Zorgeloos energiesparen via een ESCO

Samenwerken met een ESCO of Energy Service Company biedt kmo’s heel wat mogelijkheden om zonder zorgen te besparen op hun energiefactuur. Toch is deze alternatieve manier van energie besparen nog onbekend bij vele Vlaamse bedrijven. Daarom lanceerde Agentschap Innoveren & Ondernemen het programma ESCO’s voor kmo’s waarin 4 pilootprojecten van 2014 tot 2017 liepen om de knelpunten rond de ESCO-werking bij kmo’s weg te werken.

Nog nooit gehoord van een ESCO?

Geen nood, in onderstaand filmpje leggen we graag even de basisprincipes aan je uit.

Of verneem nog meer in de reportage van Z Energy over ESCO's.

Programma 'Esco's voor kmo's'

Tussen alle berichtgeving over klimaatopwarming, onzekere energiebevoorrading en mogelijke verhoging van de energieprijzen is je misschien iets opgevallen. Efficiënter omgaan met energie loont, zowel voor uw bedrijf als voor het milieu.

Vele grote bedrijven en overheden hebben reeds de eerste stappen gezet naar een grotere energie-efficiëntie. Ook bij kmo’s kunnen er nog flink wat kilowatturen en euro’s bespaard worden. Vaak ontbreekt het hen echter de tijd, de kennis en de middelen om doorgedreven energiebesparende investeringen ook effectief door te voeren. Bovendien komt er heel wat studiewerk, engineering, installatiewerk en opvolging aan te pas. Taken die een kmo vaak moet uitbesteden, zonder enige zekerheid dat de investeringen daadwerkelijk een aanzienlijke energiebesparing opleveren.

De geïntegreerde en prestatiegerichte aanpak van esco’s kan ook voor kmo’s een doeltreffende manier zijn om energie te besparen. Maar voorlopig vinden de esco’s nog maar moeilijk onze Vlaamse kmo’s. Het programma ‘esco’s voor kmo’s’ wou daarom de technische, financiële en juridische knelpunten rond de escowerking bij kmo’s scherper in beeld brengen, analyseren en beleidsvoorstellen formuleren om de escomarkt in Vlaanderen te verruimen naar de kleinere, industriële verbruikers.

Samen-werken aan de energietransitie

Het programma ‘esco’s voor kmo’s’ kaderde binnen het Vlaams actieplan bijna-energieneutrale (BEN) gebouwen, waarbij de Vlaamse Overheid in overleg met de betrokken stakeholders acties heeft uitgewerkt voor de transitie naar energie-efficiënte gebouwen met een lage CO2-uitstoot. Naast eisen voor nieuwbouw, bevatte het BEN-actieplan ook acties voor de energetische renovatie van bestaande gebouwen en processen. Om deze ambitie meer kracht bij te zetten, werd het Agentschap Innoveren & Ondernemen aangeduid om de escowerking bij kmo’s te faciliteren.

Aanpak

Vier consortia informeerden kmo’s en esco’s in hun werkingsgebied om uiteindelijk een aantal concrete contracten tussen esco’s en kmo’s te faciliteren. Een stuurgroep met experten uit de industrie, de financiële sector, en de energiesector zorgde voor inhoudelijke ondersteuning van de consortia, die op deze manier zelf meewerkten aan de beleidsaanbevelingen ter ondersteuning van ESCO-kmo-samenwerking.

De projecten verliepen in verschillende stappen. Eerst werden de deelnemende kmo’s gemonitord en werden er mogelijke besparingsmaatregelen geïdentificeerd. Op basis hiervan bracht men het totale energiebesparingspotentieel in kaart en stelde men een concreet actieplan op. Indien er voldoende potentieel aanwezig was, werd er getracht een escocontract op te stellen, waarbij de rechten van beide partijen, de esco en de kmo, gerespecteerd werden.

Vier pilootprojecten

iSave Project

  • Projectindiener: IGEMO
  • Consortiumleden: Factor 4, Unizo Antwerpen
  • Werkgebied: Omgeving Mechelen
  • Looptijd: okt 14 – maa 17
  • Enkele kernbegrippen: methodiek om kmo’s te overtuigen, EPC-haalbaarheidsstudie, EPC en ESC-contracten

De werving van bedrijven leverde uiteindelijk 22 kmo’s op die interesse toonden in het project. In 14 daarvan bleek na een haalbaarheidsstudie dat er mogelijkheden waren om een esco in te zetten. Er werd vanaf dan op twee sporen gewerkt: enerzijds werd er een esco gevonden die kon instaan voor het installeren van verschillende technologieën en anderzijds werd een aantal kmo’s gegroepeerd die in aanmerking kwamen voor een relighting. Het eerste spoor leidde tot een pilootproject waarin echter duidelijk werd dat het model voor een energieprestatiecontract niet geschikt is voor kmo’s met een beperkt energieverbruik. Het tweede tot een specifiek EPC voor verlichting dat meer kans op succes heeft. Voor vragen rond dit contract wend je je best tot Factor 4 (http://factor4.eu).

ESCO4FVT Project

  • Projectindiener: POM West-Vlaanderen
  • Consortiumleden: Ingenium, Veolia, Triodosbank en een onderaannemer
  • Werkgebied: FVT in provincie West-Vlaanderen
  • Looptijd: sep 14 – feb 17
  • Enkele kernbegrippen: fabrieken van de toekomst (nieuwe materialen, voeding, mechatronica), schaalverkleining, meet- en verificatietool, 3 vormen van financiering (shared savings, guaranteed savings en derdepartijfinanciering).    

In het project werd grossomodo uitgegaan van de EPC-definitie gebruikt in de EE-richtlijn waarbij EPC gedefinieerd wordt als een contractuele regeling tussen de begunstigde en de aanbieder van een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie, die tijdens de gehele looptijd van het contract wordt geverifieerd en gecontroleerd en waarbij de investeringen (arbeid, leveringen of diensten) zodanig worden betaald dat ze in verhouding staan tot de contractueel vastgelegde mate van verbetering van de energie-efficiëntie of tot een ander overeengekomen prestatiecriterium, zoals financiële besparingen. 

In verschillende gevallen merkten we dat er wel interesse was om de mogelijkheden van EPC te onderzoeken. Na een eerste en soms zelfs tweede positief plaatsbezoek bleken meerdere bedrijven toch af te zien van deelname aan het project. De reden bleek veelal overbelasting te zijn waardoor we de noodzakelijke gegevens rond het energieverbruik gewoon niet kregen en het project dus zeer snel stopte. In sommige gevallen was de interesse in de optimalisatie van de betrokken niet-kernactiviteit ingegeven vanuit een comfortvraag en lag de focus niet op energiebesparing. Het verhogen van comfort blijkt niet altijd verenigbaar te zijn met energiebesparing, a fortiori met een EPC. Er werden in totaal over het volledige projectverloop 7 samenwerkingen opgestart tussen een kmo en Veolia/Etap rond een bepaald energiebesparingsproject. Geen van deze 7 dossiers leidden echter tot een realisatie. 

ESCO4Gent Project

  • Projectindiener: Quares
  • Consortiumleden: 3E, vzw Industrieweg, vzw Drongen I, Rebel (financiering), Blixt (juridische ondersteuning)
  • Werkgebied: Industrieweg en Drongen I (Gent)
  • Looptijd: okt 14 – sep 16
  • Enkele kernbegrippen: financieel model, zoektocht naar de geschikte organisatiestructuur, en gewenst schaalniveau, voorstellen ivm flankerend aanmoedigingsbeleid, businessplan.    

Het ESCO4Gent-project onderzocht gedurende twee jaar de mogelijkheden voor Energy Service. Companies of esco’s bij Vlaamse kmo’s. Daarbij werd sterk ingezet op een gebiedsgerichte aanpak, meer in het bijzonder op bedrijventerreinen. Een bedrijventerrein kan namelijk geografisch gemakkelijk worden afgebakend, en vaak is er al enige vorm van samenwerking en structuur aanwezig. Daarom werkte het ESCO4Gent-team op twee bedrijventerreinen die een goede afspiegeling zijn van het gemiddelde Vlaamse bedrijventerrein: Industrieweg Wondelgem en Drongen I. Op de bedrijventerreinen werd begonnen met het energieverbruik in te schatten door middel van een enquête die ook de kennis van esco-oplossingen peilde. Daarnaast werd ook de mogelijkheid ingeschat om energie-opwekkende installaties te plaatsen op beide bedrijventerreinen. Bij dit onderzoek kwam duidelijk de moeilijkheid naar boven om gegevens over energieverbruik te verkrijgen in Vlaanderen. Verkrijgen van EAN nummers, algemene energieverbruiken op straat- of terreinniveau, verkrijgen van volmachten voor opvragingen, e.d. zorgen voor arbeidsintensieve en dus dure onderzoeksprocessen.

Uit het financieel plan dat werd opgemaakt voor een kerngroep van 10 bedrijven op het terrein, is duidelijk gebleken dat een collectieve esco -aanpak rendabel is. De collectieve aanpak geeft schaalvoordelen, waardoor de kosten kunnen worden geminimaliseerd.
Initiële verkenningsrondes voor financiering maakten snel duidelijk dat er voldoende interesse is vanuit financiële partijen om esco’s te financieren. Er kan dus gesteld worden dat financiering geen obstakel vormt voor esco’s voor kmo’s.

De laagdrempeligheid en toegankelijkheid van het esco concept bij kmo’s is op dit moment echter beperkt, hetgeen remmend werkt op de implementatie van energie-efficiënte maatregelen bij kmo’s. De laagdrempeligheid heeft 2 aspecten:

  • Naamsbekendheid en kennis van het begrip esco: energetische optimalisatie is geen prioriteit voor kmo’s. esco -derdepartijfinanciering als manier van ontzorging heeft veel potentieel als concept, maar is te weinig bekend bij kmo’s om goed te kunnen doorbreken. Er is dus nood aan een informatiecampagne over het begrip esco.
  • De stap naar de echte realisatie van energie-efficiëntieprojecten is voor veel kmo’s moeilijk om te zetten, zowel op technisch als organisatorisch vlak. ESCo-derdepartijfinanciering moet een logische en eenvoudige stap zijn voor een kmo. Het regulerend kader moet dit ondersteunen.

ESCO4Oost-Vlaanderen

  • Projectindiener: POM Oost-Vlaanderen
  • Consortiumleden: Brontec, Conessence, KU Leuven, KAHO
  • Werkgebied: Haven van Gent, bedrijfsverzamelgebouwen en twee bedrijventerreinen in Oost-Vlaanderen.
  • Looptijd: nov 14 – apr 17
  • Enkele kernbegrippen: vereenvoudigde ESCO-aanpak, terreingebaseerd, ontwikkelen van tools, rol van EPC-facilitatoren.

Dit project bestond uit vijf werkpakketten: projectmanagement, communicatie, leren, werving en terreinwerk. Inhoudelijk zijn enkel de laatste drie van belang. 
Leren: Er werden drie masterclasses georganiseerd. Eén op 24/3/2015 over esco’s en energieprestatiecontracten, en twee in december 2016 in samenwerking met VLAIO over financiering van bedrijfsinvesteringen. Verder werd er een grondige strategische analyse opgesteld over de markt voor esco’s in kmo’s. Behoeften, obstakels en opportuniteiten werden uitgebreid behandeld. Er werden tenslotte standaardcontracten opgesteld die op de website van VLAIO werden geplaatst. Werving en terreinwerk: Een methodische analyse van welke bedrijven op de bedrijventerreinen potentieel geïnteresseerd zouden kunnen zijn bleek niet nodig. De werving lukte op basis van contacten met bedrijvenverenigingen, lokale kennis en netwerking. Uiteindelijk werd bij 12 bedrijven een quick-scan uitgevoerd met als doel het zoeken naar mogelijkheden voor een esco-contract. Slechts in twee gevallen werd besloten dat een EPC of een esco-aanpak niet opportuun was. In de looptijd van het project werden er twee contracten ondertekend. In de andere gevallen werd besloten tot uitstel, of ging men meteen aan de slag met een installateur op de klassieke manier. Het project werd afgerond met het opstellen van een rapport dat tot stand kwam na het afnemen van interviews met experten (uit eigen project, uit andere esco-projecten, uit kmo’s en esco’s…). Het resultaat is een overzicht van enkele kritische succesfactoren.