Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Hoe verloopt de procedure?

Voortraject

Vooraleer de procedure voor een voortraject kan gestart worden organiseert de begunstigde een vooroverleg met eventueel op verzoek van het Agentschap Innoveren & Ondernemen ook een terreinbezoek. Van het vooroverleg dient een verslag opgesteld te worden dat door de aanwezige partijen moet aanvaard worden.
De subsidie wordt aangevraagd op voorlegging van:

  • het aanvraagformulier
  • een gedetailleerde kostenraming
  • het tijdpad voor de realisatie van het voortraject
  • een overzicht van de planologische bestemmingen en de gebiedsspecifieke beschermingsstatuten van de gronden en hun omgeving.

Op straffe van gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie moeten alle wijzigingen aan het oorspronkelijke voorstel vooraf bij het agentschap aangevraagd en verantwoord worden.

Het subsidiebedrag wordt uitbetaald in drie schijven:

  • een eerste schijf van 30% van het subsidiebedrag wordt uitbetaald op voorlegging van:
    • een aanvraag tot uitbetaling met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • het document waaruit blijkt dat het voortraject gestart is;
       
  • een tweede schijf van 30% van het subsidiebedrag wordt uitbetaald op voorlegging van:
    • een aanvraag tot uitbetaling met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een inhoudelijk voortgangsrapport van het voortraject;
    • het bewijs dat 50% van de totale kostprijs gebruikt werd;
       
  • het saldo wordt ten laatste zes maanden na beëindiging van het voortraject uitbetaald op voorlegging van:
    • de aanvraag tot uitbetaling van het saldo met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een financieel eindverslag van het voortraject;
    • een inhoudelijk eindverslag van het voortraject;
    • de uitgevoerde studies en plan van aanpak van het probleemgebied.

Infrastructuur

Deze procedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Vooroverleg met eventueel op vraag van het Agentschap Innoveren & Ondernemen een terreinbezoek: Het vooroverleg handelt minstens over:
    • het project met inbegrip van de rendabiliteit, de kwaliteit, de timing;
    • de subsidieaanvraag;
    • de subsidiabele werken;
    • de subsidievoorwaarden;
    • de procedure;
    • een eventueel tweede vooroverleg indien het Agentschap Innoveren & Ondernemen dit nodig acht om de naleving van de subsidievoorwaarden te kunnen evalueren.

Van het vooroverleg dient er altijd een verslag opgemaakt te worden dat door de aanwezigen moet aanvaard worden.

  • Subsidie: wordt aangevraagd op voorlegging van:
    • De officiële aanvraag;
    • Het bestek en de raming van de werken;
    • De goedkeuring van de stukken door het bevoegde bestuursorgaan.

Bij de eerste subsidieaanvraag moet ook basisdossier gevoegd worden, samengesteld als volgt:

  • Het aanvraagformulier;
  • Het (her)inrichtings-, uitgifte-en beheerplan;
  • CO2-neutraliteitsplan;
  • Het ontwerp van terbeschikkingstellingsakte;
  • Een verklaring eigenaar te zijn van de gronden of de contracten waarbij een zakelijk recht werd bekomen of waarbij een PPS-overeenkomst werd afgesloten;
  • een engagementsverklaring dat de gesubsidieerde infrastructuur en bijhorende gronden gratis zullen afgestaan worden aan het openbaar domein;
  • een verklaring op de hoogte te zijn van artikel 11 t/m 14 van de wet van16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidie en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
  • een verklaring op de hoogte te zijn van artikel 53 tot en met 57 van het decreet van 8 juli 2011 houdende de regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof;
  • het bewijs dat het gebied in kwestie de juiste bestemming conform de wetgeving op de ruimtelijke ordening heeft.

Bij de aanvraag van de basissubsidie voor terreinen waarvan de grondexploitatie onrendabel is, moet ook een kosten-batenanalyse gevoegd worden, samengesteld als volgt:

  • aan de kostenzijde:
    • de waarde van de gronden en gebouwen die opgenomen zijn in het project;
    • de raming van de onroerende investeringen nodig om het project te realiseren;
    • de kosten van het archeologisch (voor)onderzoek met inbegrip van de rapportering, beperkt tot 30.000 euro per ha;
    • een rendement van maximaal 2% boven de risicovrije rentevoet;
  • aan de batenzijde:
    • alle toegekende subsidies, uitgezonderd de subsidies op basis van het subsidiebesluit bedrijventerreinen;
    • de opbrengsten van het bouwrijpe aanbod.

Bij de aanvraag van subsidies voor andere dan de subsidiabele werken moet naast de bovenvermelde stukken ook het volgende toegevoegd worden:

  • een kosten-batenanalyse met inbegrip van de basissubsidie aan de batenzijde;
  • een gemotiveerde nota die aantoont dat de bijkomende werken bijdragen tot de duurzame (her)ontwikkeling van het terrein en dat ze een impact hebben op de rentabiliteit.

Bij de aanvraag van subsidies hoger dan de basissubsidie moet toegevoegd worden:

  • een kosten-batenanalyse, met inbegrip van de basissubsidie aan de batenzijde, die aantoont dat het project ongeacht de verschillende ontwikkelingsvarianten om de rentabiliteit te verhogen onrendabel blijft.

Bij de subsidieaanvraag voor projecten waarvoor gebouwen moeten verworven worden met een negatieve impact op de latere verkoopprijs / m² moet een kostenraming van de betrokken gebouwen toegevoegd worden.

 De basissubsidies voor brownfields, verouderde bedrijventerreinen, strategische bedrijventerreinen en voor terreinen die wegens de aankoop van gebouwen onrendabel zijn, worden toegekend door de administrateur-generaal.

De basissubsidies voor terreinen die in functie van de grondexploitatie onrendabel zijn, worden toegekend door de minister.

De verhoogde subsidies en de subsidies voor werken andere dan de subsidiabele worden door de minister toegekend.

Na het toekennen van de subsidie kan de aanbestedingsprocedure ingezet worden.

De resultaten van de aanbesteding worden aan het Agentschap Innoveren & Ondernemen meegedeeld zodat desgevallend het toegekende bedrag kan aangepast worden.

De volgende stukken worden meegedeeld:

  • het bestek en de raming, indien gewijzigd;
  • een fotokopie van de geselecteerde offerte;
  • het verslag van de aanbesteding of van de offerteaanvraag.

De ontwikkelaar hoeft niet te wachten op een akkoord van het Agentschap Innoveren & Ondernemen om opdracht te kunnen geven tot het uitvoeren van de werken.

De ontwikkelaar heeft er alle belang bij om elke wijziging aan het oorspronkelijk ingediende project inclusief de meerwerken te melden aan het Agentschap Innoveren & Ondernemen. Niet aanvaarde en al uitgevoerde werken worden niet gesubsidieerd.

Een wijziging die een meeruitgave van 10% of meer tot gevolg heeft, dient gemeld te worden op basis van het bestek en de raming van de meerwerken.

  • Voorschot
    Een voorschot van 60% op het al dan niet aangepaste subsidiebedrag kan door de begunstigde opgevraagd worden op voorlegging van:
    • de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer
    • een kopie van het borgstellingbewijs van de aannemer
    • de vorderingsstaten en de facturen waaruit blijkt dat het bedrag van de uitgevoerde werken, vermeerderd met de contractuele herzieningen, ten minste 20 % van het goedgekeurde en voor subsidiëring aanvaarde gunningsbedrag beloopt.
  • Eindafrekening:
    De begunstigde vraagt uiterlijk zes maanden na de voorlopige oplevering van de gesubsidieerde werken de uitbetaling van het saldo op voorlegging van:
    • de aanvraag tot uitbetaling van het saldo met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer
    • de eindstaat
    • de lijst met alle verletdagen
    • de vorderingsstaten en de betalingsbewijzen;
    • het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de werken;
    • een geactualiseerde kosten-batenanalyse voor zover vereist bij de dossiersamenstelling.

De eindafrekening wordt berekend op basis van de reëel gemaakte subsidiabele kosten die bewezen worden met de bovenvermelde documenten.

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen kan bij verzuim door de begunstigde, na aanmaning, zelf overgaan tot afsluiting van het dossier met de gegevens waarover het Agentschap beschikt.

Vóór het laatste saldo wordt uitbetaald, organiseert het Agentschap Innoveren & Ondernemen een inspectie bij de begunstigde.

Als daaruit blijkt dat een project, aanvaard op basis van een kosten-batenanalyse, tóch rendabel blijkt te zijn of een hoger rendement haalt dan verwacht, dan wordt de reeds toegekende subsidie verminderd tot het toegelaten rendement.

Beheer

De subsidie wordt aangevraagd op basis van een dossier samengesteld als volgt:

  • een aanvraagformulier;
  • een gedetailleerde kostenraming;
  • een uitgifte-, beheer- en CO2-neutraliteitsplan.

Deze laatste moeten niet opnieuw opgestuurd worden als de beheersubsidie aangevraagd wordt in het kader van recent gesubsidieerde infrastructuur op een bedrijventerrein.

De subsidie wordt uitbetaald in 5 jaarlijkse schijven:

  • de 1e en 2e schijf telkens op basis van:
    • de aanvraag met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een jaarlijks inhoudelijk en financieel verslag;
  • de 3e schijf na het derde jaar als minstens 20% van de subsidiabele kosten uitgevoerd zijn, op voorlegging van:
    • de aanvraag met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een jaarlijks inhoudelijk en financieel verslag met o.a. een overzicht van de door de betrokken personeelsleden gepresteerde arbeidsuren voor de beheertaken;
  • de 4e schijf na het vierde jaar als minstens 50% van de subsidiabele kosten uitgevoerd zijn, op voorlegging van:
    • een aanvraag met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een jaarlijks inhoudelijk en financieel verslag met o.a. een overzicht van de door de betrokken personeelsleden gepresteerde arbeidsuren voor de beheertaken;
  • het saldo kan aangevraagd worden na het vijfde jaar op voorlegging van:
    • een aanvraag met vermelding van het bedrag en het rekeningnummer;
    • een inhoudelijk en financieel eindverslag met het bewijs van de door de betrokken personeelsleden gepresteerde arbeidsuren voor de beheertaken.
  • het saldo wordt bepaald na inspectie door het Agentschap Innoveren & Ondernemen.  

Inspectie

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen beschikt over een afdeling Inspectie die alle gesubsidieerde dossiers controleert. Voor bedrijventerreinen worden de volgende aspecten gecontroleerd:

  • Voortraject
  • Audit ontwikkelaar
  • Subsidieberekening voor de infrastructuur
  • Beheer

 


UP