Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Wat is de subsidie ter compensatie van indirecte emissiekosten?

Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) verplicht de deelnemende ondernemingen een hoeveelheid emissierechten in te leveren die overeenstemt met de hoeveelheid CO2-equivalent die zij tijdens het voorgaande jaar hebben uitgestoten. Aangezien de elektriciteitssector de CO2-kosten kan doorrekenen in de elektriciteitsprijs, komt de financiële last van de aankoop van emissierechten terecht bij de verbruikers van de elektriciteit. Elektriciteits-intensieve afnemers verliezen daardoor aan concurrentiekracht ten opzichte van bedrijven in regio’s met een minder ambitieus klimaatbeleid.

De Europese Commissie stelde in 2012 staatssteunregels op die de contouren vastlegden voor nationale steunmaatregelen ter compensatie van dit concurrentieel nadeel. Zo mag de steun de kosten niet volledig compenseren en dient hij af te nemen in de tijd (degressief tot 2020).

Met de compensatie indirecte emissiekosten wil de Vlaamse overheid bedrijven -binnen de krijtlijnen van de Europese staatssteunregels- maximaal compenseren voor deze indirecte CO2-kosten. Op die manier wil ze het concurrentieel nadeel wegwerken en vermijden dat deze bedrijven genoodzaakt zijn zich te delokaliseren naar landen buiten de Europese Unie.

15 bedrijfstakken komen hiervoor in aanmerking. Dat zijn onder andere producenten uit de aluminium-, staal-, kunstmest-, papier- en chemische sector (zie Wie komt in aanmerking?).

Deze maatregel kadert enerzijds in het Europees beleid over handel in broeikasgasemissierechten dat lidstaten de mogelijkheid geeft om de meerprijs van elektriciteit ten gevolge van deze emissiehandel te compenseren bij specifieke energie-intensieve bedrijfstakken, en anderzijds in het Vlaams Mitigatieplan 2013-2020 dat uitvoering geeft aan het voornoemde Europees beleid.


UP