Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Welke uitgaven komen in aanmerking voor strategische investerings- en opleidingssteun?

Opleidingssteun

Voor opleidingssteun moeten de ‘subsidiabele’ opleidingskosten minstens 250.000 euro voor kleine onderneming en 300.000 euro voor een middelgrote of grote onderneming bedragen.

Onder subsidiabele opleidingskosten moet worden verstaan opleidingen die bijkomend zullen gegeven worden dankzij de opleidingssteun. De onderneming dient dus onderscheid te maken tussen een situatie waarbij ze wel én geen steun ontvangt. Het verschil tussen beide scenario’s, ofwel de meeruitgaven, is subsidiabel. Wettelijk verplichte opleidingen en specifieke opleidingen die niet overdraagbaar zijn, komen niet in aanmerking. Er bestaan echter wel enkele uitzonderingen.

Om de subsidiabele opleidingskosten te berekenen, werd een rekenmodule ontwikkeld die de onderneming dient in te vullen.

Investeringssteun

Voor investeringssteun moeten de ‘subsidiabele’ investeringen minstens 8 miljoen euro bedragen. Voor grote ondernemingen moeten deze investeringen bovendien uitgevoerd worden in één van de gemeenten uit de regionale steunzone. Een overzicht van deze gemeenten voor de periode 2007-2013.

Onder subsidiabele investeringen moet worden verstaan de totale investeringsuitgaven na aftrek van 10 % van de som van de afschrijvingen van de laatste drie boekjaren die bij de Nationale Bank van België neergelegd en beschikbaar zijn.

Gecombineerde steun

Er kan ook een dossier worden ingediend voor een combinatie van opleidingssteun en investeringssteun. De minimale ‘subsidiabele’ uitgaven bedragen dan 8.250.000 euro voor kleine ondernemingen en 8.300.000 euro voor middelgrote of grote ondernemingen, zijnde 8.000.000 euro aan investeringen en 250.000 euro of 300.000 euro voor opleidingsuitgaven.

De investeringen of opleidingen moeten gerealiseerd worden binnen een termijn van 3 jaar na de starttoelating.

 


UP