Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Moet ik een energiebeleidsovereenkomst (EBO) afsluiten?

Energie-intensieve industriële bedrijven (vanaf een primair jaarlijks energieverbruik van 0,1PJ) kunnen een energiebeleidsovereenkomst afsluiten met het Vlaamse Gewest. Hierdoor engageren deze bedrijven zich om een aantal energiebesparende maatregelen reeds uit te voeren in de periode 2015-2020. Het Vlaamse Gewest op haar beurt engageert zich om geen specifieke bijkomende Vlaamse maatregelen op te leggen gericht op verdere energie-efficiëntie of CO2-reducties met betrekking tot hun activiteiten die binnen deze energiebeleidsovereenkomst vallen. Door het ondertekenen en navolgen van de overeenkomst kunnen deze bedrijven ook in aanmerking komen voor een aantal steunmaatregelen en de vermindering van een aantal bijdragen.

Er bestaan momenteel twee type energiebeleidsovereenkomsten voor de energie-intensieve industriële bedrijven. Eén voor bedrijven die onder het systeem van de verhandelbare emissierechten vallen (VER-bedrijven) en één voor de niet-VER-bedrijven. De verhandelbare emissierechten maken deel uit van het EU Emissions Trade System (ETS).

De energiebeleidsovereenkomsten gestart in 2015 zijn de opvolgers van de benchmarking- en auditconvenanten uit de vorige jaren en hebben strengere krachtlijnen. Zo is de ambitie op vlak van energiebesparing opgetrokken. Bedrijven moeten hun processen laten doorlichten en een energieplan opstellen om maatregelen vanaf een bepaalde IRR (internal rate of return) uitvoeren in een bepaalde termijn.

Voor bedrijven die onderworpen zijn aan de verhandelbare emissierechten (VER) moeten alle mogelijke maatregelen met een IRR (internal rate of return) vanaf 14% in het energieplan worden uitgevoerd, andere bedrijven moeten alle investeringen met een IRR vanaf 12,5% uitvoeren. Voor maatregelen waarvan uit de doorlichting blijkt dat ze een IRR hebben van meer dan 10%, maar minder dan 12,5 respectievelijk 14%, wordt er jaar na jaar bekeken of de investering inmiddels een hogere IRR heeft. Maatregelen met een IRR tot en met 10% worden uitgesloten en dienen dus niet meer jaarlijks herberekend te worden.

Bedrijven moeten ook een potentieelstudie kwalitatieve warmtekrachtkoppeling uitvoeren en de toepasbaarheid van warmte- en koudenetten onderzoeken.

Er wordt meer flexibiliteit voor de bedrijven ingebouwd: ze mogen alternatieve maatregelen voorstellen als die dezelfde energiebesparing met zich brengt.

De “pardonnabiliteit”, al toegepast bij de economische crisis van 2008, wordt geofficialiseerd. In geval van uitzonderlijke economische omstandigheden, kunnen bepaalde verplichtingen worden uitgesteld.

Het is, tenslotte, niet langer verplicht met externe energiedeskundigen te werken. Het Verificatiebureau EBO kan dit wel opleggen als dit nodig blijkt uit een afgekeurd energieplan.

Meer informatie?

www.ebo-vlaanderen.be

www.energiesparen.be/toetreding-bedrijven-tot-de-energiebeleidsovereenkomsten-2015-2020 van het Vlaams Energieagentschap (VEA).


UP