Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Opticien

Wie de activiteit van opticien wil uitoefenen, moet naast de basiskennis bedrijfsbeheer ook de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen.

Wat verstaat men onder 'opticien'?

Onder de activiteit van opticien moet worden verstaan:

  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van artikelen om het zicht van de mens te verbeteren of te compenseren,
  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van kunstogen.

Uitzondering

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering: 

  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van:
    • monoculaire vergrootglazen,
    • verrekijkers,
    • microscopen en telescopen, die niet bestemd zijn als visueel hulpmiddel voor slechtzienden,
    • zonnebrillen zonder incorporatie van gezichtsverbetering of compensatie van het gezichtsvermogen.
  • het verkopen van:
    • contactlenzen,
    • voorgemonteerde loepbrillen.

Welke kennis moet u bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid:

  • goede kennis toegepast op het beroep van opticien, van:
    • wiskunde;
    • fysica;
    • scheikunde;
    • biologie: cytologie, histologie, genetica;
    • anatomie : vitale organen en functies;
    • microbiologie;
    • algemene en oculaire farmacologie;
    • algemene en oculaire pathologie;
    • oculaire anatomie en fysiologie;
  • goede kennis van:
    • fysiologische, meetkundige, fysische en instrumentale optica: schematische modellen van het oog, accommodatie, convergentie, dioptrieën, entoptische fenomenen, kwaliteit van het retinaal beeld, stralingen en het oog, binoculair zicht, kleurenzicht, waarnemen van vormen en van licht, gezichtsveld, ontwikkeling van het zicht en zijn veranderingen, refractie doorheen een sferisch of een plano vlak, evenwijdige scheidingsvlakken, dunne lenzen, dikke lenzen en geconcentreerde systemen, gecentreerde afocale systemen en toepassingen, sferocilindrische glazen, dunne prisma’s, spiegels, optiek van de golven, interactie tussen licht en stof, polarisatie, scheidingsvermogen en resolutiegrens, fotometrie, aberraties en diafragma ;
    • optometrie;
    • “low vision”;
    • visuele ergonomie;
  • goede kennis van de volgende fabricage-, aanpassings- en montagetechnieken:
    • de glazen:
      • de fysische en optische kenmerken van oftalmische glazen en van glazen met additie;
      • de verschillende types van glazen;
      • de oftalmische prisma’s en de prismatische effecten van glazen;
      • de asferische oppervlakken;
      • de multifocale glazen;
      • de problemen inherent aan de fabricage van correctieglazen;
      • de filterglazen;
      • de ontspiegelde glazen en de ontspiegelingsbehandelingen;
      • de schokresistentie;
      • de montagenormen en -schema’s;
    • de contactlenzen:
      • de verschillende types en materialen;
      • de optische kenmerken;
      • onderhoud en onderhoudsproducten;
      • complicaties gedurende en na het aanpassen, en de allergische reacties;
    • de monturen:
      • de fysische kenmerken en biocompatibiliteit van de materialen;
      • de specificaties en de nomenclatuur van montuuronderdelen;
      • de biometrie van het hoofd en het aangezicht;
      • de oppervlaktebehandelingen;
      • de meetsystemen;
      • esthetische aspecten die de keuze van het montuur bepalen;
      • de visuele hulpmiddelen voor slechtzienden;
    • goede kennis van de gebruikelijke instrumenten;
  • het kunnen:
    • uitvoeren van alle stadia voor het correct monteren van de glazen, met inbegrip van de voorafgaande metingen, de bestelbon, de montagefiche, het kiezen van de glazen en van het montuur, het controleren en centreren van de glazen met de frontofocometer, met sfero-cylindrometer en door observatie, met naleving van de geldende montagetechnieken en –normen;
    • symmetrisch uitrichten, passen en aanpassen van de  visuele uitrusting;
    • adviseren van de klant inzake ametropie, alsmede over het gebruik, het dragen, de draagwijdte, de beperkingen en het onderhoud van de visuele uitrusting;
    • onderhouden en herstellen van monturen;
    • inzake slechtzienden: het meest aangewezen visuele hulpmiddel voor het probleem en het voorschrift selecteren, de metingen uitvoeren, de parameters van de uitrusting berekenen, controleren, monteren, passen, aanpassen en onderhouden van de visuele hulpmiddelen;
    • de gebruikelijke apparatuur en uitrusting gebruiken;
    • inzake kunstogen: alle noodzakelijke werken voor het maken, aanbrengen, onderhouden van kunstogen en het geven van instructies aan de klant;
    • de klant informeren over de prijs en de voorwaarden voor tussenkomst van de organismen van sociale zekerheid en verzekeringen voor de verschillende uitrustingen;
    • de Belgische en Europese richtlijnen inzake fabricage en montage (ISO-normen) toepassen;
  • goede kennis van de deontologie van het beroep, met name de relaties met de klanten, de medici en aanverwante beroepen, de confraters en de verzekeringsorganismen in de gezondheidszorg.

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Waar moet u de basiskennis bedrijfsbeheer en sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

Alleen een erkend ondernemingsloket is bevoegd en dat naar aanleiding van een aanvraag tot inschrijving als handels- of ambachtsonderneming in de KBO.

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie.
Het examen handelt over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 17 van het KB van 21/12/2006.


UP