Gewijzigde maatregelen

Deze doelgroepvermindering kent een vermindering van de werkgeversbijdragen toe aan werkgevers gedurende de tewerkstellingsperiode van een kunstenaar. Dit zowel aan kunstenaars verbonden met een arbeidsovereenkomst; als aan kunstenaars die, niet verbonden met een arbeidsovereenkomst, tegen betaling van een loon artistieke prestaties leveren en/of in opdracht artistieke werken produceren.

Het grensbedrag voor de doelgroepvermindering kunstenaars is aangepast ingevolge de verhoging van het GGMMI.

Elektriciteitsverbruikers betalen een verplichte groenestroom- en WKK-bijdrage. Bij bedrijven met een bepaalde NACE-activiteit loopt dat bedrag erg hoog op waardoor er een concurrentieel nadeel ontstaat ten opzichte van bedrijven in de buurlanden. Via deze steunmaatregel kunnen ze kiezen voor een plafond op deze kosten, die berekend worden op basis van een bepaald percentage van hun bruto toegevoegde waarde.

Aanvragen voor de supercap-regeling 2024 (steunjaar 2023) kunnen tot en met 15 september 2024 ingediend worden bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) via het webformulier. Het aanvraagformulier zal weldra beschikbaar zijn op de website van VEKA Supercap-regeling voor ondernemingen.

Ondernemingen kunnen voor de uitvoering van bepaalde investeringen een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de investeringen aftrekken van de belastbare winst. Vooral de verhoogde aftrekken zijn belangrijk: onder andere voor energiebesparende investeringen, beveiliging, digitale investeringen en milieuvriendelijke investeringen in O&O.

Via het Bericht in verband met de investeringsaftrek (BS van 30 april 2024), worden jaarlijks de percentages bekendgemaakt. Zoals verwacht zijn de tarieven van de verhoogde aftrekken gedaald t.o.v. vorig jaar. De informatie werd reeds verwerkt in deze maatregel.

Zelfstandigen die hun activiteit stopzetten of onderbreken, kunnen in bepaalde situaties een beroep doen op het overbruggingsrecht.

Door indexering gelden er vanaf 1 mei hogere bedragen voor de uitkeringen van het overbruggingsrecht.

Ondernemingen kunnen tegen gunstige voorwaarden een werkzoekende zelf opleiden binnen de onderneming. Afhankelijk van de te ontwikkelen competenties duurt de opleiding één tot zes maanden.

Tijdens de opleiding krijgt de cursist bovenop zijn uitkering een IBO-premie tot minstens 80% bereikt wordt van het Gewaarborgd Gemiddeld Minimum Maandinkomen (GGMMI). Indien de cursist geen vervangingsinkomen heeft, ontvangt deze van de VDAB een IBO-premie van 80% van het GGMMI. Het bedrijf betaalt tijdens de IBO geen loon of RSZ, enkel een vast maandelijks forfaitair bedrag (afhankelijk van het toekomstige loon) aan de VDAB. Op 1 mei verhoogde de IBO-premie en stegen ook de loonschalen waarop de factuur van de werkgever gebaseerd is.