Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

EFRO 2007-2013

Wat is EFRO?

Historiek

Binnen de Europese Unie bestaan er grote verschillen op het gebied van economische en sociale ontwikkeling. Volgens het Verdrag van de Europese Unie heeft ’Europa’ daarom tot taak de economische en sociale samenhang van het Europees territorium te versterken. Vanuit dit oogpunt werden in 1975 de ’Europese Structuurfondsen’ in het leven geroepen.

Eén van deze structuurfondsen is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, kortweg EFRO.

Het EFRO subsidieert projecten die de ongelijkheden tussen regio’s verminderen, het concurrentievermogen vergroten, werkgelegenheid creëren en de cohesie tussen de regio’s versterken.

Nu

In overeenstemming met de vernieuwde Lissabon- en Göteborgstrategie, is het Europees Cohesiebeleid 2007-2013 gericht op de volgende prioriteiten: de lidstaten, regio’s en steden aantrekkelijker maken (beter toegankelijk, een hoogstaand dienstenaanbod en een goede zorg voor natuur en milieu); innovatie, ondernemerschap en de groei van de kenniseconomie stimuleren door onderzoek en ontwikkeling (onder meer op het gebied van de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën); meer en betere banen scheppen.

Hiervoor concentreert Europa de financiële middelen op 3 doelstellingen:

  • Doelstelling 1 ‘Convergentie’ (voor lidstaten en regio’s met een sociaaleconomische ontwikkelingsachterstand). Vlaanderen beschikt niet over een Doelstelling 1-zone;
  • Doelstelling 2 ‘Regionaal Concurrentievermogen en Werkgelegenheid (voor de lidstaten en regio’s die niet vallen onder de doelstelling 1-criteria). Vlaanderen valt volledig binnen deze Doelstelling;
  • Doelstelling 3 ‘Europese Territoriale Samenwerking’ (gericht op een duurzame geïntegreerde Europese territoriale ontwikkeling). Vlaanderen is ook actief in deze doelstelling via 1 interregionaal, 2 transnationale en 4 grensoverschrijdende INTERREG-programma’
      

Toekomst

Op 6 oktober 2011 werden de wetgevende voorstellen van de Europese Commissie over cohesiebeleid 2014 - 2020 officieel bekend gemaakt. De verordeningen omvatten de principes en gedetailleerde operationele reglementen van het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking.

Dit was het startschot voor onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement over alle aspecten van cohesiebeleid na 2013, waaronder de toekomstige architectuur, de algemene principes en de verdeling van de budgetten.

Op basis hiervan werd een ontwerp operationeel programma EFRO Vlaanderen 2014-2020 opgemaakt dat het kader vormt voor de besteding van EFRO middelen. Dit ontwerpprogramma werd ondertussen door de Vlaamse regering goedgekeurd.

Onder ruime belangstelling werd op 16 september 2014 in het Vlaams Parlement het EFRO Operationeel programma voor de volgende 7 jaar voorgesteld. Deze voorstelling kon op zeer ruime belangstelling rekenen. Na de situering van EFRO in Europees en Vlaams perspectief door mevrouw Julie Bynens, Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de EU en door de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport werden de klemtonen van het programma toegelicht. Meer info: de presentaties van het lanceringsevent.

In de maanden november en december volgen nog infosessies in de verschillende provincies.

Nu is het nog wachten op de goedkeuring van de Europese Commissie alvorens de eerste projectoproepen gelanceerd kunnen worden. Raadpleeg het ontwerpprogramma EFRO Vlaanderen 2014-2020.

 


EFRO in Vlaanderen (D2)

  1. Wat en voor wie?
    Ontdek hier welke thema’s in aanmerking komen en wie projecten kan indienen.
  2. Hoe dien ik een project in? 
    Ontdek hier op welke manier u een project kan indienen.
  3. Project is ingediend, wat nu?
    Ontdek hier welke stappen uw projectvoorstel doorloopt alvorens het al dan niet goedgekeurd wordt.
  4. Project is goedgekeurd, wat nu?
    Ontdek hier wat u dient te doen wanneer uw project is goedgekeurd?
  5. Uitbetaling en controle van steun?
    Ontdek hier op welke manier de uitbetaling van steun verloopt en welke controles u als projectpromoter kan verwachten.
  6. Bij wie kan ik terecht met vragen?
  7. Praktische gidsen en sjablonen
    Ga hier op zoek naar handige documenten die u kunnen helpen bij de uitvoering van uw project.
        

1. Wat en voor wie? 

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is één van de structuurfondsen die de Europese Unie in het leven heeft geroepen om doelstellingen van het regionaal beleid te kunnen verwezenlijken. Met dit regionaal beleid wil de Europese Unie de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van regio’s verkleinen.

Het Vlaamse EFRO Doelstelling 2 programma subsidieert projecten die het concurrentievermogen vergroten en werkgelegenheid stimuleren. Het beheer van EFRO is in handen van het Vlaams centraal programmasecretariaat van het Agentschap Ondernemen. Er zijn 7 EFRO-contactpunten – 1 per provincie en 1 in de grootsteden Antwerpen en Gent - opgericht voor de projectwerving, begeleiding van (potentiële) projectpromotoren en voor de opvolging van de goedgekeurde projecten.

Via het keuze menu aan de linkerkant ontdekt u welke Thema’s EFRO behandelt, welke promotoren in aanmerking komen, hoeveel subsidies u kan ontvangen en welke projecten de afgelopen jaren EFRO-steun ontvingen.

Waarover gaat het?

Vlaanderen ontvangt van de Europese Unie voor de uitvoering van het EFRO-programma Doelstelling 2 ‘Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid’ in de periode 2007-2013 een bedrag van 201 miljoen euro aan Europese middelen voor de ondersteuning van projecten die bijdragen tot het versterken van de economische groei en het bevorderen van de werkgelegenheid (Lissabon-doelstellingen). Intussen tijd werd hiervan het grootste deel reeds toegekend en een kleine 500 projecten ontvingen in de huidige programma-periode reeds EFRO-steun.

Dit gebeurt in het kader van een operationeel (meerjaren)programma dat van toepassing is op het gehele Vlaamse grondgebied en dat opgebouwd is rond de volgende prioriteiten:

  • Prioriteit 1: kenniseconomie en innovatie

Het stimuleren van de kenniseconomie en de kennistransfer, en de valorisatie van kennis en innovatie in economische activiteiten en maatschappelijke toepassingen

Door de globalisering zal Vlaanderen steeds meer een beroep moeten doen op zijn kennis om overeind te blijven in de internationale concurrentiestrijd. Vooral het aspect ‘innovatie’ bepaalt in belangrijke mate het concurrentievermogen. Investeren in kennis en innovatie in de meest brede zin, is bijgevolg noodzakelijk om de Vlaamse kenniseconomie verder uit te bouwen en duurzame groei en werkgelegenheid te verzekeren.

Concreet richt deze prioriteit zich op:

• de sensibilisering;
• de begeleiding;
• het bevorderen van samenwerking;
• het stimuleren van internationalisering;
• de creatie van vernieuwende voorbeelden van kennisvalorisatie;
• de innovatie van de plattelandseconomie.

  • Prioriteit 2: ondernemerschap

Het bevorderen van het Vlaamse ondernemerschap in de meest brede zin, met het oog op maximale creatie van werkgelegenheid en economische groei.

Kenmerkend voor het Vlaamse ondernemerschap is het grote aantal kleine en middelgrote ondernemingen, veelal familiebedrijven met beperkte werkgelegenheid. Daarnaast zijn er ook heel wat buitenlandse ondernemingen actief in Vlaanderen. Zij zorgen wel voor een belangrijke tewerkstelling, maar door de groeiende globalisering is het steeds moeilijker om buitenlandse investeerders aan te trekken. Om dit op te vangen moeten we op langere termijn het eigen Vlaamse ondernemerschap verder stimuleren.

Deze prioriteit richt zich vooral op:

• het stimuleren van de ondernemerszin en -vaardigheden;
• het creëren van een faciliterend start-, groei- en overnamekader;
• het stimuleren van internationaal ondernemen.

  • Prioriteit 3: ruimtelijk-economische omgevingsfactoren

Het verbeteren van de vestigingsaantrekkelijkheid van steden en regio’s in Vlaanderen, door het duurzaam opwaarderen van de ruimtelijk-economische omgevingsfactoren.

Deze prioriteit mikt op:

• het realiseren van een duurzame versterking van de economische poorten en internationale multimodale bereikbaarheid;
• het aanbieden van kwaliteitsvolle bedrijfshuisvestingsmogelijkheden;
• het creëren van Vlaamse en subregionale hefboomprojecten;
• het optimaal benutten van het potentieel om economische concentraties te verduurzamen.

  • Prioriteit 4: stedelijke ontwikkeling

Het versterken van de attractiviteit van het ondernemen en de innovatie in de steden door stedelijke ontwikkelingsprojecten te ondersteunen.

Concreet ondersteunt deze prioriteit:

• geïntegreerde stedelijke ontwikkelingsprojecten in de 13 Vlaamse centrumsteden en het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel;
• kleinschalige stedelijke projecten op buurt- en wijkniveau in Antwerpen en Gent.

Wie kan een project indienen? 

Hoewel het EFRO-programma Doelstelling 2 vooral bedoeld is voor projecten van publieke actoren, kunnen in principe ook privé-actoren in aanmerking komen (maar dan is de reglementering op het gebied van staatssteun van toepassing). In se komen alle projectpromotoren over het gehele Vlaamse grondgebied in aanmerking.

Enkel bij de 4de prioriteit (Stedelijke Ontwikkeling) gelden een aantal beperkingen. Deze prioriteit gaat bijzonder in op de specifieke noden van de 13 Vlaamse centrumsteden en het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. Daarnaast biedt prioriteit 4 ook de mogelijkheid voor de steden Gent en Antwerpen om kleinschalige buurtprojecten uit te werken.

Wie gaat dat betalen en voor hoe lang? 

Het totale geraamde programmabudget voor Vlaanderen voor Doelstelling 2, in de periode 2007-2013, bedroeg 498 miljoen euro. De EFRO-middelen vertegenwoordigen hierin 200,9 miljoen euro (40%). De overige financiering door het Vlaamse gewest en de regionale en lokale besturen wordt geraamd op 215,14 miljoen euro (45%) enerzijds en op 81,9 miljoen euro (15%) vanwege de privé-sector anderzijds.

Voor elk van de vier prioriteiten was een bedrag van 48,2 miljoen euro EFRO voorzien. Door de steun aan x-aantal projecten werd het grootste deel hiervan al besteed. De financiële tussenkomst van het EFRO betreft de cofinanciering van zowel overheids- als privé-uitgaven en kan maximaal 40% bedragen van de totale subsidiabele projectkosten. Voor de resterende financiering kan beroep worden gedaan op overheids- en privémiddelen, in principe verdeeld conform hierboven. Een eigen inbreng door de projectpromotor is daarbij eveneens principieel aangewezen.

Overzicht van goedgekeurde projecten 

Sinds het begin van de huidige programmaperiode 2007-2013 ontvingen reeds heel wat organisaties Europese subsidies voor de uitvoering van hun projecten. Volgende lijst geeft u een volledig overzicht van alle projecten die de voorbije jaren goedgekeurd werden.

2. Hoe dien ik een project in? 

Voor prioriteit 1‘Kenniseconomie en Innovatie’ en prioriteit 2 ‘Ondernemerschap’ dient u projectvoorstellen in op basis van ‘projectoproepen of calls’. Er zijn meerdere oproepen voorzien per jaar.

Voor de andere prioriteiten 3 ‘Ruimtelijk-economische omgevingsfactoren’ en 4 ‘Stedelijke ontwikkeling’ is er geen oproepkalender en kan met de projectvoorstellen op elk ogenblik tijdens de programmaperiode vrij indienen.

Vermits het programma 2007-2013 ten einde loopt en het beschikbare budget bijna volledig toegekend is, kan u best eerst contact opnemen met het EFRO-secretariaat. Agentschap Ondernemen kan u adviseren met betrekking tot uw projectideeën en/of –voorstellen.

Digitaal loket 

De projectleiders dienen de projectvoorstellen in via het uniek elektronisch loket.

Toegang krijgen tot dit beveiligde loket vereist wel een federaal ‘token’ of een elektronische ID-kaart-lezer.

U kunt als projectleider een gratis ID-kaartlezer bij elk contactpunt verkrijgen. De bijhorende software is gratis te downloaden op www.fedict.be.

Lopende en afgesloten projectoproepen? 

Lopende projectoproepen

Prioriteit 1

Ten gevolge van de globalisering moet Vlaanderen verdere stappen zetten in de kenniseconomie, waar kennis en innovatie belangrijke determinanten vormen van het concurrentievermogen. Om dit verder te stimuleren besliste het Comité van Toezicht om een nieuwe oproep te lanceren.

Projecten die wensen in te dienen, moeten inpasbaar zijn binnen het beleidskader van het ‘Nieuw Industrieel Beleid’ (NIB) waarbij het Agentschap Ondernemen als trekker van de pijler ‘Fabriek van Toekomst’ werd aangeduid. Met de Fabriek van de Toekomst wil het NIB een productiviteits- en concurrentie-offensief inzetten, via tal van transformatietrajecten, uiteraard in een optimale samenhang, synergie en onderlinge complementariteit, en stuk voor stuk met eigen duidelijke doelstellingen. De inpasbaarheid van de projectvoorstellen aan de doelstellingen van het Nieuw Industrieel Beleid zal bij de projectselectie worden afgetoetst.

Projectvoorstellen kunnen ingediend worden tot 6 november 2013. Meer informatie vindt u in de bijhorendeoproepfiche.

Prioriteit 2

Om het ondernemerschap in Vlaanderen verder te stimuleren besliste het EFRO-programma een nieuwe oproep te lanceren.

Het Agentschap Ondernemen wil met deze oproep ijveren voor meer en beter ondernemerschap en komt daarmee tegemoet aan het beleidsaccent ‘de open ondernemer’ zoals opgenomen in Vlaanderen in Actie (ViA). De concrete doelstelling die voor ViA in het Pact 2020 is vastgelegd, zegt namelijk ‘Tegen 2020 kent Vlaanderen een sterke ondernemerscultuur, stijgt het ondernemerschap en de waardering ervoor aanzienlijk, alsook het aantal ondernemingen in het Vlaamse Gewest, zodat we even goed scoren als de top vijf van de Europese regio’s. Jonge starters worden aangemoedigd zodat de oprichtingsratio stijgt’.

De oproep richt zich naar werkingsprojecten en investeringsprojecten in Prioriteit 2 ‘Ondernemerschap’. De projectvoorstellen dienen te passen binnen de 3 operationele doelstelling van de prioriteit namelijk OD 1 - Stimuleren ondernemerszin en ondernemersvaardigheden, OD 2 - Creëren van een faciliterend start-, groei- en overnamekader, OD 3 - Stimuleren van internationaal ondernemen.

Projectvoorstellen kunnen ingediend worden tot 6 november 2013. Meer informatie vindt u in de bijhorendeoproepfiche.

Prioriteit 3

Het EFRO-programma wenst de vestigingsaantrekkelijkheid van de steden en de regio’s in Vlaanderen te verbeteren, door het duurzaam opwaarderen van de ruimtelijk-economische omgevingsfactoren. Het plan Vlaanderen in Actie (ViA) wenst bovendien de economische poorten in 2020 vlot bereikbaar te maken en dit via verschillende transportmodi en -dragers.

Het Comité van Toezicht besliste om binnen Prioriteit 3 projecten de ruimte te bieden om activiteiten te ontplooien rond het bevorderen van een duurzame, koolstofarme mobiliteit, met inbegrip van duurzame stedelijke mobiliteit en het versterken van de logistiek.

Uitgangspunt bij deze projectoproep is dat EFRO-middelen zo veel mogelijk complementair ingezet worden ten opzichte van het bestaande aanbod van Vlaamse subsidie-instrumenten. Projectvoorstellen kunnen ingediend worden tot 6 november 2013. Meer informatie vindt u in de bijhorende oproepfiche.

Afgesloten projectoproepen

Cofinanciering? 

Het EFRO financiert voornamelijk projecten met een economische finaliteit. Niettemin hebben EFRO projecten een impact op verscheidene deelaspecten van de samenleving.

De Vlaamse ministers hebben zich geëngageerd om, ieder voor hun beleidsdomein, in cofinanciering te voorzien voor EFRO-projecten.

Twee gevallen kunnen zich voordoen:

  1. Uw projectvoorstel is duidelijk toe te wijzen aan één specifiek beleidsdomein: u richt uw aanvraag voor cofinanciering tot de bevoegde minister met duidelijke vermelding van het gevraagde bedrag;
  2. Uw projectvoorstel heeft betrekking op verscheidene beleidsdomeinen tegelijkertijd: u richt een aanvraag voor cofinanciering aan elke bevoegde minister, met expliciete vermelding van het gevraagde bedrag aan elke betrokken minister.

Hoe vraag ik de cofinanciering aan?

Eenmaal u bepaald heeft bij welk(e) beleidsdomein(en) uw projectvoorstel het meest aansluit, richt u uw schriftelijke vraag om cofinanciering, met korte motivatie, aan de betrokken minister(s).

U bezorgt ook een kopie van uw aanvraag aan het Agentschap Ondernemen, dat verantwoordelijk is voor het beheer van de EFRO-middelen in Vlaanderen:

Agentschap Ondernemen
Koning Albert II-laan 35, bus 12
1030 Brussel

Uw aanvraag moet minstens volgende onderdelen omvatten:

  • inhoudelijk: een korte beschrijving van de prioriteiten uit het Vlaams beleid waar u op inspeelt (VIA, beleidsnota’s, Vlaamse strategiedocumenten…)
  • financieel:
    • het exacte bedrag aan cofinanciering dat u wenst aan te vragen (in het geval van een gesplitste aanvraag: ook aangeven hoeveel u aan andere ministers vraagt)
    • een globaal overzicht per kostenpost (enkel als dit niet opgenomen is in het projectvoorstel);
    • een overzicht van de financiering van het projectbudget: aandeel EFRO, aandeel eigen inbreng; aandeel andere cofinancierders).
  • de finale projectfiche

Hoe verloopt de behandeling en beslissing van aanvragen?

Het is belangrijk uw aanvraag voor cofinanciering in te dienen zodra uw projectvoorstel vorm heeft en u zicht hebt op uw totale projectbudget, met het oog op een vlotte behandeling van uw dossier.

De bevoegde Vlaamse minister(s) beslist (beslissen) vervolgens of uw aanvraag in aanmerking kan komen voor cofinanciering en stelt (stellen) het maximale bedrag vast.

Het Agentschap Ondernemen adviseert de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, Kris Peeters omtrent aanvragen om cofinanciering voor projecten met een economische finaliteit die cofinanciering uit het Hermesfonds of ‘Fonds voor Flankerend Economisch Beleid’ wensen.

Aanvragen betreffende de andere beleidsdomeinen worden behandeld door de betreffende administratie.

De beslissingen van de betrokken ministers aangaande cofinanciering worden meegedeeld op het Comité Van Toezicht (D2). Als cofinanciering vooraf principieel wordt toegezegd door de minister(s), zal dit altijd op voorwaarde zijn dat het projectvoorstel in zijn geheel door het relevante EFRO programma wordt goedgekeurd.

De cofinanciering wordt tenslotte vastgelegd in een Ministerieel Besluit of een Besluit van de Vlaamse Regering, waarvan u vervolgens een afschrift wordt toegestuurd.

Op te merken valt dat, zoals dit ook voor de EFRO-subsidies het geval is, de goedgekeurde bedragen altijd maximumbedragen zijn. Het Comité Van Toezicht kan bovendien specifieke voorwaarden m.b.t. de uitvoering van het project opleggen en het Programmasecretariaat zal altijd een technisch nazicht uitvoeren. U wordt hiervan steeds schriftelijk op de hoogte gebracht.

3. Project is ingediend, wat nu? 

Het centraal programmasecretariaat in Brussel screent alle projectvoorstellen eerst op een aantal selectiecriteria.

Deze ‘ontvankelijkheidsanalyse’ vormt de basis voor de verdere inhoudelijke beoordeling door een ‘Technische Werkgroep’, die de projecten vanuit eigen kwalitatieve en kwantitatieve invalshoeken zal bestuderen. Deze multidisciplinaire ambtelijke werkgroep formuleert bijgevolg zowel positieve en/of negatieve adviezen en opmerkingen op de projectvoorstellen en legt deze vervolgens ter beslissing aan het ‘Comité van Toezicht’ voor.

Het ‘Comité van Toezicht’ bestaat uit de leden van de Vlaamse regering, de provincies, de lokale besturen en de sociale partners en komt minimaal vier keer per jaar samen. Dit Comité is tevens verantwoordelijk voor de algemene strategie en het globale toezicht op het programma. Als definitief beslissingsorgaan oordeelt het ‘Comité van Toezicht’ of een projectvoorstel al dan niet voldoet aan de eisen van het operationeel EFRO-programma Doelstelling 2 en of het dus Europese steun verkrijgt.

De periode tussen het afsluiten van een projectoproep (prioriteiten 1 en 2) of het indienen van een projectvoorstel (prioriteit 3 en 4) en de beslissing van het ‘Comité van Toezicht’, mogen we ramen op 3 à 4 maanden. Elke projectleider kan de stand van zaken van zijn projectvoorstel op de voet volgen via het digitaal EFRO-loket.

4. Project is goedgekeurd, wat nu? 

Hoe opstarten?

Het officiële startschot van het EFRO-project is de ondertekening van de contractuele overeenkomst tussen de juridische verantwoordelijke van een goedgekeurd project en de beheersautoriteit.

De projectleider organiseert hiervoor, samen met het bevoegde Contactpunt, een eerste ‘project begeleidingscomité’. Tijdens deze meeting ontvangt de projectleider de nodige richtlijnen om een correcte inhoudelijke en financiële EFRO-projectadministratie te voeren (opvolging indicatoren, communicatieacties, projectboekhouding, schuldvorderingen …).

De projectleider (steeds in overleg met het bevoegde Contactpunt) moet tijdens de looptijd van een EFRO-project drie ‘projectbegeleidingscomités’ organiseren: één bij de opstart, één halverwege de looptijd van het project en één bij het afsluiten van het project.

Hoe communiceren?

De publieke opinie moet de nodige informatie krijgen over de rol die Europa speelt in samenwerking met Vlaanderen. Het is belangrijk dat u de financiële steun aan uw projecten in het kader van EFRO (of de Vlaamse cofinanciering) ten allen tijde duidelijk ‘in de verf’ zet. De projectleiders voorzien hiervoor in hun projectvoorstel een aantal specifieke en goed omkaderde communicatie- en promotieacties. Om de projectverantwoordelijken in deze taak bij te staan, kunnen zij een draaiboek ‘Communicatie voor Promotoren’ krijgen.

Ook de contactpunten verlenen u hierbij graag de nodige hulp.

Het correct uitvoeren van deze communicatieacties is een voorwaarde om de Europese subsidie al dan niet voor de duurtijd van het goedgekeurde EFRO-project te blijven ontvangen.

Hoe rapporteren?

We beoordelen de prestaties van het programma op basis van indicatoren. Dit zijn vooraf gekwantificeerde doelstellingen op het vlak van output, resultaat en impact.

Elk goedgekeurd en succesvol uitgevoerd project levert een bijdrage tot het realiseren van deze indicatoren. In het projectvoorstel zal de projectleider moeten vermelden welke indicatoren hij of zij met de uitvoering van het project nastreeft. De projectleider van een goedgekeurd projectvoorstel moet per trimester via het elektronisch loket rapporteren over de realisatie van deze indicatoren.

5. Uitbetaling en controle van steun? 

We kennen geen voorschotten toe. De projectleider vraagt bij het Agentschap Economie de EFRO-steun met een vaste periodiciteit (per trimester) op. Dit gebeurt via het elektronisch EFRO-loket, aan de hand van (inhoudelijke en financiële) voortgangsrapportages.

U stuurt daarvoor alle ondersteunende bewijsstukken (facturen, betalingsbewijzen, contractenaanbestedingen …) afzonderlijk per post naar het Agentschap Ondernemen , Afdeling Europa Economie (Dhr. Werner Van Den Stockt), Ellipsgebouw, Koning Albert II-laan 35, bus 12, 1030 Brussel.

De EFRO-dossierbehandelaars controleren vervolgens of de gemaakte kosten passen binnen de voorziene projectactiviteiten en in overeenstemming zijn met de EFRO regelgeving. Als dit het geval is, dan wordt het rapport ter uitbetaling doorgegeven aan de certificeringsautoriteit.

De effectieve uitbetaling van de toegekende EFRO-steun gebeurt dan 2 tot 3 maanden na het ontvangen en controleren van een volledige (inhoudelijke en financiële) voortgangsrapportage. De uitbetaling is de verantwoordelijkheid van de Certificeringsautoriteit (Agentschap Ondernemen) van het operationeel programma.

Het tijdig en correct rapporteren van de voortgang van uw EFRO-project (met betrekking tot de op te volgen indicatoren, de financiële voortgang, de communicatieacties …) is een absolute voorwaarde om de Europese subsidie al dan niet voor de looptijd van het goedgekeurde EFRO-project blijvend te ontvangen.

Ook de Inspectie Economie en Europese Commissie kunnen controles op een project uitvoeren, het is daarom zeer belangrijk om de bewijsstukken zeer zorgvuldig en voor lange tijd te bewaren.

6. Bij wie kan ik terecht met vragen? 

Centraal programmasecretariaat EFRO

Agentschap Ondernemen
Afdeling Europa Economie (Dhr. Werner Van den Stockt)
Ellipsgebouw
Koning Albert II-laan 35, bus 12
1030 Brussel
economie.europa@vlaanderen.be
T 02 553 38 63 - F 02 502 47 02

Provinciale EFRO-Contactpunten

Provincie Antwerpen, Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen
stijn.aertbelien@admin.provant.be - T 03 240 68 24
hanne.witters@admin.provant.be - T 03 240 58 22

Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt
rdaniels@limburg.be - T 011 23 74 32

Provincie Vlaams-Brabant, Provincieplein 1, 3010 Leuven
katleen.moereels@vlaamsbrabant.be - T 016 26 77 52
claudine.carton@vlaamsbrabant.be - T 016 26 74 14

Provincie Oost-Vlaanderen, Seminariestraat 2, 9000 Gent
tony.verplaetse@oost-vlaanderen.be - T 09 267 86 00
heidi.tency@oost-vlaanderen.be - T 09 267 86 37

Provincie West-Vlaanderen, Provinciehuis Boeverbos,Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries
ellen.cardoen@west-vlaanderen.be - T 050 40 31 72

Stedelijke EFRO-Contactpunten

Antwerpen ( Dienst strategisch coördinator Fondsen),
Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen (correspondentie: Stadhuis, Grote markt 1, 2000 Antwerpen)
steven.sterkx@stad.antwerpen.be - T 03 338 61 92)

Gent (Departement Stafdiensten - Abis, Programma Strategisch Fondsenbeheer),
Hof van Rijhove, Onderstraat 22, 9000 Gent (correspondentie: Stadhuis, Botermarkt 1, 9000 Gent)
joris.demoor@gent.be - T 09 266 58 08)

7. Praktische gidsen en sjablonen

Ga hier op zoek naar handige documenten die u kunnen helpen bij de uitvoering van uw project.


UP