Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Droogkuiser-verver

Wie de activiteit van droogkuiser-verver wil uitoefenen, moet naast de basiskennis bedrijfsbeheer ook de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen.

Wat verstaat men onder de activiteit van 'droogkuiser-verver'?

Hij of zij die gewoonlijk en zelfstandig voor rekening van derden:

  • kledingsstukken, huishoud- of bedrijfslinnen droogkuist of verft.
  • droogkuisinstallaties ter beschikking stelt, waar de klant zelf kledingsstukken, huishoud- of bedrijfslinnen kan droogkuisen of verven.

Welke kennis moet u bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid:

1. Warenkennis

  • Textielvezels:
    • algemene eigenschappen;
    • herkenning: vlamtest, gedragingen tegenover zuren, basen, kleurstoffen, oplosmiddelen;
    • herkomst en eigenschappen van de vezels;
    • natuurlijke, plantaardige, dierlijke, minerale;
    • kunstmatige;
    • synthetische.
  • Water:
    • voorkomen in de natuur;
    • meest voorkomende onzuiverheden : organische stoffen, calcium-, magnesium-, ijzer- en mangaanzouten;
    • waterhardheid : betekenis: Franse hardheidsgraad, Duitse hardheidsgraad; bepalen van de hardheid;
    • wateronthardingsmethoden.
  • Zepen en andere detergenten:
    • indeling van alkalische vetzure zepen;
    • synthetische detergenten (anionische, niet ionische, kationische);
    • samengestelde zepen: soorten en gebruik;
    • algemene eigenschappen van zepen en andere detergenten : oplosbaarheid, bevochtigingsvermogen, schuimvermogen, emulgeervermogen en detergerend vermogen;
    • eigenschappen en gebruik van carboxymethylcellulose.
  • Alkaliën:
    • eigenschappen en gebruik van wasalkaliën : natriumcarbonaat (watervrij en gekristalliseerd), trinatriumfosfaat, natriumpyrofosfaat, natriumtripolyfosfaat, natriumsilicaat.
  • Oxydatie- en reductiemiddelen: algemene eigenschappen, gebruik en voorzorgen bij het gebruik van :
    • oxydatiemiddelen: natriumperboraat, waterstofperoxyde, natriumhypochloriet;
    • antichloormiddelen: natriumbisulfiet, natriummetabisulfiet en natriumhyposulfiet.
  • Azuragemiddelen: soorten, eigenschappen en gebruik.
  • Appretprodukten; soorten, herkomst, eigenschappen en gebruik van stijfsel.

2. Bedrijfsuitrusting.

  • Wasmachines:
    • gebruikelijke normen van wasmachines;
    • indeling volgens de bouw;
    • onderhoud en werkwijzen.
  • Centrifuges:
    • basisprincipe van verwijdering van bevochtigingswater door middel van centrifugaalkracht;
    • werkwijze van centrifuges;
    • waterverwijdering door uitpersen met zuiger.
  • Drogers:
    • gebruik en werkwijze van de twee types drogers : statische en roterende.
  • Mangel:
    • gebruik en werkwijze van de mangel, het inbrengsysteem en de vouwtafel.
  • Persen en stoompoppen:
    • gebruik en werkwijze van de twee types persen : vlakke pers en romppers;
    • gebruik en werkwijze van stoompoppen.
  • Strijkijzers:
    • gebruik, onderhoud, soorten en werkwijze van strijkijzers.
  • Vouwmachines, stoomtunnel, luchtcompressor, bascules:
    • gebruik en werkwijze.
  • Stoomketels:
    • de verschillende gebruikte brandstoffen;
    • werkwijze;
    • onderhoud en toezicht.
  • Interne transportmiddelen:
    • gebruik, opberging en onderhoud van transportkettingen.
  • Meubilair:
    • gebruik en onderhoud van rekken en toebehoren.
  • Werkplaats:
    • werkruimte, ventilatie, verwarming en verlichting.
    • rationele schikking van de machines.
    • de verschillende afdelingen en hun inrichting.
  • Machines voor chemische reiniging:
    • gebruikelijke normen voor machines voor chemische reiniging;
    • hun indeling volgens vlotverhouding;
    • hun indeling volgens de gebruikte oplosmiddelen;
    • hun indeling volgens distillatie en evaporatie of filtrering;
    • de verschillende onderdelen : werkwijze en gebruik van de filters, distillators, waterafscheiders, centrifuges, drogers, ontgeurders en recuperators.
  • Ontvlekkingstafels: gebruik, soorten en werkwijze van ontvlekkingstafels met afzuiging.
  • Persen: gebruik en werkwijze van drie types persen:
    • vlakke pers;
    • stoompop;
    • stoombollen.

3. Technologie

  • Ontvangst van wasgoed: bij klanten, in de wasserij. Wegen van wasgoed.
  • Sorteren van wasgoed: volgens kleur van het weefsel en aard van de vezels.Merken van wasgoed.
  • Wassen en spoelen: techniek van de verschillende procédés gebruikt voor: witgoed, bontgoed, werkkleding, wollengoed, synthetische stoffen.
  • Bleken: gebruik van de oxydatiemiddelen. Eventueel gebruik van antichloor.Gebruik van natriumhypochloriet, waterstofperoxyde en natriumperboraat.
  • Stijven en versoepelen:
    • met de machine;
    • met de hand.
  • Centrifugeren: centrifugeren met de wasmachine en de centrifuge.
  • Sorteren na wassen: scheiden van wasgoed voor de droger en wasgoed voor het strijken.
  • Drogen: gebruik van roterende en statische drogers.
  • Mangelen: regelen van snelheid en druk;inbrengen, leiden en opvouwen van wasgoed.
  • Persen: aanbrengen van wasgoed op de perstafel, de romppers en de stoompop;
  • Strijken met de hand: gebruik van strijkijzers.
  • Samenbrengen van wasgoed: terug samenbrengen van wasgoed om het aan de klanten te bezorgen.
  • Ontvangst van de goederen:
    • bij klanten;
    • in het bedrijf.
  • Sorteren: sorteren van de goederen volgens kleur, type en kleurstof, aard van de vezels en toebehoren;sorteren van leren en suède-leren kledingstukken, regenjassen, breigoed.
  • Ontvlekken: de principes en de verschillende technieken gebruikt bij het ontvlekken:
    • vóór het reinigen;
    • na het reinigen.
  • Verschillende methodes van chemische reiniging :
    • vlotverhouding, machinebelading, reinigingstijd, temperatuur, centrifugeren, drogen, ontgeuren in elk van de volgende gevallen :één bad, twee baden, meer dan twee baden;
    • gebruik van reinigingsversterkers met en zonder toevoeging van water: principe en concentratie.
  • Appreteren: appreteren door opgieten, volbad en nebulisatie, voor volgende behandelingen :
    • greepverbetering;
    • waterafstotend maken;
    • onontvlambaar maken;
    • bacteriostatisch maken;
    • motecht maken.
  • Sorteren na reinigen: sorteren van de goederen volgens de behandelingen die zij later moeten ondergaan.
  • Strijken: de verschillende strijkmethodes volgens de machines :
    • stoompoppen van verschillende vorm;
    • stoompersen van verschillende vorm;
    • stoomtunnels;
    • stoombollen;
    • stoomstrijkijzers en afzuigtafels.
  • Bezorging van de goederen aan de klanten: sorteren, verpakken en terugbezorgen van de goederen aan de klanten.

4. Theorie

  • Vuil: bepaling en indeling van het vuil in vier groepen:
    • pigmentvuil;
    • vet;
    • in water oplosbaar vuil;
    • vlekken, pigmentvuil;
    • soorten;
    • hun aanhechting aan weefsels (mechanische hechting, in vet omhuld, electrostatische aantrekking, moleculaire aantrekking).
    • vet:
    • soorten (niet verzeepbaar vet, verzeepbaar vet);
    • hechting aan weefsels, bijzonder geval voor synthetische vezels, geoxydeerd vet.vlekken :
    • soorten;
    • hun hechting aan weefsels.micro-organismen :
    • vernietiging van bacteriën en myceliums (schimmels) door de gewone was en door oxydatiemiddelen;
    • vernietiging van spoorelementen door de warmte.
  • Aanhechting van vuil: verband tussen de vuilverwijdering en :
    • aard van de vezel;
    • oppervlaktetoestand van de vezel;
    • weefselstructuur;
    • soort appret. Betekenis van wateropslorpende en waterafstotende vezel, vetopslorpende en vetafstotende vezel.
  • Reinigen:
    • invloed van temperatuur op de vuilverwijdering;
    • invloed van de duur en de intensiteit van de mechanische beweging van wasmachines op de vuilverwijdering;
    • invloed van het soort oplosmiddel op vuilverwijdering;
    • bepaling van de keuze van het detergeermiddel volgens de aard van het vuil en de weefselsoort;
    • redepositie van vuil en middelen om ze te bestrijden;
    • aanvankelijke begrippen van oppervlaktespanning en interfaciale spanning, toepassing op zepen en andere detergenten, olie/water- en water/olie-emulsies;
    • begrippen van pH en de invloed ervan op de verwijdering van vuil en op de vezel zelf;
    • toepassing van bovengenoemde begrippen op de verwijdering van vet en pigmentvuil;
    • invloed van de relatieve vochtigheidsgraad op het reinigingseffect, de vormbestendigheid en de kreukvrijheid van de goederen;
    • invloed van reinigingsversterkers en hun effect volgens dosering;
    • invloed van filterpoeders :
    • kiezelgoer,
    • adsorberende stoffen : met silicaten, met actieve kool;
    • werking van oxydatiemiddelen en de optische azuragemiddelen op de witheid;
    • toepassing van de bovengenoemde begrippen op het verwijderen van vet en pigmentvuil.
  • Bleken:
    • betekenis van een oxydatie- en een reductiemiddel;
    • ontkleurende en desinfecterende werking van oxydatie- en reductiemiddelen;
    • werking van luchtzuurstof en van zuurstof uit oxydatiemiddelen op vuil, textielvezels en kleurstoffen.Verschil tussen de werking van luchtzuurstof (moleculaire toestand) en atomaire zuurstof uit oxydatiemiddelen;
    • invloed van temperatuur, contacttijd, concentratie (vlotverhouding) en pH op het resultaat van de blekende werking;
    • chloorretentie bij gebruik van natriumhypochloriet; werking en gebruik van antichloormiddelen : natriumbisulfiet, natriummetabisulfiet en natriumhyposulfiet.
  • Appreteren:
    • bepaling van de verschillende apprets;
    • aard en invloed op de textielvezels van verschillende apprets, zoals :
    • greepverbeterende produkten;
    • waterafstotendmakende produkten;
    • onontvlambaarmakende produkten;
    • bacteriostatische produkten;
    • motechtmakende produkten;
    • kreukverhinderende apprets en hun chloorretentie.
  • Strijken:
    • bepaling en algemeenheden van het strijken;
    • invloed van de temperatuur, de uitgeoefende druk op het weefsel en de contacttijd;
    • de geschikte strijktemperatuur voor elk soort vezel.

5. Bedrijfshygiëne en –veiligheid

  • Voorzorgen om het overbrengen van pathogene kiemen te voorkomen bij het sorteren van wasgoed.
  • Gebruik van ontsmettingsmiddelen.
  • Giftigheid van sommige bleek-, azurage- en appreteermiddelen.Gevoeligheid van de mens voor dergelijke produkten.
  • Voorzorgen om ongevallen te voorkomen bij het :
    • op gang brengen, regelen en onderhouden van de stoomketel;
    • gebruik van wasmachines, centrifuges, persen, mangels en strijkijzers.
  • Voorzorgen om:
    • verontreiniging van leidingwater te voorkomen;
    • verontreiniging van afvalwater te voorkomen;
  • Gevaren bij het gebruik van elektrische toestellen onder stroom.
  • Voorzorgen om ongevallen te voorkomen bij het behandelen van scheikundige produkten.
  • Eerste hulp bij ongevallen.

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Waar moet u de basiskennis bedrijfsbeheer en sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

Alleen een erkend ondernemingsloket is bevoegd en dat naar aanleiding van een aanvraag tot inschrijving als handels- of ambachtsonderneming in de KBO.

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 4 van het KB van 24/2/1978


UP