Gewijzigde maatregelen

Kmo's kunnen een subsidie bekomen voor bepaalde externe opleidingen of advies bij geregistreerde dienstverleners. Kleine ondernemingen krijgen 30% subsidie tot een maximum van € 7.500 op jaarbasis. Middelgrote ondernemingen krijgen 20% subsidie, eveneens tot een maximum van € 7.500 op jaarbasis.

De lijst met toegestane opleidingen en adviezen rond beroepsspecifieke competenties kan je sinds kort niet enkel raadplegen in pdf maar nu ook via een online lijst. Meer informatie over de invulling van alle thema’s en concrete voorbeelden kan je terugvinden op de website van de kmo-portefeuille

microStart verstrekt microkredieten van € 500 tot € 25.000 aan ondernemers die geen toegang hebben tot het bankkrediet. Deze microkredieten zijn bestemd voor de opstart of de uitbouw van hun activiteit en hebben een looptijd van maximum 4 jaar. De rentevoet bedraagt ten minste 11,13%.

De intrestvoeten van de leningen werden verhoogd. Voor de formule Jump (voor starters, of starters van minder dan een jaar oud) geldt er een rentevoet vanaf 12,13%. Voor de formule Boost (voor wie al meer dan een jaar een zaak heeft) bedraagt de intrestvoet 11,13%.

Deze achtergestelde lening van maximum € 350.000 is bestemd voor starters en bestaande kmo's in hoofdberoep (tenzij statuut student-zelfstandige). De lening wordt steeds gecombineerd met een cofinanciering van 20% van de bank, investeringsfonds, crowdfundingplatform of netwerk van investeerders. De looptijd bedraagt 3 tot 10 jaar en de rentevoet 3,5%.

Voor de cofinanciering kan je een beroep doen op erkende cofinanciers: kredietinstellingen, netwerken van investeerders, crowdfundingplatormen en investeringsfondsen. Deze laatste categorie werd recent aangevuld met Birdhouse Ventures naast de investeringsfondsen Imec istart, Vectis Private Equity en Pichdrive Fund II. Een volledig overzicht van de cofinanciers kan je vinden in de rubriek Aanvraagprocedure van deze maatregel.

Werkbaar werk is van belang voor zowel werknemers, ondernemers als de organisaties. Om dit te verwezenlijken, voorziet de overheid verschillende steunmaatregelen rond de thema's stress en burn-out preventie alsook werkbaar werk. Op deze pagina bieden we een overzicht van de belangrijkste.

De Federale overheid organiseerde de voorbije twee jaar ook een oproep die voorzag in subsidies voor pilootprojecten voor de preventie van burn-outs Pilootproject voor geïntegreerd preventiebeleid burn-out. De meeste van deze projecten zijn echter afgelopen. Sinds 2019 leidt Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, in dit kader een pilootproject voor de secundaire preventie van burn-out voor de ziekenhuis- en banksector. ​Dit begeleidingstraject is volledig gratis. Aanmelden hiervoor kan nog steeds via de website van Fedris, ook in 2024. 

Via dit systeem betalen werkgevers in bepaalde sectoren (horeca, detailhandel, sport, broodbakkerijen, kappers, bioscopen, enz) enkel een patronale bijdrage van 25% boven op het loon van flexi-jobbers. De gewone socialezekerheidsbijdragen en de bedrijfsvoorheffing zijn dus niet van toepassing op het flexi-loon. Brutoloon en nettoloon zijn gelijk.

Naast de uitbreiding van het flexijobs-systeem vanaf 1 januari 2024 naar alvast 12 nieuwe sectoren, staan er nog andere veranderingen op til. Het tarief van de bijzondere patronale sociale bijdrage stijgt bijvoorbeeld van 25% naar 28% vanaf het nieuwe jaar. Voor personen die toegang hebben tot het flexi-jobstelsel omdat ze al een minimale tewerkstelling van 4/5de hebben bij een of meerdere andere werkgevers, wordt de fiscale vrijstelling met ingang van aanslagjaar 2025 daarnaast beperkt tot € 12.000 per belastbaar tijdperk. Het flexi-jobstelsel staat ook open voor gepensioneerden maar voor hen geldt deze begrenzing van de fiscale vrijstelling niet.