Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling-EFRO Interreg

Bekijk PDFPagina printen
Laatste revisiedatum 30 okt '17

Het EFRO is een Europees structuurfonds dat subsidies verleent voor de medefinanciering van ontwikkelingsacties in de erkende gebieden. Deprojectmiddelen uit dit programma’s zijn bestemd voor consortia van overheden, onderzoeks- en kennisinstellingen, NGO’s enz...die transitieprojecten met een lange termijn perspectief wensen uit te voeren waarvan ondernemingen en burgers beter worden.Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling is één van de Europese structuurfondsen.

Europese structuurfondsen versterken de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de Europese Unie en dringen bestaande onevenwichtigheden tussen de regio's terug.  Zij ondersteunen acties die bijdragen tot duurzame economische ontwikkeling en tewerkstellingscreatie, en het realiseren van de objectieven van de Europa2020 - strategie voor een slimme, duurzame en inclusieve groei.

Dit gebeurt in het kader van 2 doelstellingen:

‘Investeren in groei en werkgelegenheid’: met nadruk op de minder ontwikkelde regio’s binnen de Unie;

‘Europese Territoriale Samenwerking’: ter bevordering van grensoverschrijdende,  transregionale en interregionale samenwerking;

EFRO Interreg is een verzamelnaam voor meerdere programma’s die - samen met andere EU Fondsen of programma’s (bijv. Horizon 2020) functioneren binnen hetzelfde EU 2020 kader gericht op duurzame groei en jobs.

Samen met het EFRO Vlaanderen programma vormen Interreg programma’s het EFRO luik van het Cohesiebeleid in Vlaanderen. Binnen dit EFRO luik wordt volop gefocust op de transformatie of structurele aanpassing van onze regionale economie.

Vlaanderen heeft de keuze gemaakt om deze programma’s in grote mate in te zetten als een versterkend instrument ten opzichte van het programma EFRO Vlaanderen.

Elk programma is georganiseerd volgens vooraf afgebakende geografische regio’s (een grensregio, een groepering van meerdere landen, heel de EU28…) waarvoor een meer-jaren actieprogramma met gedeelde prioriteiten en uitdagingen overeengekomen werd door de deelnemende EU lidstaten en regio’s als Vlaanderen.

Er zijn drie soorten programma’s binnen die Vlaanderen beheert en uitvoert in samenwerking met andere regio’s:

Grensoverschrijdende programma's

Dit zijn programma’s die gericht zijn op samenwerking tussen aangrenzende regio’s van buurlanden. Vlaanderen neemt deel aan 4 programma’s met volgend EFRO budget:

  • Grensregio Vlaanderen- Nederland (€152 miljoen);
  • Euregio Maas-Rijn (€96 miljoen);
  • Frankrijk (€170 miljoen);
  • 2 Seas (€257 miljoen).

Transnationale programma's

Dit zijn programma’s die een groter gebied beslaan en gericht zijn op een bredere samenwerking tussen meer regio’s. Vlaanderen neemt deel aan twee programma’s met volgend EFRO budget:

  • Noordzee Regio (€167 miljoen);
  • Noordwest Europa (€396 miljoen).

Interregionale programma's

Dit zijn meer thematische samenwerkingsverbanden tussen regio’s en kennen geen geografische afbakening in tegenstelling tot de vorige twee programma’s. Vlaanderen neemt deel aan drie programma’s met volgend EFRO budget:

  • Interreg (€359 miljoen);
  • URBACT (€74 miljoen);
  • INTERACT (€39 miljoen).

Wie komt in aanmerking

De publieke projectmiddelen uit deze programma’s zijn bestemd voor consortia van overheden, onderzoeks- en kennisinstellingen, het bedrijfsleven en NGO’s die transitieprojecten met een lange termijn perspectief wensen uit te voeren waarvan ondernemingen en burgers beter worden.

Als dusdanig vormen ze geen financieringskanaal voor individuele bedrijfsprojecten of voor projecten met een korte termijn perspectief.

De uiteindelijke begunstigden van Interreg projecten zijn ondernemingen en burgers in heel Europa.

Projecten hebben een hoog open innovatie gehalte en mogen geen onmiddellijk commercieel en/of winstgevend karakter hebben. Verder moeten ze passen binnen wettelijke beperkingen inzake staatssteun.

Bij de interregionale programma’s is er de facto geen ruimte voor bedrijven om een voorstel in te dienen.

Wat komt in aanmerking

Alle Interreg programma’s focussen op een beperkt aantal aspecten van kernthema’s uit EU2020 die op hun beurt doorvertaald werden naar de context van een programmagebied:

  • Overgang naar een kenniseconomie en versterking van innovatie;
  • Overgang naar een koolstofarme economie;
  • Versterken van het concurrentievermogen van kmo’s;
  • Valorisatie en duurzaam gebruik van milieu en/of hulpbronnen.

Kernthema’s als klimaatverandering en een verbetering van de levenskwaliteit voor burger kleuren verder mee de invulling van deze thema’s.

Het doel van EFRO Interreg is het mee stimuleren van transities binnen scherp afgebakende onderdelen van bovenstaande domeinen en waarvoor een geïntegreerde internationale aanpak vereist is door een veelheid aan spelers, sectoren en bestuursniveaus.

Projecten hebben een hoog open innovatie gehalte en mogen geen onmiddellijk commercieel en/of winstgevend karakter hebben. Verder moeten ze passen binnen wettelijke beperkingen inzake staatssteun.

Omvang steun

De Interreg programma’s waarin Vlaanderen participeert beschikken over een gezamenlijk EFRO budget van ruim €1 miljard aan EFRO middelen

De grensoverschrijdende en transnationale programma's kunnen tot 50% à 60% financieren van de totaal goedgekeurde projectkosten. In het geval van interregionale samenwerkingsprogramma’skan dit oplopen tot 85%.

De overige financiering wordt (aan)gedragen door de projectindieners. Deze kunnen hiervoor eventueel aankloppen bij de bevoegde Vlaamse minister, andere overheden of private partijen. Van projectindieners wordt steeds een minimale eigen bijdrage verwacht. In het kader van Interreg bedraagt een eigen bijdrage van minimaal 20% een aangewezen praktijk.

De hoogte en het percentage aan EFRO en andere publieke financiering(en) is in geval van dossiers waar staatsteunregels gelden wel afhankelijk van de EU voorschriften hieromtrent.

De toegekende subsidie binnen een EFRO-project valt uitzonderlijk onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimissteun steun aan bedrijven over drie jaar gespreid niet meer dan €200.000 bedragen. Voor meer informatie zie www.vlaio.be/artikel/staatssteun. Voorbeelden: het project CrossCare valt onder de-minimis, het project CrossRoads2 valt er niet onder.

Aanvraagprocedure

Interreg programma’s werken met vooraf gepubliceerde en regelmatige projectoproepen. Projectdossiers worden via een online platform ingediend tijdens projectoproepen.

Zowat alle programma’s werken met een 2-staps procedure:

stap 1: aanvragers dienen een projectconcept in waarna een 1ste preselectie plaatsvindt;
stap 2:  aanvragers die gepreselecteerd werden, worden uitgenodigd een volledig uitgewerkt projectdossier in te dienen, waarna een finale selectie plaatsvindt.

De termijnen voor het doorlopen van de 2 stappen varieert per programma. Reken op een periode tussen de 7 en 12 maanden van indiening van een concept t.e.m. beslissing over een uitgewerkt projectdossier.

Beslissingen over preselectie of finale selectie worden genomen door een Comité van Toezicht waarin politiek-ambtelijke vertegenwoordigers zetelen van de regio’s die een programmagebied uitmaken. De programmasecretariaten lichten de projectdossiers vooraf technisch door en brengen een onafhankelijk advies uit ten aanzien van het Comité van Toezicht.

Contact informatie

Meer informatie over de contactpunten kan u terugvinden via deze link: www.vlaio.be/sites/default/files/documenten/ef_sleutelcontacten_interreg_website2.pdf

Agentschap Innoveren & Ondernemen
Entiteit Europa Economie
Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
T 02 553 38 63
F 02 502 47 02
economie.europa@vlaanderen.be

Laatste wijzigingen

Bekijk de laatste wijzigingen aan deze steunmaatregel.


UP