Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Onderneming in moeilijkheden

Volgens de Europese regels mag een onderneming op het moment van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden zijn.

De definitie van onderneming in moeilijkheden is terug te vinden in artikel 2, punt 18 van de algemene  groepsvrijstellingsverordening (GBER)

Een onderneming is in moeilijkheden als zich minstens één van de omstandigheden voordoet zoals vermeld in hogervermelde definitie. Punten a) tot d) zijn voor iedereen van toepassing; punt e) is bijkomend voor grote ondernemingen van toepassing. Dit impliceert onder meer het volgende:

  • een kmo die minder dan 3 jaar bestaat, kan nooit een onderneming in moeilijkheden zijn
  • een onderneming die in een WCO-procedure zit, wordt de facto als een onderneming in moeilijkheden beschouwd

De bepaling van de grootte van de onderneming gebeurt volgens de Europese kmo-definitie.

Verloop bij een subsidieaanvraag:

  • Bij de indiening van de subsidieaanvraag verklaart de onderneming dat ze wel of geen onderneming in moeilijkheden is, naargelang de situatie.
  • Ze verklaart bovendien dat ze de administratie onmiddellijk op de hoogte zal brengen als ze na het moment van projectindiening alsnog gecatalogeerd wordt als onderneming in moeilijkheden.

Onderstaande criteria en procedure zijn te volgen bij het opstellen van bovenbedoelde verklaring van al dan niet onderneming in moeilijkheden bij de indiening van een subsidieaanvraag.

Praktisch:

  1. Voor alle ondernemingen berekenen we de criteria uit punten a) en b) van de definitie van de GBER op basis van de volgende gegevens uit de laatst afgesloten jaarrekening, al of niet neergelegd, van de steun aanvragende onderneming1:

criterium: eigen vermogen (EV) minder dan 50% van geplaatst kapitaal (GK)

Code

Omschrijving

10/15 + 101

EV2

100 + 11 GK³
  1. Voor de grote ondernemingen berekenen we bijkomend de criteria uit punt e) van de definitie van de GBER op basis van de volgende gegevens uit de laatste twee afgesloten jaarrekeningen, al of niet neergelegd, van de steun aanvragende onderneming1:

criterium 1: verhouding vreemd vermogen (VV) eigen vermogen (EV) meer dan 7,5

 

Code

Omschrijving

+

16

Voorzieningen en uitgestelde belastingen

+

17/49

Schulden

=

 

VV

 

10/15 + 101

EV2

criterium 2: rentedekkingsgraad EBITDA/rentelast minder dan 1,0

 

Code

Omschrijving

+

630

Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

+

631/4

Waardeverminderingen op voorraden , op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)

+ 635/8

Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen

(bestedingen en terugnemingen)
- 750 Opbrengsten uit financiële vaste activa

-

751

Opbrengsten uit vlottende activa

-

752/9

Andere financiële opbrengsten

+

650

Kosten van schulden

+

651

Waardeverminderingen op vlottende activa

+

652/9

Andere financiële kosten

+

660

Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

-

760

Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa

+ 9903 Winst/verlies van het boekjaar, voor belastingen

=

 

EBITDA

 

650

Kosten van schulden (= rentelast)

Enkel in volgend geval, als beide verhoudingen ontoereikend zijn in de laatste 2 afgesloten boekjaren, is de onderneming in moeilijkheden volgens punt e) van de definitie:

Boekjaar

x-2

x-1

Verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen

>7,5 

>7,5

Rentedekkingsgraad

<1

<1

Zodra één van de verhoudingen positief is, zie voorbeeld hier onder, is de onderneming niet in moeilijkheden volgens punt e) van de definitie: 

Boekjaar

x-2

x-1

Verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen

>7,5

>7,5

Rentedekkingsgraad

>=1

<1

U kan zelf de berekening maken met behulp van de hieronder bijgevoegde tabellen.

1 Indien uw onderneming deel uitmaakt van een groep, dient de analyse ook te gebeuren op groepsniveau (hoogste consolidatieniveau)

2 Het eigen vermogen wordt berekend op basis van het geplaatst kapitaal. Het niet-opgevraagde en niet-volgestorte kapitaal wordt dus mee in rekening gebracht bij de bepaling van het eigen vermogen.

³ Te vermeerderen met uitgiftepremies. 


UP