Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Hoe wordt de kwaliteit van de dataset gegarandeerd?

Aan de hand van productspecificaties garandeert de beheerder, Agentschap Innoveren & Ondernemen, kwaliteitsgaranties inzake actualiteit, nauwkeurigheid en volledigheid.

Actualiteit

Ontwikkelingsfase: van zodra een bedrijventerrein als bestemmingszone definitief is vastgesteld, wordt dit opgenomen in de inventaris bedrijventerreinen. Wanneer een terrein in verkoop gaat, worden de verkoops- of inrichtingsplannen bij de ontwikkelaar en/of beheerder opgevraagd en overgenomen in de gebruikspercelen. Vanaf 2014 worden de plannings- en ontwikkelingsfase gemonitord. Dit zorgt voor een betere doorstroming van informatie naar beschikbaarheid van het bedrijventerrein.

Operationele fase: alle bedrijventerreinen vanaf 5 hectare worden anderhalfjaarlijks bezocht ter plaatse. Op termijn zal gestreefd worden om dit proces te versnellen naar één jaar. De bedrijventerreinen kleiner dan 5 ha worden niet ter plaatse bezocht maar gecontroleerd d.m.v. andere databronnen (VKBO, orthofoto, mobile mapping beelden…). De zichtbare aspecten op het bedrijventerrein worden opgenomen in de gebruikspercelenlaag en de aanwezige bedrijven worden opgenomen in een CRM systeem. De niet zichtbare aspecten op het bedrijventerrein worden via de 5 POM’s aangeleverd in het kader van het project activeringsteams. De data-uitwisseling met de parkmanagers en de vastgoedsector vormt een aanvullende bron van informatie.

Agentschap Innoveren & Ondernemen engageert zich om zoveel mogelijk gebruik te maken van de landbouwgebruikspercelen om de geometrie en de functie agrarisch gebruik toe te kennen. Inconsistenties met waarnemingen op het terrein en anomalieën worden gemeld aan het ALV.

Door de informatiedoorstroming vanuit de brownfieldcel bevat het GIS bedrijventerreinen ook informatie over bodemverontreiniging. In het kader van een analyseoefening rond de oplijsting van potentieel verontreinigde sites wordt de informatie rond bodemsaneringsprojecten verwerkt in het GIS bedrijventerreinen. Anomalieën in de dataset van OVAM worden op hun beurt teruggestuurd.

Het CRM systeem van Agentschap Innoveren & Ondernemen bevat een aantal wachttabellen waarmee potentiële veranderingen op bedrijventerreinen (zoals leegstand en bebouwing) worden onderzocht:

  • nieuw op terrein: geeft aan dat het adres van de onderneming op een gebruiksperceel van een bedrijventerrein is gelokaliseerd.
  • weg van terrein: geeft aan dat het adres van de onderneming niet meer op een bedrijventerrein is gelegen.
  • gedeactiveerde bedrijven: bedrijven die van rechtsvorm of naam veranderd zijn.

Nauwkeurigheid

Een bedrijventerreincontour omvat alle gebruikspercelen die binnen een juridisch plan met economische bestemming vallen, eventueel aangevuld met aangrenzende gebruikspercelen die een economisch gebruik hebben. De bedrijventerreincontour geeft de bedrijventerreinen weer zoals zij in werkelijkheid bestaan maar heeft echter geen juridische waarde.

De grens van het gebruiksperceel geeft in de eerste plaats de realiteit op het terrein weer. Kadastrale of administratieve percelen kunnen als indicatie gebruikt worden, maar zijn geen grens op zich.

Twee naast elkaar liggende percelen worden afzonderlijk ingetekend als ze een verschillend gebruik hebben, behalve:

  • Naast elkaar liggende gebouwen van verschillende bedrijven (maar wel ruimtelijk gescheiden door bv. haag, hek, …) worden altijd als aparte percelen ingetekend.
  • Bedrijfsactiviteiten van één en hetzelfde bedrijf die een ruimtelijk geheel vormen worden als één gebruiksperceel ingetekend tenzij de oppervlakte van het afsplitsbare deel (opslagplaats, parking, grondstoffenopslag…) groter is dan 0,5 ha.

Een gebruiksperceel wordt volgens de terreincontour afgesneden indien het niet door een bedrijfsactiviteit is ingenomen (bv. woningen, weilanden). De grens van het gebruiksperceel wordt dan bepaald door het bestemmingsplan. Enkel door bedrijven ingenomen percelen, die binnen een economische bestemmingszone vallen of hieraan raken, worden volledig ingetekend.

Percelen die omgezet zijn naar een niet-economische bestemming worden overgeplaatst naar een aparte archieflaag. Deze archieflaag geeft een beeld van de oppervlakte die ooit bestemd was voor economie.

De infrastructuur wordt ingetekend als deze van belang is voor de rechtstreekse ontsluiting van het bedrijventerrein. Aan het begin en einde van een bedrijventerrein wordt een verharde weg loodrecht afgesneden en in het verlengde van de grens van het laatste gebruiksperceel.

Het GIS bedrijventerreinen wordt regelmatig gecontroleerd op topologische fouten, zodat de integriteit van de geometrie gegarandeerd kan worden:

  • Cluster tolerantie: 0,01 m
  • Gebruikspercelen mogen elkaar niet overlappen
  • Bedrijventerreinen mogen elkaar niet overlappen
  • Gebruikspercelen en bedrijventerreinen moeten elkaar afdekken

Volledigheid

Voor de invulling van de percelen- en terreinenlagen van het GIS bedrijventerreinen werd er oorspronkelijk uitgegaan van de bestemmingsvoorschriften van het Gewestplan. Later kwamen daar de BPA’s (of bijzondere plannen van aanleg) bij die gescreend werden op gebieden voor bedrijvigheid. Sinds het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) wordt er meer en meer gekeken naar de bestemmingstypes van de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke RUP’s.

De doelstelling om een GIS-inventaris van de bedrijventerreinen bij te houden is tweeledig: aan de ene kant wil het AO een volledig overzicht bieden van het aanbod en de bezettings-/ontwikkelingsgraad van de bedrijventerreinen en aan de andere kant adreslijsten van de gebruikers op deze terreinen bijhouden en verspreiden. De afbakening van bedrijventerreinen is vooral gebaseerd op de eerste doelstelling.

Gewestelijke RUP’s worden opgevraagd bij Ruimte Vlaanderen, gemeentelijke en provinciale RUP’s bij de provincies (of POM’s) en gemeentes. Jaarlijks worden door vergelijking met de ruimteboekhouding van Ruimte Vlaanderen de ontbrekende zones opgespoord waar economische activiteiten mogelijk zijn. De ruimteboekhouding is echter een intern werkbestand met een hoog abstractieniveau. Op termijn zal het nu in opbouw zijnde DSI hiervoor kunnen gebruikt worden. Vanaf 2014 worden ook de bedrijventerreinen in planning bijgehouden. Dit zorgt voor een betere doorstroming van informatie vanaf plenaire vergadering tot publicatie in het B.S.

Het authentiek gedeelte van de inventaris GIS bedrijventerreinen zal minimaal de paarse zones categorie 07 uit de ruimteboekhouding van Ruimte Vlaanderen bevatten. Dit zullen in hoofdzaak de klassieke terreinen zijn aangevuld met kantoren, stedelijke ontwikkelingsgebieden en (klein)handelszones waar uit de voorschriften blijkt dat deze zones in aanmerking komen voor economische activiteiten.

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen zal aanvullend andere bestemmingen opnemen wanneer er op de locatie ruimte is voor economische ontwikkelingen en/of er bestaande economische activiteiten zijn. Deze zones worden echter niet meegenomen in de berekeningen van het areaal aan bedrijventerreinen.

Gebieden voor de winning van oppervlaktedelfstoffen worden enkel opgenomen wanneer er een economische nabestemming is. Gebieden voor verwerking van oppervlaktedelfstoffen worden altijd opgenomen.

Aangezien de actualiteit van de bedrijventerreinen binnen de poorten (zee- en luchthavengebieden) wegens hun specifieke karakter niet gegarandeerd kan worden, vallen deze niet onder de scope voor erkenning tot authentieke bron. Op termijn is het wel de bedoeling om deze bij de authentieke bron bedrijventerreinen te voegen.


UP