Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Structurele vermindering

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 31 aug '17

De structurele vermindering is momenteel een automatische trimestriële vermindering van de werkgeversbijdragen voor alle werknemers in de private sector voor alle werknemers die volledig aan de sociale zekerheid onderworpen zijn. Het bedrag van de vermindering varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn prestaties.

In het kader van de taxshift wordt deze maatregel grondig hervormd in verschillende fasen:

  • Vanaf 1 april 2016 verlagen de basiswerkgeversbijdragen voor werknemers in categorie 1 zodat het faciaal tarief (het globaal basistarief) voor hen zakt tot 30%.
    De werkgeversbijdragen voor lagere lonen verminderen, door uitbreiding van de zone van de lage lonen in de structurele vermindering van €5.560,49 tot €6.900 per kwartaal.
    Daarnaast verlaagt voor categorie 1 het kwartaalforfait van de structurele vermindering van €462,6 tot €438 per kwartaal.
  • Vanaf 1 januari 2018 dalen de basiswerkgeversbijdragen verder voor categorie 1 zodat een faciaal tarief van 25% bereikt wordt.
    In de structurele vermindering komen de gemiddelde loonniveaus (tot €8.850 per kwartaal) nu ook in aanmerking voor de extra vermindering voor lage lonen. Wel verdwijnt voor categorie 1 het kwartaalforfait nu volledig, alsook het complement voor hoge lonen.
  • Voor 2019 is er geen verdere daling van het faciaal tarief voorzien.
    Vanaf 1 januari 2019 stijgt in de structurele vermindering nogmaals de kwartaalgrens voor lage lonen tot €9.035 per kwartaal. Dit betekent voor alle kwartaallonen beneden die grens een extra vermindering lage lonen. Deze extra vermindering is in verhouding het grootst voor de lonen het dichtst in de buurt van de kwartaalgrens.

Wie komt in aanmerking

Deze maatregel is van toepassing op zowel arbeiders als bedienden, op voorwaarde dat ze volledig aan de sociale zekerheid zijn onderworpen.

Het bedrag van de vermindering varieert o.m. in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort. In het stelsel wordt een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën:

  • categorie 1: alle arbeiders en bedienden die niet tot een andere categorie behoren (de restcategorie). Dit zijn de werknemers uit de private commerciële sector; de werknemers uit het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC nr. 318) en de werknemers uit het paritair comité nr. 327 (enkel de sociale werkplaatsen van de Vlaamse Gemeenschap);
  • categorie 2: alle werknemers van werkgevers die kunnen genieten van de Sociale Maribel, behalve het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC nr. 318) en de erkende beschutte werkplaatsen (PC nr. 327);
  • categorie 3: alle werknemers van erkende beschutte werkplaatsen in het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen (PC’s nr. 327.01, 02 en 03), behalve de sociale werkplaatsen van de Vlaamse Gemeenschap.
    Deze categorie wordt vanaf het tweede kwartaal van 2016 opgesplitst in 2 subcategorieën:
    • werknemers die onderworpen zijn aan de loonmatigingsbijdrage: valide werknemers tewerkgesteld in de beschutte werkplaatsen;
    • werknemers die niet onderworpen zijn aan de loonmatigingsbijdrage: de mindervalide werknemers tewerkgesteld in de beschutte werkplaatsen (categorie 3bis).

Omvang steun

De structurele vermindering wordt in 2 stappen berekend.

STAP 1 Er wordt een theoretische verminderingsbedrag (R) berekend, vertrekkend van de hypothese dat de werknemer volledige voltijdse prestaties geleverd heeft met de formule R = F + α x (S0 – S) +δ x (W – S1).

Het theoretisch forfaitair verminderingsbedrag (R) is samengesteld uit een vast forfaitair bedrag (F), een lagelonencomponent indien het refertekwartaalloon (S) lager is dan de vastgelegde loongrens S0 en een hogelonencomponent indien de loonmassa per tewerkstellingslijn die driemaandelijks wordt aangegeven hoger is dan de vastgelegde loongrens S1.

Dit geeft volgende formules voor de 3 categorieën met de parameters geldig voor de periode 1 april 2016 tot 31 december 2017:

Rcategorie 1 = 438 + 0,1369 x (7.178,76 – S) + 0,06 x (W– 13.942,47)
Rcategorie 2 = 24 + 0,2557 x (7.397,24 – S) + 0,06 x (W –12.989,19)
Rcategorie 3 = 438 + 0,1369 x (7.803,00– S) + 0,06 x (W –12.989,19))
Rcategorie 3bis = 420 + 0,1785 x (8.515,67– S) + 0,06 x (W –12.989,19)

STAP 2 Vervolgens wordt het reële verminderingsbedrag (Ps) berekend met de formule Ps = R x µ x b

Het reële verminderingsbedrag Ps mag nooit hoger zijn dan het theoretische verminderingsbedrag R.

Deze berekeningen worden in de praktijk automatisch door uw sociaal secretariaat berekend. Meer informatie kan u ook terugvinden in de Administratieve instructies van de RSZ - rubriek Structurele vermindering 

Cumulatie

De structurele vermindering is enkel cumuleerbaar met de voordelen van de Sociale Maribel en de doelgroepverminderingen. Indien een werknemer voor een zelfde tewerkstelling voldoet aan de voorwaarden voor meer dan één doelgroepvermindering, kan de werkgever toch slechts één enkele doelgroepvermindering per tewerkstelling genieten.

Deze maatregel kan worden gecumuleerd met tewerkstellingsmaatregelen die geen vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid inhouden.

Contact informatie

Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
U kan ook een vraag stellen aan het contactcenter van de RSZ  per telefoon of door gebruik te maken van het contactformulier.

RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 511 51 51

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP