Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Compensatie indirecte emissiekosten

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 19 mei '17

De Vlaamse overheid verleent via Agentschap Innoveren & Ondernemen een subsidie van 85 - 75% (degressief) ter compensatie van de indirecte emissiekosten van elektriciteits-intensieve bedrijfstakken. Dat zijn de kosten die elektriciteitsleveranciers betalen voor de aankoop van emissierechten (directe emissiekosten) en doorrekenen in de prijs naar de afnemers (indirecte emissiekosten).

Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) verplicht deelnemende ondernemingen een hoeveelheid emissierechten in te leveren die overeenstemt met de hoeveelheid CO2-equivalent die zij tijdens het voorgaande jaar hebben uitgestoten. Aangezien de elektriciteitssector deze CO2-kosten kan doorrekenen in de elektriciteitsprijs, komt de financiële last van de aankoop van emissierechten terecht bij de verbruikers van de elektriciteit. Elektriciteits-intensieve afnemers verliezen daardoor aan concurrentiekracht ten opzichte van bedrijven in regio’s met een minder ambitieus klimaatbeleid.

Met de compensatie indirecte emissiekosten wil de Vlaamse overheid bedrijven -binnen de krijtlijnen van de Europese staatssteunregels- maximaal compenseren voor deze indirecte CO2-kosten. Op die manier wil ze het concurrentieel nadeel wegwerken en vermijden dat deze bedrijven genoodzaakt zijn zich te delokaliseren naar landen buiten de Europese Unie. 15 bedrijfstakken komen voor steun in aanmerking. Dat zijn onder andere producenten uit de aluminium-, staal-, kunstmest-, papier- en chemische sector.

De Europese Commissie stelde in 2012 staatssteunregels op die de contouren vastleggen voor nationale steunmaatregelen ter compensatie van dit concurrentieel nadeel. Zo mag de steun de kosten niet volledig compenseren en dient de steun af te nemen in de tijd (degressief tot 2020).

Deze maatregel kadert enerzijds in het Europees beleid over handel in broeikasgasemissierechten dat lidstaten de mogelijkheid geeft om de meerprijs van elektriciteit ten gevolge van deze emissiehandel te compenseren bij specifieke energie-intensieve bedrijfstakken, en anderzijds in het Vlaams Mitigatieplan 2013-2020 dat uitvoering geeft aan het voornoemde Europees beleid.

Wie komt in aanmerking

De steun geldt enkel voor ondernemingen die activiteiten uitvoeren in de volgende sectoren zoals bepaald door de Europese Commissie. Deze NACE-codes werden geselecteerd op basis van kwantitatieve criteria, nl. de doorberekende CO2-kost en de handelsintensiteit, en kwalitatieve criteria zoals marktstructuur, reductiepotentieel en de mogelijkheid om kosten door te rekenen aan verbruikers.

 NACE-code

 Omschrijving

2742

 Productie van aluminium

1430

 Winning van mineralen voor de chemische en de kunstmestindustrie

2413

 Vervaardiging van overige anorganische chemische basisproducten

2743

 Productie van lood, zink en tin

1810

 Vervaardiging van kleding van leer

2710

 Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen

2112

 Vervaardiging van papier en karton

2415

 Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen

2744

 Productie van koper

2414

 Vervaardiging van andere organische chemische basisproducten

1711

 Spinnen van katoen of katoenachtige vezels

2470

 Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels

1310

 Winning van ijzererts

 


24161039

24161035

24161050

24165130

24163010

24164040

De volgende deeltakken binnen de bedrijfstak ‘Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen’:

 Lagedichtheidpolyethyleen (LDPE)

 Lineair lagedichtheidpolyethyleen (LLDPE)

 Hogedichtheidpolyethyleen (HDPE)

 Polypropyleen (PP)

 Polyvinylchloride (PVC)

 Polycarbonaat (PC)

21111400

 Mechanische pulp

Een onderneming in moeilijkheden wordt uitgesloten van steun ingevolge Europese regelgeving.

Wat zijn de voorwaarden

De aanvraag komt in aanmerking voor een compensatie indirecte emissiekosten indien de onderneming:

  • voldoet aan de definitie van een onderneming als vermeld in het decreet van 16 maart 2012;
  • over 1 of meer installaties in het Vlaamse Gewest beschikt;
  • een activiteit uitoefent die behoort tot 1 van 15 specifieke NACE-codes;
  • voor de indieningsdatum van de steunaanvraag gedurende het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt en voor de vestigingen met installaties waarvoor steun wordt aangevraagd, toegetreden is tot de energiebeleidsovereenkomst die voor de onderneming van toepassing is. Ondernemingen die niet meer kunnen toetreden tot een energiebeleidsovereenkomst die op hen van toepassing is, moeten toetreden tot de nieuwe energiebeleidsovereenkomst die voor de onderneming van toepassing is vanaf de inwerkingtreding ervan;
  • voor de eerste twee installaties, waarvoor zij steun vraagt, een minimaal elektriciteitsverbruik heeft van 1 GWh per installatie;
  • op de indieningsdatum geen achterstallige schulden heeft bij de RSZ. Dit zijn achterstallige schulden van €3.000 of meer, ongeacht of er een bezwaar of beroep tegen een vordering van de RSZ werd aangetekend. Schulden waarvoor de onderneming een afbetalingsplan heeft dat ze respecteert, worden niet als achterstallig beschouwd;
  • geen procedure op basis van Europees of nationaal recht heeft lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd;
  • de aanvraag tijdig en via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van het Agentschap Innoveren & Ondernemen ingezonden heeft.

Wat komt in aanmerking

De indirecte emissiekosten met betrekking tot de elektriciteitslevering alsook eigen opgewekte elektriciteit in de periode 2013-2020 voor installaties die actief zijn in de activiteiten die onder 1 van de 15 specifieke NACE-codes vallen komen in aanmerking voor steun, met uitzondering van overeenkomsten voor elektriciteitslevering waarbij expliciet wordt vermeld dat er geen CO2-kosten zijn.

Als met eenzelfde installatie producten vervaardigd worden die onder deze 15 activiteiten vallen en producten die daar niet aan beantwoorden, dan wordt er alleen een compensatie gegeven voor de indirecte emissiekosten met betrekking tot de producten die onder de in aanmerking komende activiteiten vallen.

Per installatie komt een eigen bijdrage die de CO2-kosten voor 1 GWh per kalenderjaar dekt niet in aanmerking voor steun. Indien de onderneming voor 2 of meer installaties steun vraagt, wordt deze eigen bijdrage voor alle installaties samen beperkt tot 2 GWh.

Omvang steun

De compensatie indirecte emissiekosten wordt toegekend in de vorm van een subsidie. Deze wordt toegekend met een degressieve steunintensiteit.

Kalenderjaar

Steunintensiteit

2013 - 2015

85%

2016 - 2018

80%

2019 - 2020

75%


De steun wordt berekend per installatie. Voor bepaalde producten die voortvloeien uit de installaties die actief zijn in deze 15 activiteiten werd een productspecifieke efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik opgesteld. De subinstallatie die hiervoor wordt gebruikt wordt de productbenchmark-subinstallatie genoemd. De subinstallatie voor vervaardiging van producten die voortvloeien uit de installaties die actief zijn in deze 15 activiteiten, maar waarvoor geen productspecifieke efficiëntiebenchmark werd opgesteld, wordt de fall-back-subinstallatie genoemd. Zowel de indirecte emissiekosten met betrekking tot producten van de productbenchmark-subinstallatie als de indirecte emissiekosten met betrekking tot producten van de fall-back-subinstallatie komen in aanmerking voor steun.

De berekening van het bedrag van de compensatie indirecte emissiekosten is verschillend voor een productbenchmark-subinstallatie en voor een fall-back-subinstallatie.

Aanvraagprocedure

Indien u in het voorgaande jaar ook al een aanvraag indiende, zal u van het Agentschap Innoveren & Ondernemen een vooringevuld aanvraagformulier ontvangen met de reeds geverifieerde cijfers van voorgaande ja(a)r(en). U vult dit aan en dient het in volgens onderstaande procedure.

Dient u voor het eerst een aanvraag in, dan gebruikt u het aanvraagformulier beschikbaar op de website van het Agentschap Innoveren & Ondernemen (http://www.vlaio.be/themas/compensatie-indirecte-emissiekosten) volgens onderstaande procedure.

  1. U vult het aanvraagformulier volledig in en stuurt het gelijktijdig naar het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV) via cie@vbbv.be en naar het Agentschap Innoveren & Ondernemen via emissiekosten@vlaio.be. De deadline voor indiening is 31 maart in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.
  2. Het verificatiebureau verifieert de gegevens die u in uw aanvraag hebt opgegeven en vraagt desgevallend bijkomende info op. Indien nodig wordt het aanvraagformulier aangepast (in overleg met en bij voorkeur door de onderneming).
  3. Het VBBV verstuurt aan u en het Agentschap Innoveren & Ondernemen het verificatierapport en de definitieve versie van het aanvraagformulier.
  4. U stuurt een PDF-versie van het definitieve aanvraagformulier en de ondertekende verklaring op erewoord uiterlijk binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verificatierapport op naar het Agentschap Innoveren & Ondernemen en dat via volgend e-mailadres:  emissiekosten@vlaio.be

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen beoordeelt of de onderneming voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, het BVR en de uitvoeringsbesluiten. Het Agentschap Innoveren & Ondernemen berekent de subsidie conform de regels uit het Besluit van de Vlaamse Regering en neemt bij delegatie van de bevoegde minister een beslissing over de subsidieverlening. Het Agentschap Innoveren & Ondernemen brengt u vervolgens schriftelijk op de hoogte van de beslissing of er al dan niet steun wordt toegekend en desgevallend de hoogte van het steunbedrag.

Uitbetalingsprocedure

De compensatie indirecte emissiekosten wordt uitbetaald maximaal 12 maanden na de uiterste indieningsdatum van de steunaanvraag.

Contact Informatie

Agentschap Innoveren & Ondernemen
Afdeling Bedrijfs- en omgevingssteun
Koning Albert-II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
T 02 553 38 35
emissiekosten@vlaio.be
Lynn De Vlieger
lynn.devlieger@vlaio.be
T 02 553 37 17

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP