Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Wettelijk kader

De juridische grondslag voor deze subsidiemaatregel bestaat uit volgende bepalingen:

Vlaams

Art. 41, §4, c) van het decreet van 21 december 2001 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, dat bepaalt dat het Hermesfonds alle uitgaven voor zijn rekening neemt die voortvloeien uit elke andere uitgave die kadert in het sociaal, economisch en regionaal beleid van de Vlaamse Regering.
Art. 60, vierde lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012, waarin wordt bepaald dat de minister, bevoegd voor de Economie, een delegatie heeft om uitgaven kleiner of gelijk aan 500.000 euro die passen in het sociaal, economisch en regionaal beleid van de Vlaamse regering, aan te gaan.

Europees

De steun die in het kader van deze subsidiemaatregel wordt gegeven wordt  beschouwd als de-minimissteun, zoals bepaald in verordening (EG) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352), en alle latere wijzigingen van die verordening.

De de-minimis regeling biedt de mogelijkheid om steun toe te kennen aan ondernemingen gelimiteerd tot 200.000 euro per 3 jaar. De periode van 3 jaar heeft een rollend karakter. Het is belangrijk te weten dat alle overheidssteun die onder de-minimis valt meetelt om te bepalen of de limiet van 200.000 euro per 3 jaar al dan niet overschreden wordt. Indien de onderneming een verbonden onderneming is, gelden deze ‘de minimis’-drempels voor het groepsniveau van de verbonden ondernemingen.


UP