Decoratief

Corona als versneller van innovatie in de zorg

Van hype naar hulp

Beeldbellen met therapeut
Teleconsultatie met je therapeut

Tom Van Daele, onderzoeksleider aan Thomas More over het gebruik van technologie in de geestelijke gezondheidszorg.

Wist je dat de allereerste chatbot ooit een therapeutische chatbot was? Met chatbot Eliza wilde men in de jaren 60 aantonen dat het onmogelijk was om menselijk contact te digitaliseren. Niets bleek minder waar. Vanaf de jaren 90 groeide de aandacht voor technologische ontwikkelingen binnen de geestelijke gezondheid. Zo werd er toen al met Virtual Reality geëxperimenteerd, een technologie die nu nog steeds vrij exotisch klinkt.

Tegelijkertijd moeten we echter vaststellen dat deze technologische ontwikkelingen al te vaak beperkt bleven tot de onderzoeksruimte. Concrete toepassingen in de praktijk volgden eerder traag of helemaal niet. Daar zien we nu gradueel verandering in komen. Die shift van conceptualisatie naar effectiviteit en implementatie bestempelt Tom Van Daele, klinisch psycholoog, onderzoeksleider van de Expertisecel Psychologie Technologie & Samenleving aan Thomas More en auteur van het boek 'ePsychologie' als positief: “Er zijn heel wat technologische ontwikkelingen, maar het wordt pas interessant én nuttig wanneer we ze ook effectief inbedden in de praktijk. Een doordacht gebruik van technologie is cruciaal om het te doen slagen binnen de geestelijke gezondheidszorg.”

portret Tom Van Daele
“Er zijn heel wat technologische ontwikkelingen, maar het wordt pas interessant én nuttig wanneer we ze ook effectief inbedden in de praktijk. Een doordacht gebruik van technologie is cruciaal om het te doen slagen binnen de geestelijke gezondheidszorg.” 
Tom Van Daele
onderzoeksleider van de Expertisecel Psychologie Technologie & Samenleving aan Thomas More

Twee paden bewandelen 

Binnen de geestelijke gezondheidszorg kan technologische innovatie twee richtingen uit. Technologie kan bestaande zorg verbeteren, of ze kan complementair werken aan bestaande zorg en daarmee een totaal nieuw aanbod creëren.  

Tom: “In de eerste categorie optimaliseert technologie de klassieke patiënt-therapeutrelatie. Zo kunnen bepaalde applicaties steun en houvast bieden wanneer de therapeut niet ter beschikking is. Wearables, beeldbellen of VR zijn hier concrete voorbeelden van. Het gebruik van chatbots, waarbij je generieke informatieverstrekking automatiseert en digitaliseert, past binnen de tweede categorie. Hier ga je technologie inzetten om mensen op een andere manier te bereiken dan binnen de reguliere gezondheidszorg.” 

Onderzoek versus praktijk: van conceptualisatie naar effectiviteit 

Het omarmen van technologische veranderingen blijkt voor de geestelijke gezondheidszorg geen evidentie. Tom: “Omdat persoonlijk contact (het therapeutische gesprek) centraal staat en cruciaal is, zagen (en zien) zowel hulpverleners als hulpbehoevenden de meerwaarde die technologie kan bieden niet onmiddellijk. Als we hen voldoende informeren over het hoe en waarom van technologie dan merken we wel dat deze attitude kan veranderen. Zoals zo vaak moeten we erop wijzen dat het geen of/of verhaal is: het persoonlijke contact blijft de kern. Alleen kan technologie daar heel wat nuttige zaken aan toevoegen.” 

Technologie zonder of met een beperkte menselijke component werkt dan ook niet in deze sector volgens Tom. “Door corona zijn er enkele zelfhulptools publiek beschikbaar gesteld, zoals de app ‘Houvast’ van het Rode Kruis of de Geluksdriehoek tool. Dat zijn mooie initiatieven, maar aan dit soort tools is een inherent risico verbonden. Mensen kunnen zich dit niet eigen maken laat staan dat ze het langdurig volhouden. Standalone technologie, zonder menselijke omkadering of contact, werkt niet.” 

Dat toonde ook het EFRO-project eMen aan dat nu wordt afgerond en waarbij onder andere een tool werd ontwikkeld die na de nodige opleiding vrijblijvend werd aangereikt aan gebruikers. Daaruit bleek dat het aanleveren van technologie zonder strategische visie of planning niet werkt. 

 

e-Men 

e-Men is een project binnen Interreg NW Europe en wil een meer betaalbare, toegankelijkere en effectievere geestelijke gezondheid creëren. Om deze doelstelling te bereiken wil het internationale projectconsortium een transnationaal samenwerkingsplatform opzetten voor e-mentale productontwikkeling, testen, en valideren en voor het uitwisselen van implementatie-expertise en best practices. Hogeschool Thomas More (Mobilab en Toegepaste Psychologie) en het bedrijf Pulso Europe cvba nemen vanuit Vlaanderen deel aan dit project. 
 

 

Om technologie breder ingang te doen vinden in de sector is het ruimere implementatieverhaal voor Tom dan ook cruciaal. “Het gaat niet om technologie an sich, het gaat altijd om technologie in een specifieke context: wat kan je daar voor wie mee doen? De essentiële stap die we moeten zetten is die van de hype naar de hulp. Werkt wat we bedenken en uitvinden ook in de echte wereld? Helpt het patiënten en zorgverstrekkers? En zijn de eventuele gunstige effecten ook blijvend? Dit is een van de grootste uitdagingen de komende jaren.”

Vier werven: organisatie-, gebruikers-, overheids- en ontwikkelaarsniveau 

Op verschillende werven is er werk en winst te maken. Tom: “Op organisatieniveau is visieontwikkeling noodzakelijk. Technologie werkt enkel wanneer het op een doordachte manier geïntegreerd wordt in je werking. Een mooi voorbeeld is dat van The Human Link die systematisch bekijken wanneer je het best digitale vragenlijsten aanbiedt of wanneer beeldbellen aangewezen is. 

Vanzelfsprekend is ook de nodige competentieontwikkeling van gebruikers nodig. Wist je dat tijdens de eerste lockdownperiode in maart 2020 minder dan 10% van de zorgverleners de nodige kennis had over het gebruik van beeldbellen? Maar ook de digitale geletterdheid van zorgbehoevenden moet gepeild worden. Niet elke patiënt is mee met elke technologische evolutie.” 

De overheid kan ook een rol spelen door drempels weg te nemen en technologie betaalbaar, veilig en toegankelijk te maken. “De Vlaamse app store die tot stand kwam via een VLAIO COOCK-Corona-project is daar een mooi voorbeeld. Door als overheid aan te geven welke applicaties veilig zijn, neem je die verantwoordelijkheid weg bij de hulpverleners.” 

 

Vijf concrete aanbevelingen voor ondernemers

Tot slot is afstemming van de ontwikkelaars op persoonlijke noden, en op wat de sector wenst belangrijk. Tom geeft vijf concrete aanbevelingen voor ondernemers die in dit domein willen innoveren: 

  1. Als je iets ontwikkelt voor de geestelijke gezondheidszorg, doe dat dan ook met de sector. Zet in op multidisciplinair ontwikkelen. 
  2. Wees bewust van je doelgroep en stem je content of inhoud op hen af. 
  3. Voldoe aan het wettelijke kader en neem ethische normen in acht. Val je onder zorg of welzijn? Dit is vaak een evenwichtsoefening binnen de geestelijke gezondheid. Afhankelijk van de kaart die je wil trekken, zal je moeten nagaan aan welke standaarden je moet voldoen. 
  4. Betrek de eindgebruikers tijdens het proces. De geestelijke gezondheid heeft een zekere eigenheid waarbij menselijk contact centraal staat. Niet elke technologie leent zich daar toe.  
  5. Toon aan dat je de applicatie hebt geëvalueerd en dat ze werkzaam is. Hou daarbij rekening met het feit dat adoptie bij de ene moeilijker is dan bij de andere.
 

Andere uitdagingen  

Naast deze tips en tricks voor de implementatie van goede technologie in de geestelijke gezondheidszorg, ziet Tom nog drie andere uitdagingen waarvan ondernemers zich best bewust zijn: 

  1. Er zijn de hoge eisen rond onderzoek binnen de geestelijke gezondheidszorg. De snelheid waaraan nieuwe technologieën worden ontwikkeld, botst daardoor regelmatig met de relatieve traagheid van onderzoek.  
  2. Ook de markt vormt nog een uitdaging volgens Tom. “Vermarkting ligt gevoelig binnen de sector. Heel wat initiatieven ontstaan uit de non profit en de idee leeft dat je geen hulp mag aanbieden en er ook aan mag verdienen. Dat is een valse tegenstelling, maar ik verwacht hier helaas op korte termijn weinig verandering in. Bovendien kan ook de terughoudendheid van gebruikers/patiënten een spanningsveld vormen met de beperkte tijd die de ondernemer soms heeft om iets te ontwikkelen en op de markt te brengen.” 
  3. Tot slot zullen er in de toekomst naast privacyvraagstukken ook ethische vraagstukken naar boven komen. “Alle data die van jou beschikbaar zijn, bijvoorbeeld via sociale media en wearables, kan je potentieel therapeutisch inzetten. Maar mag dat? En vooral, wil je dat? En waar trek je de grens? Dat zijn zaken die in de toekomst nog naar boven zullen komen, maar nu moeten we ons eerst focussen op de implementatie en effectiviteit.”