgeving van het integraal handelsvestigingsbeleid

Publicatiedatum
De Vlaamse Regering zet sterk in op bedrijvige kernen. De hervorming van de regelgeving heeft de ambitie om het beleid gericht op bedrijvige kernen verder te stimuleren. Zo wil de Vlaamse Overheid met deze hervorming de slagkracht van steden en gemeenten om de doelstellingen van het integraal handelsvestigingsbeleid te realiseren, verhogen. De hervorming beoogt ook een aantal definities scherp te stellen.

De bijsturing van het regelgevend kader is één van de drie sporen uit de mededeling aan de Vlaamse Regering ‘Werk aan de winkel’ van 4 september 2020.

Met de principiële goedkeuring van het ontwerp van decreet door de Vlaamse Regering op 15 juli is een belangrijke eerste stap gezet. Nu zullen de nodige adviezen worden ingewonnen. Op de website van het Vlaams Parlement lees je hoe een decreet tot stand komt. We lichten in dit artikel de belangrijkste beoogde wijzigingen toe.

Participatietraject

Zoals voorzien in de mededeling aan de Vlaamse Regering uit 2020 is er aan de hervorming een uitgebreid participatietraject voorafgegaan. De resultaten van dat participatietraject met de steden en gemeenten en met de andere stakeholders (Unizo, Comeos, VVSG en VVP) ligt aan de basis van het ontwerp van wijzigingsdecreet.

Aanpassing van het decreet integraal handelsvestigingsbeleid op verschillende punten

De hervorming beoogt een aanpassing van het decreet integraal handelsvestigingsbeleid op verschillende punten, met name: definities, opsplitsing van de categorieën van kleinhandel, toepassingsgebied van de vergunningsplicht en het verruimen van de handhavingsbevoegdheid naar de lokale besturen.

Beoogde aanpassing definities

Het ontwerp van wijzigingdecreet voorziet een aanpassing van de definitie van een kleinhandelsbedrijf en van een handelsgeheel.

Met de aanpassing van de definitie van een kleinhandelsbedrijf zullen in de toekomst ook mengvormen en maakwinkels gevat worden onder de definitie. Ook afhaalpunten waar de consument enkel binnenkomt om eerder gekochte goederen af te halen, zullen na de hervorming onder de definitie van een kleinhandelsbedrijf vallen. Dit geldt ook voor winkels waar de consument enkel de producten komt kiezen, maar de levering van de goederen later elders plaats vindt. De definitie wordt zo eenvoudiger én eenduidiger.

Met de beoogde aanpassing van de definitie van een ‘handelsgeheel’ moet het duidelijker worden welke gebouwen samen als een handelsgeheel moeten beschouwd worden. Het ontwerp van wijzigingsdecreet voorziet dat kleinhandelsbedrijven zich in één gebouw of in aaneengesloten, maar gezamenlijk stedenbouwkundig vergunde, bebouwing moeten bevinden om na de hervorming onder de definitie van een handelsgeheel te vallen.

Beoogde opsplitsing van de vierde categorie van kleinhandel ‘andere producten’

In het ontwerp van het wijzigingdecreet is voorzien dat de vierde categorie ‘Andere producten’ wordt vervangen door volgende drie nieuwe categorieën: een categorie ‘verkoop van vervoers- en transportmiddelen’, een categorie ‘verkoop van andere volumineuze goederen’ en een categorie ‘verkoop van andere niet-volumineuze goederen’. In de toekomst zouden er dan in totaal zes categorieën zijn. Wijzigingen tussen categorieën zijn vergunningsplichtig. Dat geldt bij uitbreiding ook voor de nieuwe categorieën. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan wat door verschillende stakeholders en de steden en gemeenten tijdens het participatietraject werd aangegeven als één van de belangrijkste verbeteringen aan het decreet.

Vergunningsplicht

Met de hervormingen opgenomen in het ontwerp wijzigingdecreet zal in de toekomst ook het opsplitsen van kleinhandelsbedrijven van meer dan 400 m² vergunningsplichtig worden. Het zijn namelijk net deze opsplitsingen die impact hebben op de mobiliteitsgeneratie en op de complementariteit met de kern.

Een aantal specifieke kleinhandelsactiviteiten zullen worden uitgesloten van de vergunningplicht, met name apothekers, tankstations en elektrische laadstations en veilinghuizen. Dit om dubbele vergunningsplicht en onduidelijkheden te vermijden. Ook voorziet het ontwerpdecreet dat de regeling met betrekking tot een gedeeltelijk verval van de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten na 5 jaar wordt gespecificeerd. Zo zal in de toekomst, indien een vergunning slechts gedeeltelijk in gebruik is genomen binnen de vervaltermijn van 5 jaar, deze enkel vervallen voor het gedeelte dat nog niet in gebruik werd genomen. De oppervlakte die reeds in gebruik is genomen door kleinhandel behoudt wel de vergunning.

Handhaving

In het ontwerp van wijzigingdecreet is voorzien dat naast de politiezone in de toekomst ook de gemeente of een intercommunale, op vraag van de gemeente, de handhaving op omgevingsvergunningen voor kleinhandel op zich kunnen nemen. Zo krijgt de gemeente meer mogelijkheden om in te grijpen bij schendingen van de vergunningsplicht of -voorwaarden.

Comité voor Kleinhandel

Voor de vertegenwoordigers van het Comité voor Kleinhandel wordt met het wijzigingsdecreet expliciet voorzien dat het vereist is dat de vertegenwoordigers van het Comité voor Kleinhandel een algemene functie opnemen op interprofessioneel vlak of voor het ganse Vlaamse Gewest. Op die manier wil men verzekeren dat ook in de toekomst dit gegarandeerd blijft.

Bronnen