Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Leidraad voor lokale besturen

'Ruimte voor bedrijvigheid –een leidraad voor lokale besturen’

is een publicatie in opdracht van het Agentschap Innoveren & Ondernemen om schepenen en ambtenaren lokale economie te ondersteunen in het ontwikkelen van een bedrijfshuisvestingsbeleid.

De leidraad bevat handvaten om de huidige bedrijvigheid en  het bestaande aanbod aan bedrijfsruimte in kaart te brengen, maar ook om de toekomstige vraag en aanbod aan bedrijfsruimte te onderzoeken. Vanuit de bepaling van zijn specifieke sterktes en zwaktes, kan de gemeente prioriteiten naar voren schuiven en acties uitrollen, al dan niet i.s.m. anderen en afhankelijk van de rol die ze wenst te vervullen. Ook wat dat betreft, wenst de leidraad te inspireren en te informeren.

De missie van de leidraad is volbracht wanneer het de lokale besturen aanzet om het thema bedrijfshuisvesting op de gemeentelijke agenda te plaatsen, daarbij weloverwogen keuzes worden gemaakt en de gemeente in staat is op een doelmatige manier met partners –zowel publieke als private- samen te werken.

Methodiek voor de raming van de behoefte aan bedrijventerreinen in het Vlaams Gewest: Technische handleiding

In deze leidraad wordt er gerefereerd naar een aantal publicaties,

waarvan het grootste deel hier worden op gelijst.

1. ‘Subsregionaal speerpuntenbeleid in Vlaanderen’, stORE, 2013

Een eerste deel van de studie poogt het materiaal rond ‘strategische economische activiteiten’ te verzamelen en te reduceren tot een bruikbare set. Op een exploratieve manier wordt in kaart gebracht waar de ‘strategisch economische activiteiten’ zich in Vlaanderen bevinden. Een tweede deel van de studie tracht de slimme specialisaties binnen Vlaanderen, die in verschillende contexten werden ontwikkeld, in enkele consistente ruimtelijke beelden voor Vlaanderen te synthetiseren. Er wordt dus gezocht naar een ruimtelijke typologie en synthese. In de laatste fase zullen er vanuit de voorgaande onderzoekstappen beleidsaanbevelingen voor de verruimtelijking van het Nieuw Industrieel Beleid vanuit een subregionaal perspectief worden geformuleerd.

2. ‘Vestigingsgedrag van bedrijven in Vlaanderen, een analyse in functie van het ruimtelijk economisch beleid’, STOIO, 2008

Dit onderzoek werd uitgevoerd in de context van het Steunpunt Ondernemen en Internationaal Ondernemen (STOIO) onder het thema ‘Economische Geografie’. Er werd gevraagd om in functie van het ruimtelijk economisch beleid het vestigingsgedrag van bedrijven in Vlaanderen diepgaand te analyseren en van hieruit suggesties te doen voor een aangepast beleid inzake de segmentering van bedrijfslocaties. De analyse gebeurde op basis van de enquête die in functie van het Strategische Plan Ruimtelijke Economie (SPRE) werd uitgevoerd.

3. Strategisch Plan Ruimtelijke Economie – eindrapport

Het SPRE had als taak de niet altijd gemakkelijke relatie tussen economie en ruimte in beeld te brengen en een wetenschappelijk visie voor Vlaanderen uit te werken. Op deze basis wordt het mogelijk om ruimtelijk-economische thema’s beleidsmatig op een coherente manier te benaderen. Het SPRE heeft de afgelopen vier jaar op dit terrein ongetwijfeld baanbrekend werk verricht.

Dit eindrapport bevat originele analyses van relevant statistisch materiaal en van een uitgebreide bevraging bij de Vlaamse bedrijven omtrent hun netwerking en hun vestigingsplaatsvoorkeuren. In de analyses wordt ingegaan op de positie van Vlaanderen in een West-Europese context, het economisch en geografisch functioneren van de Vlaamse netwerkonderneming, de ruimtelijk-economische structuur van Vlaanderen en de dynamiek hierin, het belang van de plattelandseconomie en de behoefte aan economische ruimte in Vlaanderen.

4. Studie naar de aard en vestigingsproblematiek van problematische ruimtevragers

Zeven sectoren met een problematische ruimtevraag werden in dit onderzoek nader onderzocht. Deze zeven sectoren werden geïdentificeerd in overleg met opdrachtgever en stuurgroep van de opdracht. Volgende sectoren kwamen naar voren als zijnde „problematische ruimtevragers‟: garages; afvalverwerkers; producenten van bouwmaterialen; TOP‟s (tijdelijke opslagplaatsen voor (verontreinigde) grond) en slibbewerkers; grondwerkers; tuincentra; biomassa-installaties.

Op basis van gesprekken met sectorvertegenwoordigers werd inzicht gekregen in de problematiek bij de zoektocht naar geschikte ruimte. De onderzoeksopdracht behelsde het opmaken van een socio-economische karakterisering van de sectoren, het inschatten van de ruimtevraag (kwantitatief en kwalitatief), en het formuleren van aanbevelingen.

5. Studie ‘Raming van de behoefte aan bedrijventerreinen in het Vlaams Gewest’ – analyserapport

Binnen het Vlaamse beleid is het beleidsdomein Economie verantwoordelijk gesteld voor de onderbouwing van de ruimteclaim voor economische activiteiten, de monitoring van de vraag naar en het aanbod aan bedrijventerreinen, de beleidsopgave die hieruit voortspruit voor het beleidsdomein zelf maar ook voor de signaalfunctie naar de bevoegde planningsinstanties. Met deze studie wenst de Dienst Vestiging en Ruimtelijke Economie de benodigde ruimte voor economie te onderbouwen en te monitoren.

Het eerste deel van de studie, het analyserapport, geeft in de eerste plaats een beschrijvende analyse van de huidige situatie op vlak van economie en bedrijventerreinen in het Vlaams Gewest. In een eerste hoofdstuk wordt de vraagzijde van naderbij bekeken. Er wordt vooral ingegaan op de algemene evoluties van de economie in het Vlaams Gewest. Dit via het analyseren van de evoluties op gebied van tewerkstelling en vergunningen van vloeroppervlakte voor industriële activiteiten. Daarna wordt dieper ingegaan op de aanbodzijde: hoeveel oppervlakte aan bedrijventerreinen is er in het Vlaams Gewest, welke spreiding nemen zij in, wat is hun morfologie, wat is het aandeel dat niet in gebruik is,... Ten slotte wordt dieper ingegaan op het snijvlak van deze vraag- en aanbodzijde: de huidige situatie op bedrijventerreinen zelf qua activiteiten, tewerkstelling, oppervlakte-inname en marktdynamieken.

6. Studie ‘Raming van de behoefte aan bedrijventerreinen in het Vlaams Gewest’ – eindrapport

innen het Vlaamse beleid is het beleidsdomein Economie verantwoordelijk gesteld voor de onderbouwing van de ruimteclaim voor economische activiteiten, de monitoring van de vraag naar en het aanbod aan bedrijventerreinen, de beleidsopgave die hieruit voortspruit voor het beleidsdomein zelf maar ook voor de signaalfunctie naar de bevoegde planningsinstanties. Met deze studie wenst de Dienst Vestiging en Ruimtelijke Economie de benodigde ruimte voor economie te onderbouwen en te monitoren.

In het tweede deel van de studie, het eindrapport, wordt op basis van de analyses een methodiek uitgewerkt en vervolgens de ruimtevraag voor bedrijventerreinen in Vlaanderen geraamd. Bijkomend wordt ook aangegeven hoe de methode ook voor subregio’s kan toegepast worden, mits hiervoor regiospecifieke kengetallen worden gebruikt.  Hoe die kengetallen tussen subregio’s kunnen verschillen, wordt geïllustreerd aan de hand van een indeling in clusters.  De keuze voor clusters volgt uit de vaststelling in het analyserapport dat de arrondissementen geen homogene gebieden zijn op het vlak van ruimtelijk-economische kenmerken.  Om die reden werden clusters van gemeenten samengesteld die een gelijkaardig profiel vertonen.  Gemeenten die tot een bepaalde cluster behoren kunnen voor hun raming gebruik maken van de kengetallen van de cluster, of hun eigen karakteristieken in het model invoeren om de ruimtebehoefte te ramen.


UP