Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Wanneer komt een aanvraag in aanmerking?

De aanvraag komt in aanmerking voor een compensatie indirecte emissiekosten indien de onderneming:

  • voldoet aan de definitie van een onderneming als vermeld in het decreet van 16 maart 2012 (zie Wat is het wettelijk kader?) (Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) art. 1, 13°)
  • over 1 of meer installaties in het Vlaamse Gewest beschikt (BVR art. 4, zie ook definitie installatie BVR art. 1, 13°);
  • een activiteit uitoefent die behoort tot 1 van 15 specifieke NACE-codes (BVR art. 5);
  • voor de indieningsdatum van de steunaanvraag gedurende het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt en voor de vestigingen met installaties waarvoor steun wordt aangevraagd, toegetreden is tot de energiebeleidsovereenkomst die voor de onderneming van toepassing is. Ondernemingen die niet meer kunnen toetreden tot een energiebeleidsovereenkomst die op hen van toepassing is, moeten toetreden tot de nieuwe energiebeleidsovereenkomst die voor de onderneming van toepassing is vanaf de inwerkingtreding ervan (BVR art. 3, Ministerieel Besluit (MB) art. 3);
  • voor de eerste twee installaties waarvoor zij steun vraagt een minimaal elektriciteitsverbruik heeft van 1 GWh per installatie (BVR art. 14);
  • op indieningsdatum geen achterstallige schulden heeft bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Dit zijn achterstallige schulden van 3.000 euro of meer, ongeacht of er een bezwaar of beroep tegen een vordering van de RSZ werd aangetekend. Schulden waarvoor de onderneming een afbetalingsplan heeft dat ze respecteert, worden niet als achterstallig beschouwd (BVR art. 2, MB art. 2);
  • geen procedure op basis van Europees of nationaal recht heeft lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd (BVR art. 2);
  • de aanvraag tijdig en via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van het Agentschap Ondernemen ingezonden heeft.

De deadline voor het indienen van de aanvraag is 31 maart in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.

De onderneming wordt geïdentificeerd op basis van haar ondernemingsnummer.

Aanvraagprocedure

De aanvraag moet tijdig ingediend worden via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van het Agentschap Innoveren & Ondernemen volgens onderstaande procedure:

  1. U vult het aanvraagformulier volledig in en stuurt het gelijktijdig naar het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV) via cie@vbbv.be en naar het Agentschap Ondernemen via emissiekosten@agentschapondernemen.be. De deadline voor indiening is 31 maart in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.
  2. Het verificatiebureau verifieert de gegevens die u in uw aanvraag hebt opgegeven en vraagt desgevallend bijkomende info op. Indien nodig wordt het aanvraagformulier aangepast (in overleg met en bij voorkeur door de onderneming).
  3. Het VBBV verstuurt aan u en het Agentschap Innoveren & Ondernemen het verificatierapport en de definitieve versie van het aanvraagformulier.
  4. U stuurt een PDF-versie van het definitieve aanvraagformulier en de ondertekende verklaring op erewoord uiterlijk binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verificatierapport op naar het Agentschap Innoveren & Ondernemen en dat via volgend e-mailadres:  emissiekosten@agentschapondernemen.be

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen beoordeelt of de onderneming voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, het BVR en de uitvoeringsbesluiten. Het Agentschap Innoveren & Ondernemen berekent de subsidie conform de regels uit het Besluit van de Vlaamse Regering en neemt bij delegatie van de bevoegde minister een beslissing over de subsidieverlening.

Het Agentschap Innoveren Ondernemen brengt u vervolgens schriftelijk op de hoogte van de beslissing of er al dan niet steun wordt toegekend en desgevallend de hoogte van het steunbedrag.

Beroepen tegen de beslissing kunnen worden ingediend bij het Agentschap Innoveren & Ondernemen volgens de gebruikelijke beroepsmogelijkheden.


UP