Ontvankelijk- en gegrondheidscriteria

Zoals voorzien in het decreet betreffende de brownfieldconvenanten wordt er ook in 2017 een jaarlijkse oproep voorzien. De focus in deze zevende oproep ligt in een optimale aansluiting bij de krachtlijnen van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid voor wat betreft de traditionele brownfields. Aanvullend worden mogelijkheden geboden voor de (her)ontwikkeling van stortplaatsen.

Opdat een project in aanmerking komt voor het faciliterend kader dat via het brownfieldconvenant wordt geboden, wordt nagegaan of de aanvraag voldoet aan de ontvankelijk- en gegrondheidscriteria, zoals gepubliceerd in het BS dd. 04/05/2017. De ontvankelijkheidscriteria hebben betrekking op de huidige toestand van het projectgebied, de vorm en samenstelling van het aanvraagdossier. De gegrondheidscriteria hebben betrekking op de noodzaak van een gecoördineerd optreden tussen overheden en de meerwaarde die het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt aan de realisatie van het project.

De minister bevoegd voor economie kan specifiek voor een oproep bijkomende gegrondheidscriteria en voorwaarden stellen die aansluiten bij de beleidsvisie, een actuele problematiek,… 

Ontvankelijkheidscriteria

Opdat een ingediend project in aanmerking zou komen voor onderhandelingen aangaande een brownfieldconvenant, dient het aan elk van volgende ontvankelijkheidscriteria te voldoen;

  • het projectgebied voldoet aan de definitie van een brownfield zoals omschreven in artikel 2 en 3 van het decreet betreffende de brownfieldconvenanten;
  • het aanvraagdossier wordt in een in de oproep vermelde indieningsperiode ingediend;
  • het aanvraagformulier is volledig en correct ingevuld;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een financieel plan waarin de financiële haalbaarheid van het project wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een lijst met daarin de reeds uitgevoerde projecten gekoppeld aan de samenstelling en expertise van de betrokken projectteams;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een document/hoofdstuk in het aanvraagformulier waarin de kredietwaardigheid van de projectindiener(s) wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier – voor brownfieldprojecten waarbij (delen van) de projectgronden (potentieel) zijn verontreinigd - is vergezeld van de reeds beschikbare stukken aangaande deze (potentiële) verontreiniging (vb. oriënterend bodemonderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, …). De conclusies van deze onderzoeken volstaan;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een PowerPointpresentatie waarin de inhoud van het project wordt weergegeven;
  • het aanvraagformulier is minstens ondertekend door alle vermelde actoren die gezamenlijk beschikken over het eigendomsrecht of de overige zakelijke rechten (dus ook opstalrechten e.a.) die vereist zijn om toestemming te verlenen voor de handelingen en activiteiten in het kader van het brownfieldproject op meer dan 70 % van de oppervlakte van de projectgronden;
  • voor de percelen waarvoor het akkoord om mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject ontbreekt, dient de indiener aan te tonen dat het brownfieldproject zonder deze percelen niet kan worden gerealiseerd;
  • voor alle percelen in het ganse projectgebied is een recent (minder dan 2 maand oud bij indiening van project) kadastraal plan en legger toegevoegd. Mogelijke gekende afwijkingen ten opzichte van deze recente documenten dienen reeds te worden aangegeven door middel van de eigendomstitels;
  • bij de aanvraag is het schriftelijk bewijs gevoegd dat de gemeente(n) - waarin de onroerende goederen gelegen zijn - kennis heeft/hebben genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst/wensen mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject.

Gegrondheidscriteria

De inhoud van het aanvraagdossier en de bijlagen zullen geëvalueerd worden op basis van  de hieronder vermelde gegrondheidscriteria:

  • Het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt een aanmerkelijke faciliterende meerwaarde ten einde het brownfieldproject gerealiseerd te krijgen;
  • De aanvrager dient aan te tonen dat een gecoördineerd optreden tussen en van verschillende overheden noodzakelijk is;
  • Het project voldoet aan de bijkomende oproepspecifieke criteria en randvoorwaarden.

Oproepspecifieke criteria

Deze 7e oproep zoekt aansluiting bij de krachtlijnen van het ruimtelijk-en mobiliteitsbeleid enerzijds en wil naast de traditionele brownfields ook mogelijkheden bieden voor de (her)ontwikkeling van stortplaatsen anderzijds. 

  • Inzake het ruimtelijk beleid zijn de krachtlijnen opgenomen in het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), goedgekeurd op 30 november 2016.
  • De krachtlijnen uit het mobiliteitsdecreet hebben betrekking op vijf strategische doelstellingen: bereikbaarheid, toegankelijkheid, verkeersveiligheid, verkeersleefbaarheid en milieu (m.b.t. innovatieve mobiliteitsdiensten, voertuigen en brandstoffen). Deze doelstellingen geven aanleiding tot afwegingen m.b.t. invulling van een project en de locatie.
  • In de transversale beleidsnota ‘Visie 2050 is de circulaire economie één van de zeven transitieprioriteiten van het langetermijnbeleid van de Vlaams regering. Op 24 februari 2017 werd de startnota ‘Vlaanderen Circulair, een stuwende kracht naar een circulaire economie in Vlaanderen’ door de regering goedgekeurd. De doelstellingen inzake materialenbeheer en energie dienen in de projectvoorstellen geconcretiseerd te worden.
  • Met betrekking tot het duurzaam voorraadbeheer van (voormalige) stortplaatsen keurde de Vlaamse Regering op 16 oktober 2015 een conceptnota goed.

Daarenboven is het de wens om projecten op een laagdrempelige manier een stimulans te geven om extra inspanningen te leveren op vlak van duurzaamheid. Concreet vertaalt dit zich in:

Randvoorwaarden m.b.t. de aard en de ligging van het project

Met betrekking tot de aard van het project wordt de afweging gemaakt of:

  • de herontwikkeling maximaal inzet op de creatie van bedrijfshuisvestingsmogelijkheden.
  • het brownfieldproject voldoende bijdraagt aan de verhoging van het ruimtelijk rendement. Een verhoging van het ruimtelijk rendement kan op verschillende manieren gebeuren: een intensiever ruimtegebruik, het flexibel inzetten van gebouwen door de tijd, multifunctioneel ruimtegebruik…De precieze locatie van het project zal medebepalend zijn voor de manier waarop een hoger ruimtelijk rendement kan bewerkstelligd worden. Maar ook de inschatting van de ruimtebehoeften voor economische activiteiten en voor alternatieve invullingen zal hiervoor medebepalend zijn. 
  • het mobiliteitsprofiel van de invulling van een site in overeenstemming is met het bereikbaarheidsprofiel van de locatie van het project, de verkeersleefbaarheid,  enz. Bij een logistieke invulling van een site zal aandacht moeten besteed worden aan de multimodaliteit.
  • de gebouwen in de toekomst kunnen inspelen op een sociaal, economisch en fysiek veranderende omgeving. Dit vereist aandacht voor aanpasbare, flexibele en/of moduleerbare gebouwen.
  • het brownfieldproject voldoende aandacht besteedt aan de verschillende, voor het specifieke project relevante duurzaamheidsaspecten (zie verder).
  • het brownfieldproject betrekking heeft op een duurzame benutting met een passende invulling van (voormalige) stortplaatsen (zie verder).

Met betrekking tot de ligging van het brownfieldproject wordt volgende afweging gemaakt:

  • Voor sites en terreinen die voldoen aan de krachtlijnen met betrekking tot bereikbaarheid en de aanwezigheid van voldoende voorzieningen, zoals uitgezet in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, is een project met gemengde invulling (vnl. kmo, retail en wonen) aanvaardbaar. Tevens wordt hierbij gestreefd naar een hoog en kwaliteitsvol ruimtelijk rendement, o.a. door  aangepast bouwen met het oog op multifunctionaliteit en flexibel inzetten van gebouwen doorheen de tijd,  als een belangrijk element van duurzaam handelen.
  • Voor sites of terreinen ofwel gelegen in de nabijheid van collectieve vervoersknooppunten ofwel rond concentraties van voorzieningen, wordt een brownfieldproject verwacht dat vooral inzet op bedrijfshuisvestingsmogelijkheden voor verweefbare of semi-verweefbare economische activiteiten. 
  • Voor sites of terreinen die goed ontsloten zijn naar het TEN-T of als goed bereikbaar kunnen worden beschouwd, zoals gelegen op beperkte afstand van het vrachtroutenetwerk of langsheen waterwegen, wordt een brownfieldproject verwacht dat inzet op functionele 
  • bedrijfsruimten (voor niet-verweefbare economische activiteiten). Bij voorkeur wordt dan ingezet op het bundelen van logistieke en industriële activiteiten en op combimobiliteit, en wordt ertoe bijgedragen dat de binnenvaart en het spoorvervoer volop hun rol als duurzaam vervoermiddel kunnen spelen.
  • Voor de sites en terreinen gelegen op slecht bereikbare locaties kan een herbestemming naar een open ruimte of andere aanvaardbare bestemming overwogen worden indien dit gemotiveerd kan worden vanuit het bovenlokaal aanbodbeheer van bedrijventerreinen.

Criterium m.b.t. duurzaamheid

De indiener wordt gevraagd het ambitieniveau op te geven voor de voor het project relevante duurzaamheidsaspecten en kiest hiertoe zelf een bepaald meetinstrument (‘duurzaamheidsmeter’). Er worden geen minimale vereisten of verplichte tools vooropgesteld. Indien echter tijdens de beoordeling blijkt dat dit opportuun geacht wordt, kan op maat van het specifieke project een optimalisatietraject uitgezet worden. Na het indienen van het project kunnen één of meerdere acties gekozen worden om tot een hoger ambitieniveau inzake duurzaamheid te komen. Dit proces wordt desgevallend voortgezet in het onderhandelingstraject en in de uitvoering van het Convenant met rapportage aan de Stuurgroep. Enkele tools die in dit kader kunnen gebruikt worden:

  • BREEAM
  • De quickscan die is voortgekomen uit de duurzaamheidsmeter voor economische sites die in opdracht van Agentschap Innoveren en Ondernemen werd ontwikkeld. Hierin worden zes relevante thema’s aangegeven, voor elk thema worden enkele concrete acties opgegeven die als inspratie kunnen dienen.
  • Materialenscan en meer specifiek de MMG-tool voor de bepaling van de materiaalprestaties van gebouwelementen
  • Voor stortplaatsen: Flaminco

Specifiek criterium met betrekking tot herontwikkeling en duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen (enkel indien de aanvraag een stortplaats betreft) 

  • Indien het projectvoorstel een stortplaats omvat, dient de herontwikkeling betrekking te hebben op de totaliteit van de stortplaats die minstens 75% van het projectgebied omvat. Hiervan kan afgeweken worden indien aangetoond wordt dat de herontwikkeling ook een positieve impact heeft op het resterende stortareaal dat niet in het convenant gevat is.
  • Een Brownfieldproject in het kader van Herontwikkeling en Duurzaam Voorraadbeheer van Stortplaatsen moet aandacht hebben voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie:
    • het duurzaam voorraadbeheer van de afvalstoffen in de stortplaatsen;
    • het hoogwaardig valoriseren van deze stoffen als materialen en/of energie;
    • het treffen van de nodige beschermingsmaatregelen en het uitvoeren van de bodemsanering overeenkomstig de geplande functie;
    • een maximaal inschakeling bij structurele samenwerkingsverbanden (kennisuitwisseling).

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Brownfieldcel

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail