Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Strategische Transformatiesteun (STS)

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 09 okt '17

Ondernemingen of groepen van ondernemingen, kunnen voor de uitvoering van een strategisch transformatieproject (investeringen én opleidingsinspanningen) in het Vlaams Gewest financieel worden ondersteund door Agentschap Innoveren & Ondernemen. De minimum investerings- en opleidingsdrempels variëren in functie van de grootte van de onderneming en bedragen minstens €1 miljoen voor investeringen en €100.000 voor opleidingen.

Het transformatieproject zou in belangrijke mate moeten bijdragen tot de versterking van het economisch weefsel in Vlaanderen, waarbij het kan gaan om:

  • investeringen in strategische clusters en leadplants in Vlaanderen;
  • het ondersteunen van de internationale doorgroei van innovatiegerichte kmo's in Vlaanderen;
  • het ondersteunen van transformerende investeringen die de duurzame verankering realiseren van belangrijke tewerkstelling in Vlaanderen.

Wie komt in aanmerking

Zowel individuele ondernemingen alsook minstens drie samenwerkende ondernemingen kunnen een dossier indienen. Bij samenwerking mogen de ondernemingen, geen partner- of verbonden ondernemingen zijn in de zin van de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen. Ze mogen dus geen deel uitmaken van dezelfde bedrijvengroep.

Voor opleidingssteun komen zowel kmo's als grote ondernemingen uit gans het Vlaams Gewest in aanmerking;

Voor investeringssteun wordt er een onderscheid gemaakt tussen kmo' s en grote ondernemingen:

• Kmo's (in geheel Vlaanderen) komen in aanmerking, op voorwaarde dat ze cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen (in één van de twee boekjaren voorafgaand aan het moment van indiening):

Criteria ko mo
Tewerkstelling minder dan 50 minder dan 250

ofwel
-jaaromzet
-balanstotaal

maximum €10 miljoen
maximum €10 miljoen
maximum €50 miljoen
maximum €43 miljoen
Beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden (vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen (Voor meer informatie zie : www.iwt.be/faq/voldoe-ik-aan-de-kmo-definitie-hoe-moet-de-kmo-definitie-geïnterpreteerd-worden)

Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming.

• Grote ondernemingen komen enkel in aanmerking wanneer ze gevestigd zijn in een gemeente die voorkomt op de door Europa goedgekeurde 'regionale steunkaart 2014 - 2020' en indien hun investeringsproject geen betrekking heeft op dezelfde of vergelijkbare activiteit van de onderneming in het betrokken steungebied. Indien uw onderneming onder de classificatie van grote onderneming valt (zie tabel hierboven), wordt aangeraden om ook op de website van Agentschap Innoveren & Ondernemen de verdere voorwaarden af te toetsen (op http://www.vlaio.be/artikel/wie-komt-aanmerking-4 wordt nl. in detail verduidelijkt wat beschouwd wordt als een 'initiële investering ten behoeve van nieuwe economische activiteiten').

De 'regionale steunkaart 2014 - 2020' bevat de volgende gemeenten

Antwerpen

Balen, Dessel, Mol;

Limburg

As, Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Maaseik, Maasmechelen, Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Tongeren, Zutendaal;

Oost-Vlaanderen

Ronse en het arrondissement Eeklo (Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate)

West-Vlaanderen

Diksmuide, Ieper, Lo-Reninge, Middelkerke, Oostende, Wervik

Enkel kmo's en grote ondernemingen die een aanvaardbare hoofdactiviteit uitoefenen kunnen steun aanvragen. Een lijst van de NACE-codes van deze sectoren kunt u raadplegen op de website www.vlaio.be (zie rubriek 'Wie komt in aanmerking') of kan u bij  Agentschap Innoveren & Ondernemen bekomen. Algemeen kan gesteld worden dat het overgrote deel van de economische sectoren in aanmerking komt voor deze steunmaatregel. Vzw's komen niet in aanmerking.

Grote ondernemingen uit de vervoersector komen evenwel niet in aanmerking voor regionale investeringssteun. Onder vervoersector moeten volgende  activiteiten (nace codes tussen haakjes) worden verstaan:

  • Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen (49), met uitzondering van Exploitatie van taxi’s (49.32),  Verhuisbedrijven (49.42) en Vervoer via pijpleidingen (49.5);
  • Vervoer over water (50);
  • Luchtvaart (51), met uitzondering van  Ruimtevaart (51.22).

Als ontvankelijkheidscriterium wordt tevens nagekeken of de financiële gezondheid van de onderneming een dergelijk transformatieproject toelaat. Hiervoor dient te worden nagekeken of de ratio's voor zowel liquiditeit alsook solvabiliteit van de onderneming (gemiddelde over de drie laatste jaren) minimaal vastgelegde ondergrenzen overschrijdt. U kan deze drempels (die per NACE-code worden bepaald) terugvinden op de website van Agentschap Innoveren & Ondernemen (rubriek aanvraag).

Een onderneming in moeilijkheden wordt uitgesloten van steun ingevolge Europese regelgeving.

Wat komt in aanmerking

Aangezien de Vlaamse regering de subsidies voor ondernemingen gericht wil inzetten, ondersteunt ze met deze maatregel risicovolle projecten die een onderneming in het kader van een geplande transformatie opzet.

Als transformatieproject wordt beschouwd:

  • een gepland veranderingsproces in een onderneming of in een groep van samenwerkende ondernemingen, dat betrekking heeft op de implementatie van de strategie in de processen en de organisatie van de onderneming of ondernemingen wat betreft innovatie, internationalisering en verduurzaming;
  • een transformatieproject werkt in op de bedrijfspraktijken zoals de implementatie en de vermarkting van innovaties, de invoering van nieuwe businessmodellen, de samenwerking met andere bedrijven of kennisinstellingen, het bewerken van nieuwe internationale markten met groeipotentieel, het efficiënter werken met materialen en energie en met een meer optimale benutting van menselijk potentieel;
  • het transformatieproject draagt bij tot een duurzame versterking van het economische weefsel in Vlaanderen en leidt tot een versterking van de diverse waardeketens of clusters en zorgt voor een duurzame werkgelegenheid.

Het plan dat deze transformatie beschrijft dient te bestaan uit 4 onderdelen, met name:

  • de omschrijving van het transformatieproject zelf, waarin ook voor investeringsdossiers steeds een opleidingsluik aanwezig dient te zijn;
  • de bijdrage en effecten ervan op de onderneming;
  • de impact van het transformatieproject op de Vlaamse economie;
  • de beschrijving van de uitwerking van het project in termen van management en de kwaliteitsbewaking binnen het project.

De aanvragende onderneming toont in het transformatieplan ook aan dat de gevraagde steun noodzakelijk is en een stimulerend effect heeft voor hetzij het opleidingsluik, hetzij het investeringsluik.

Over een periode van drie jaren moeten de in aanmerking komende opleidingskosten en het in aanmerking komende investeringsbedrag minstens gelijk zijn aan bepaalde instapdrempels. De instapdrempels hangen af van het soort steun (opleiding- of investeringssteun), van de grootte van de onderneming en van het feit of de steunaanvraag al dan niet wordt ingediend door samenwerkende ondernemingen:

Project ingediend door

minimale opleidingskosten

minimaal investeringsbedrag

een individuele kleine onderneming (ko)

€100.000

€1 miljoen

een individuele middelgrote onderneming (mo)

€200.000

€2 miljoen

een individuele grote onderneming (go)

€300.000

€3 miljoen

samenwerkende ondernemingen, allemaal ko's

€300.000 per project*

€3 miljoen per project**

samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één mo

€400.000 per project*

€4 miljoen per project**

samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één go

€700.000 per project*

€7 miljoen per project**

* minimum €50.000 per onderneming

** minimum €500.000 per onderneming

Enkel de investeringen en opleidingen die essentieel zijn voor het doorvoeren van het transformatieproject komen in aanmerking.

De betreffende investeringen dienen onder de posten 21 t.e.m. 27 op de balans geactiveerd te worden. Enkel de waarde van de investering in grond is niet subsidiabel, alsook getrokken materieel voor goederenvervoer over de weg voor derden (tenzij dit materieel bestemd is voor gecombineerd vervoer waarbij verschillende transportmodi betrokken zijn). Wat betreft immateriële investeringen komen enkel activa in aanmerking die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

Opleidingskosten die in aanmerking komen zijn:

  • personeelskosten van de opleiders;
  • verplaatsingskosten van opleiders en opgeleiden;
  • andere lopende uitgaven voor materieel en benodigdheden;
  • afschrijvingen van werktuigen en uitrusting;
  • kosten van diensten voor begeleiding en advisering;
  • personeelskosten van de opgeleiden, ten belope van maximaal het bedrag van de vorige rubrieken samengeteld.

De opleidingen en investeringen dienen te starten uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangstmelding. De vroegst mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Omvang steun

De steun wordt opgesplitst in een basissteun (voor het transformatieproject) en een bonussteun (voor de creatie van bijkomende tewerkstelling).

  • De basissteun bedraagt 8% voor investeringen en 20% voor opleidingen. De basissteun wordt geplafonneerd op maximum €1 miljoen per onderneming.
  • De bonussteun bedraagt maximaal 25% van de basissteun (dit betekent dus max. 5% extra steun voor opleidingen en max. 2% extra steun voor investeringen). De hoogte van de bonussteun hangt af van de tewerkstellingstoename die verbonden is aan het transformatieproject. Als de aanvraag wordt ingediend door verschillende ondernemingen samen, wordt de bonussteun bepaald op basis van de aanvangstewerkstelling en de eindtewerkstelling per onderneming.

Hieronder vindt u een schema voor de berekening van de bonussteun, waarbij er alleen voor de grote ondernemingen geen verplichting is om zowel in absolute als relatieve cijfers een minimale aangroei te realiseren. Voor kmo's moeten aan beide vereisten worden voldaan.

bonuspercentage kleine onderneming middelgrote onderneming grote onderneming
  minimaal vereiste aangroei minimaal vereiste aangroei minimaal vereiste aangroei
absoluut (E-A) relatief 
((E-A)/A)*100
absoluut (E-A) relatief
((E-A)/A)*100
absoluut (E-A) relatief 
((E-A)/A)*100

25%

25

100%

125

50%

250

-

20%

20

80%

100

40%

200

-

15%

15

60%

75

30%

150

-

10%

10

40%

50

20%

100

-

5%

5

20%

25

10%

50

-

A=aanvangstewerkstelling; E=eindtewerkstelling

In principe geeft alleen de toename van de globale tewerkstelling op ondernemingsniveau recht op bonussteun. Als het transformatieproject echter uitsluitend betrekking heeft op een bepaalde entiteit of afdeling van de steunaanvrager, zal er gekeken worden naar de toename van de projectgebonden tewerkstelling op dat niveau.

Als de vooropgestelde tewerkstellingsvooruitzichten niet of niet volledig worden gerealiseerd, kan de bonussteun respectievelijk niet worden uitbetaald of trapsgewijs worden verminderd.

Aanvraagprocedure

De steun moet worden aangevraagd via het daartoe bestemde aanvraagformulier (Word-sjabloon) dat beschikbaar is op de website van Agentschap Innoveren & Ondernemen en moet worden ingediend vóór de start van het transformatieproject. De vroegst mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Het ingevulde en ondertekende aanvraagformulier moet samen met het transformatieplan en de andere bijlagen via e-mail worden bezorgd aan strategischesteun@vlaanderen.be. Bijlagen die niet digitaal kunnen worden verstuurd moeten binnen 15 werkdagen met de post worden verstuurd.

Een onderneming kan om het jaar een transformatieproject indienen.

Evaluatieprocedure

Agentschap Innoveren en Ondernemen stuurt een 'ontvangstmelding' naar de onderneming waarmee wordt bevestigd dat de steunaanvraag goed werd ontvangen en is geregistreerd. In dit schrijven wordt ook de vroegst mogelijke startdatum van het project meegedeeld.

Nadien wordt het dossier beoordeeld op ontvankelijkheid (volledigheid, voldoende financieringscapaciteit, transformatieplan) en zal het dossier vervolgens ook inhoudelijk worden beoordeeld door een commissie, die een gemotiveerd steunvoorstel doet aan de Vlaamse minister bevoegd voor Economie.

Via een transformatietoets zal worden nagegaan of het project voldoet aan de kenmerken van transformatie. Er zijn drie niveaus bepaald voor de beoordeling van de potentiële output, resultaten en impact van het transformatieproject, telkens volgens de verschillende parameters van de beoogde transformatie. Deze niveaus zijn:

  • het project zelf;
  • de onderneming of ondernemingen waarbinnen het project wordt uitgevoerd;
  • de Vlaamse economie.

Elk projectvoorstel wordt beoordeeld in twee fase, zoals in onderstaande tabel wordt weergegeven.

Bij de beoordeling van de dossiers wordt rekening gehouden met de omvang en het type van de onderneming. Voor kleine, respectievelijk middelgrote entiteiten zijn de beoordelingscriteria minder streng dan voor grote ondernemingen. Scores die kunnen worden toegekend per beoordelingsparameter zijn 'negatief', 'neutraal', 'goed' en 'excellent'.

Een project dat op beide parameters in fase 1 niet minstens de vereiste basisscore behaalt (zie tabel) worden negatief geadviseerd. Voor de parameters in fase 2 die te maken hebben met de impact op de onderneming, dient op parameter B.1 minstens de basisscore te worden behaald en dient minstens op één van de parameters B.2 of B.3 de basisscore te worden behaald (zonder dat één van deze beide criteria negatief mag worden beoordeeld).

  Niveau Parameter Vereiste basisscore
      kleine entiteit middelgrote entiteit grote entiteit
Fase 1 Projectniveau A.1 Innovatie goed goed excellent
    A.2 Kwaliteit management goed goed excellent
Fase 2 Impact op de onderneming B.1 Versterking onderneming goed goed excellent
    B.2 Internationalisering goed goed excellent
    B.3 Verduurzaming goed goed excellent
  Impact op Vlaamse economie C. neutraal goed

goed

 

Uitbetalingsprocedure

Voor de basissteun moet de onderneming de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen twaalf maanden na het beëindigen van het totale transformatieproject.

De uitbetaling van de basissteun verloopt in drie schijven:

  • een eerste schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de onderneming heeft aangetoond dat 30% van het transformatieproject is gerealiseerd;
  • een tweede schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de onderneming heeft verklaard dat 60% van het transformatieproject is gerealiseerd;
  • een derde schijf (40%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en wanneer de in aanmerking komende transformatieopleidingen en de in aanmerking komende transformatie-investeringen volledig zijn gerealiseerd, wat moet blijken uit een controle door het Agentschap Innoveren & Ondernemen.

Voor de bonussteun moet de onderneming afzonderlijk de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen zes maanden na realisatie van de voorgestelde tewerkstellingsvooruitzichten.

Contact Informatie

Agentschap Innoveren & Ondernemen
Afdeling Bedrijfs- en omgevingssteun
Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
T 0800 20 555
F 02 553 37 88
strategischesteun@vlaanderen.be

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP