Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 01 jun '17

Een kleine vennootschap moet 10% van de bedrijfsvoorheffing die ze inhoudt op bezoldigingen die ze vanaf 1 augustus 2015 betaalt of toekent aan haar werknemers niet langer doorstorten aan de schatkist. Dit percentage wordt verhoogd tot 20% voor microvennootschappen. Ook natuurlijke personen die voldoen aan deze definitie komen in aanmerking.

Deze maatregel geldt enkel voor werkgevers die sinds ten hoogste 48 maanden zijn ingeschreven in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen).

Wie komt in aanmerking

Deze maatregel richt zich tot de werkgevers die voldoen aan volgende drie voorwaarden:

  • onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5/12/68 betreffende de cao’s en de PC;
  • voldoen aan de definitie van kleine vennootschap of microvennootschap (zie verder), of een natuurlijk persoon die aan dezelfde voorwaarden voldoet;
  • maximaal 48 maanden ingeschreven zijn in de KBO. Deze termijn van 48 maanden vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op die inschrijving.

Wanneer de werkgever een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, vangt de termijn van 48 maanden aan op de eerste dag van de maand volgend op de eerste inschrijving in de KBO door die natuurlijke of rechtspersoon.

Een kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in §§1 tot 6 van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen) mag voor het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers;
  • jaaromzet, exclusief btw: €9.000.000;
  • balanstotaal: €4.500.000.

Wanneer meer dan één van de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het daaropvolgende boekjaar.
De criteria moeten op geconsolideerde basis worden bekeken wanneer het gaat om een moedervennootschap of om een vennootschap die behoort tot een consortium. Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie: verhoging van de criteria met 20%.
Een vennootschap die zijn activiteit start, en dus niet beschikt over deze cijfers, moet de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten.

Een microvennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 15/1 van het Wetboek van vennootschappen) is een kleine vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap is en die niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelbestand: 10 werknemers;
  • jaaromzet, exclusief btw: €700.000;
  • balanstotaal: €350.000.

Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Omvang steun

De vrijstelling bedraagt 10% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van kleine vennootschap.

De vrijstelling bedraagt 20% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van microvennootschap.

Deze maatregel geldt voor de lonen die vanaf 1 augustus 2015 worden uitbetaald. Er is geen terugwerkende kracht van toepassing op de vóór deze datum betaalde bezoldigingen.

Een werkgever kan de vrijstelling slechts toepassen gedurende de opstarttermijn van 48 maanden. Deze termijn van 48 maanden vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op de eerste inschrijving van de werkgever in de KBO.

De berekening van de vrijstelling gebeurt per werknemer d.w.z. dat de vrijstelling enkel kan toegepast worden op de bedrijfsvoorheffing die ingehouden is op de bezoldigingen van de betrokken werknemer.

Aanvraagprocedure

Er moeten 2 aangiften gebeuren. Zie FAQ rubriek 21 op de webiste van Financiën (zie contactinformatie).

De werkgever moet een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin, voor elke werknemer:

1. de volledige identiteit;
2. het nationaal nummer;
3. het bedrag van de betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen;
4. het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing.

Tevens moet de werkgever het bewijs ter beschikking van de administratie houden dat hij voldoet aan de voorwaarden, afhankelijk van de vrijstelling die hij gevraagd heeft, van respectievelijk een startende kleine vennootschap of een startende micro-vennootschap.

Contact informatie

Bijkomende informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de website van Financiƫn (zie ondernemingen > personeel en loon > bedrijfsvoorheffing > vrijstellingen > startende ondernemingen (zie FAQ).

FOD Financiƫn
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP