Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Waaruit bestaat de energieprijs?


Producent - netbeheerder - leverancier

Sinds de liberalisering van de energiemarkt zijn meerdere actoren betrokken bij de productie, het transport en de distributie van elektriciteit en aardgas (producenten, netbeheerders en leveranciers). Elk van hen vraagt een vergoeding voor de geleverde diensten. Het hangt echter af van de energieleverancier die de uiteindelijke factuur opmaakt, of de verschillende vergoedingen ook voor de klant te onderscheiden zijn. Globaal kan men stellen dat de energiefactuur bestaat uit drie delen, die hierna afzonderlijk besproken worden:

  1. energieprijs, bepaald door de leverancier
  2. distributie - en transportkosten, netbeheerders
  3. taksen en heffingen, opgelegd door de verschillende overheden

Schematisch ziet het er als volgt uit:

De verbruik- en vermogentermen worden door de elektriciteitsleverancier aangerekend. Vaak wordt er door de leverancier geen vermogenterm (bij afname hoogspanning) meer aangerekend. Wel zullen bijna steeds de elektriciteitsdistributiekosten deels afhankelijk zijn van het opgenomen vermogen. De zeer grote aardgasverbruikers kunnen ook een vermogensterm onder de vorm van het aardgasverbruik per uur aangerekend krijgen.
De transport- en distributiekosten van de netbeheerders worden via de leveranciers doorgerekend aan de klant. Deze kosten, samen met de door de overheid geïnde taksen staan op één factuur.

In principe zouden de kosten transparant moeten worden doorgerekend. Dit wil zeggen: de klant zou nauwkeurig de tarieven moeten kennen waaraan hij wordt gefactureerd.

Energieprijs

De enige component waar uw leverancier rechtstreeks een invloed op heeft, is de energieprijs omdat deze vrij bepaald wordt. Deze omvat over het algemeen:

  • Jaarlijks of maandelijks te betalen: abonnementsvergoeding
  • Per kWh:
    • kostprijs van de elektriciteit/aardgas
    • doorrekening van kosten en boetes voor groene stroom- en WKK-certificaten (bij elektriciteit)

De grootte van deze componenten wordt bepaald in het leveringscontract dat tussen de leverancier en de afnemer wordt afgesloten. In principe kunnen hier allerlei voorwaarden en formules worden opgenomen om rekening te houden met variërende prijzen op de energiemarkt.

HoogspanningsmastDistributie- en transportkosten

Door de distributie- en transportnetbeheerder wordt een vergoeding voor de distributie en het transport van elektriciteit en aardgas aangerekend. Merk op dat de tarieven van de distributienetbeheerders slechts op vastgestelde tijdstippen aangepast worden en dat hiervoor goedkeuring van de overheid nodig is (CREG). De transportkosten voor elektriciteit (netten >70 kV) zijn voor transportnetbeheerder Elia.
De transportkosten voor aardgas dekken het gedeelte van het vervoer via het aardgasnetwerk onder hoge druk. In België wordt het netwerk beheerd door Fluxys. De distributiekosten dekken het gedeelte van het vervoer via het aardgasnetwerk onder lage druk, de werkingskosten van de distributienetbeheerder en de kosten voor de meteropname.

Welke distributienetbeheerders?

In Vlaanderen zijn veel distributienetbeheerders actief. Deze wordt aan u toegewezen op basis van de locatie waar uw bedrijf zich bevindt. Uw distributienetbeheerder kan u opzoeken via de website van de VREG.

Zeven distributienetbeheerders doen een beroep op Eandis om de exploitatietaken op hun grondgebied uit te voeren: Gaselwest, IMEA, Imewo, Intergem, Iveka, Iverlek en Sibelgas.

Infrax is een samenwerkingsverband tussen vier zuivere opdrachthoudende verenigingen: InterEnerga, Iveg, Infrax West en PBE (enkel elektriciteit)

Verder zijn er nog enkele onafhankelijke distributienetbeheerders voor specifieke regio’s:

  • DNB-BA (Distributienet-Beheer Brussels Airport) (enkel elektriciteit binnen de perimeter van de luchthaven Brussel-Nationaal)
  • ELIA (enkel elektriciteit aan hoogspanningsklanten aangesloten op het plaatselijk vervoersnet en transportnet)
  • INTERGAS ENERGIE BV (enkel aardgas voor inwoners Baarle Hertog)

Taksen en heffingen (overheid)

Door diverse overheden worden taksen en heffingen op het energieverbruik toegepast. Grootverbruikers in bepaalde sectoren en bedrijven met een energieovereenkomst met de overheid zijn vrijgesteld van een aantal heffingen.

1. Federale energiebijdrage op energie

De federale bijdrage elektriciteit bestaat uit de volgende componenten:

  • De financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG);
  • De financiering van de denuclearisatie van de sites in Mol*
  • De financiering van de reductie van de emissie van broeikasgassen (Kyoto)*
  • De financiering van sociale maatregelen
  • De financiering van de toepassing van maximumprijzen voor beschermde klanten

* Opmerking:
Het deel van de geleverde elektriciteit dat werd opgewekt op basis van hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling is vrijgesteld van de heffingen denuclearisatie en Kyoto in de federale bijdrage. Op basis van het jaarverbruik worden de heffingen degressief toegepast vanaf 20 MWh.

De federale bijdrage gas bestaat uit de volgende componenten:

  • CREG-fonds : de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG);
  • Sociaal Energiefonds : de financiering van de sociale maatregelen voorzien door de wet van 4 september 2002 (dienstverlening hulpbehoevenden inzake energie via OCMW's).

2. Doorgerekende boetes (elektriciteit)

Waar de heffingen kunnen opgevat worden als een rechtstreekse taks van de overheid voor rekening van de verbruiker, vindt men op facturen ook de bijdragen ‘groene of hernieuwbare energie’ en ‘warmtekrachtkoppeling’ (WKK) terug. De Vlaamse overheid verplicht de elektriciteitsleveranciers een minimaal percentage groene energie of energie uit WKK-installaties aan te bieden. Als bewijs moeten de leveranciers groenestroomcertificaten en WKK-certificaten voorleggen aan de Vlaamse overheid. Bij een tekort aan certificaten moeten de leveranciers een boete betalen aan de Vlaamse overheid. De aankoop van certificaten en de boete voor ontbrekende certificaten worden doorgaans onder de vorm van een bijdrage doorgerekend aan de eindverbruikers.

3. Bijdrage op energie (aardgas)

Deze bijdrage wordt aangerekend conform de programmawet van 27 december 2004 en wordt geheven op energieproducten waaronder ook aardgas en elektriciteit. De opbrengst van de energiebijdrage is bestemd voor het Fonds voor het financieel evenwicht in de sociale zekerheid.

4. Toeslag beschermde klanten (aardgas)

Deze toeslag wordt aangerekend op het aardgasverbruik vanaf 1 januari 2004 en is bestemd voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van maximumprijzen voor de levering van gas aan residentiële beschermde klanten.


UP