Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Fiscale regeling inzake auteursrechten en naburige rechten

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 27 okt '17

Inkomsten uit auteursrechten voor zelfstandigen worden sinds 1 januari 2008 beschouwd als een zogenaamd roerend inkomen en dit tot een (bruto) bedrag van maximaal €58.720 (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2017). Daarenboven kunnen auteurs genieten van een belangrijk kostenforfait op het ontvangen inkomen. Het saldo is onderworpen aan een bevrijdende roerende voorheffing van 15% die rechtstreeks wordt ingehouden door de schuldenaar van het auteursrecht (bijvoorbeeld de uitgeverij).

Sinds aanslagjaar 2013 moeten de inkomsten verplicht worden vermeld in de belastingaangifte, zelfs al is er correct roerende voorheffing ingehouden. Hierdoor wordt het belastingstarief verhoogd met de gemeentebelasting.

Wie komt in aanmerking

Elke natuurlijke persoon, zowel de auteur als zijn rechthebbenden zoals zijn erfgenamen bijvoorbeeld, maar ook vzw's en stichtingen.

Omvang steun

Het belastingtarief op de inkomsten uit auteursrechten bedraagt 15 % voor de inkomstenschijf van 0 tot €37.500 (€57.590 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2016 en €58.720 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2017).

De schijf auteursrechten boven de €37.500 (€57.590 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2016 en €58.720 geïndexeerd voor de inkomsten van geïnd in 2017) wordt beschouwd als beroepsinkomsten. Dit deel wordt toegevoegd aan de andere beroepsinkomsten en is onderworpen aan een belastingtarief per schijf.

Volgens het bericht van het Ministerie van Financiën gepubliceerd in december 2008 voorziet de nieuwe regeling het volgende systeem van forfaitaire kosten:

Voor de inkomsten geïnd in 2016:

  • 50% op de inkomstenschijf van €0 tot €15.360;
  • 25% op de inkomstenschijf van €15.361 tot €30.710;
  • boven de €30.710 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.

Voor de inkomsten geïnd in 2017:

  • 50% op de inkomstenschijf van €0 tot €15.660;
  • 25% op de inkomstenschijf van €15.661 tot €31.320;
  • boven de €31.320 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.

Voorbeelden (voor inkomsten geïnd in het jaar 2016)

  1. “Een auteur ontvangt €14.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten €7.000 (€14.000 x 50%).

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus €7.000 (€14.000 - €7.000 onkosten).

De auteur zal dus €1.050 belasting betalen (€7.000 x 15%).

  1. “Een auteur ontvangt €25.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten €10.165 volgens volgende berekening:

  • €15.660 x 50% onkosten op de eerste schijf = €7.830
  • €9.340 x 25% onkosten op de tweede schijf = €2.335

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus €14.835 (€25.000 bruto inkomsten - €10.165 onkosten). De auteur zal dus €2.225,25 belasting betalen (€14.835 x 15%).

  1. “Een auteur ontvangt €35.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten €11.745 volgens de volgende berekening:

  • €15.660 x 50% onkosten op de eerste schijf = €7.830
  • €15.660 x 25% onkosten op de tweede schijf = €3.915
  • Geen aftrek op de schijf boven €31.320

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus €23.255 (€35.000 bruto inkomsten - €11.745 onkosten). De auteur zal dus €3.488,25 belasting betalen (€23.255 x 15%).

Er moeten wel nog lokale belastingen (gemeentebelasting en/of agglomeratietaksen) worden toegevoegd aan dit tarief wanneer de auteur deze inkomsten aangeeft in zijn belastingaangifte.

Reële of forfaitaire kosten

Indien de auteur het wenst, kan hij voor zijn inkomsten van auteursrechten kiezen voor een aftrek van de reële kosten in plaats van de forfaitaire kosten.

FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP