Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Brownfields - Oproepen tot het indienen van projecten

7e oproep inzake de indiening van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant. 

  1. Situering en definitie
  2. Ontvankelijk- en gegrondheidscriteria
  3. Oproepspecifieke criteria
  4. Hoe moet een aanvraag worden ingediend?
  5. Wat gebeurt er na de indiening van de aanvraag?
  6. Voor verdere vragen en inlichtingen
  7. Voorgaande oproepen

1. Situering en definitie

Zoals voorzien in het decreet betreffende de brownfieldconvenanten wordt er ook in 2017 een jaarlijkse oproep voorzien. De focus in deze zevende oproep ligt in een optimale aansluiting bij de krachtlijnen van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid voor wat betreft de traditionele brownfields. Aanvullend worden mogelijkheden geboden voor de (her)ontwikkeling van stortplaatsen.

Opdat een project in aanmerking komt voor het faciliterend kader dat via het brownfieldconvenant wordt geboden, wordt nagegaan of de aanvraag voldoet aan de ontvankelijk- en gegrondheidscriteria, zoals gepubliceerd in het BS dd. 04/05/2017. De ontvankelijkheidscriteria hebben betrekking op de huidige toestand van het projectgebied, de vorm en samenstelling van het aanvraagdossier. De gegrondheidscriteria hebben betrekking op de noodzaak van een gecoördineerd optreden tussen overheden en de meerwaarde die het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt aan de realisatie van het project.

De minister bevoegd voor economie kan specifiek voor een oproep bijkomende gegrondheidscriteria en voorwaarden stellen die aansluiten bij de beleidsvisie, een actuele problematiek,… 

2. Ontvankelijk- en gegrondheidscriteria

ONTVANKELIJKHEIDSCRITERIA

Opdat een ingediend project in aanmerking zou komen voor onderhandelingen aangaande een brownfieldconvenant, dient het aan elk van volgende ontvankelijkheidscriteria te voldoen;

  • het projectgebied voldoet aan de definitie van een brownfield zoals omschreven in artikel 2 en 3 van het decreet betreffende de brownfieldconvenanten;
  • het aanvraagdossier wordt in een in de oproep vermelde indieningsperiode ingediend;
  • het aanvraagformulier is volledig en correct ingevuld;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een financieel plan waarin de financiële haalbaarheid van het project wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een lijst met daarin de reeds uitgevoerde projecten gekoppeld aan de samenstelling en expertise van de betrokken projectteams;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een document/hoofdstuk in het aanvraagformulier waarin de kredietwaardigheid van de projectindiener(s) wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier – voor brownfieldprojecten waarbij (delen van) de projectgronden (potentieel) zijn verontreinigd - is vergezeld van de reeds beschikbare stukken aangaande deze (potentiële) verontreiniging (vb. oriënterend bodemonderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, …). De conclusies van deze onderzoeken volstaan;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een PowerPointpresentatie waarin de inhoud van het project wordt weergegeven;
  • het aanvraagformulier is minstens ondertekend door alle vermelde actoren die gezamenlijk beschikken over het eigendomsrecht of de overige zakelijke rechten (dus ook opstalrechten e.a.) die vereist zijn om toestemming te verlenen voor de handelingen en activiteiten in het kader van het brownfieldproject op meer dan 70 % van de oppervlakte van de projectgronden;
  • Voor de percelen waarvoor het akkoord om mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject ontbreekt, dient de indiener aan te tonen dat het brownfieldproject zonder deze percelen niet kan worden gerealiseerd;
  • voor alle percelen in het ganse projectgebied is een recent (minder dan 2 maand oud bij indiening van project) kadastraal plan en legger toegevoegd. Mogelijke gekende afwijkingen ten opzichte van deze recente documenten dienen reeds te worden aangegeven door middel van de eigendomstitels;
  • bij de aanvraag is het schriftelijk bewijs gevoegd dat de gemeente(n) - waarin de onroerende goederen gelegen zijn - kennis heeft/hebben genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst/wensen mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject.

GEGRONDHEIDSCRITERIA

De inhoud van het aanvraagdossier en de bijlagen zullen geëvalueerd worden op basis van  de hieronder vermelde gegrondheidscriteria:

  • Het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt een aanmerkelijke faciliterende meerwaarde ten einde het brownfieldproject gerealiseerd te krijgen;
  • De aanvrager dient aan te tonen dat een gecoördineerd optreden tussen en van verschillende overheden noodzakelijk is;
  • Het project voldoet aan de bijkomende oproepspecifieke criteria en randvoorwaarden.

3. Oproepspecifieke criteria

Deze 7e oproep zoekt aansluiting bij de krachtlijnen van het ruimtelijk-en mobiliteitsbeleid enerzijds en wil naast de traditionele brownfields ook mogelijkheden bieden voor de (her)ontwikkeling van stortplaatsen anderzijds. 

Daarenboven is het de wens om projecten op een laagdrempelige manier een stimulans te geven om extra inspanningen te leveren op vlak van duurzaamheid. Concreet vertaalt dit zich in:

Randvoorwaarden m.b.t. de aard en de ligging van het project

Met betrekking tot de aard van het project wordt de afweging gemaakt of:

  • de herontwikkeling maximaal inzet op de creatie van bedrijfshuisvestingsmogelijkheden.
  • het brownfieldproject voldoende bijdraagt aan de verhoging van het ruimtelijk rendement. Een verhoging van het ruimtelijk rendement kan op verschillende manieren gebeuren: een intensiever ruimtegebruik, het flexibel inzetten van gebouwen door de tijd, multifunctioneel ruimtegebruik…De precieze locatie van het project zal medebepalend zijn voor de manier waarop een hoger ruimtelijk rendement kan bewerkstelligd worden. Maar ook de inschatting van de ruimtebehoeften voor economische activiteiten en voor alternatieve invullingen zal hiervoor medebepalend zijn. 
  • het mobiliteitsprofiel van de invulling van een site in overeenstemming is met het bereikbaarheidsprofiel van de locatie van het project, de verkeersleefbaarheid,  enz. Bij een logistieke invulling van een site zal aandacht moeten besteed worden aan de multimodaliteit.
  • de gebouwen in de toekomst kunnen inspelen op een sociaal, economisch en fysiek veranderende omgeving. Dit vereist aandacht voor aanpasbare, flexibele en/of moduleerbare gebouwen.
  • het brownfieldproject voldoende aandacht besteedt aan de verschillende, voor het specifieke project relevante duurzaamheidsaspecten (zie verder).
  • het brownfieldproject betrekking heeft op een duurzame benutting met een passende invulling van (voormalige) stortplaatsen (zie verder).

Met betrekking tot de ligging van het brownfieldproject wordt volgende afweging gemaakt:

  • voor sites en terreinen die voldoen aan de krachtlijnen met betrekking tot bereikbaarheid en de aanwezigheid van voldoende voorzieningen, zoals uitgezet in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, is een project met gemengde invulling (vnl. kmo, retail en wonen) aanvaardbaar. Tevens wordt hierbij gestreefd naar een hoog en kwaliteitsvol ruimtelijk rendement, o.a. door  aangepast bouwen met het oog op multifunctionaliteit en flexibel inzetten van gebouwen doorheen de tijd,  als een belangrijk element van duurzaam handelen.
  • Voor sites of terreinen ofwel gelegen in de nabijheid van collectieve vervoersknooppunten ofwel rond concentraties van voorzieningen, wordt een brownfieldproject verwacht dat vooral inzet op bedrijfshuisvestingsmogelijkheden voor verweefbare of semi-verweefbare economische activiteiten. 
  • Voor sites of terreinen die goed ontsloten zijn naar het TEN-T of als goed bereikbaar kunnen worden beschouwd, zoals gelegen op beperkte afstand van het vrachtroutenetwerk of langsheen waterwegen, wordt een brownfieldproject verwacht dat inzet op functionele 
  • bedrijfsruimten (voor niet-verweefbare economische activiteiten). Bij voorkeur wordt dan ingezet op het bundelen van logistieke en industriële activiteiten en op combimobiliteit, en wordt ertoe bijgedragen dat de binnenvaart en het spoorvervoer volop hun rol als duurzaam vervoermiddel kunnen spelen.
  • Voor de sites en terreinen gelegen op slecht bereikbare locaties kan een herbestemming naar een open ruimte of andere aanvaardbare bestemming overwogen worden indien dit gemotiveerd kan worden vanuit het bovenlokaal aanbodbeheer van bedrijventerreinen.

Criterium m.b.t. duurzaamheid

De indiener wordt gevraagd het ambitieniveau op te geven voor de voor het project relevante duurzaamheidsaspecten en kiest hiertoe zelf een bepaald meetinstrument (‘duurzaamheidsmeter’). Er worden geen minimale vereisten of verplichte tools vooropgesteld. Indien echter tijdens de beoordeling blijkt dat dit opportuun geacht wordt, kan op maat van het specifieke project een optimalisatietraject uitgezet worden. Na het indienen van het project kunnen één of meerdere acties gekozen worden om tot een hoger ambitieniveau inzake duurzaamheid te komen. Dit proces wordt desgevallend voortgezet in het onderhandelingstraject en in de uitvoering van het Convenant met rapportage aan de Stuurgroep. Enkele tools die in dit kader kunnen gebruikt worden:

  • BREEAM
  • De quickscan die is voortgekomen uit de duurzaamheidsmeter voor economische sites die in opdracht van Agentschap Innoveren en Ondernemen werd ontwikkeld. Hierin worden zes relevante thema’s aangegeven, voor elk thema worden enkele concrete acties opgegeven die als inspratie kunnen dienen.
  • Materialenscan en meer specifiek de MMG-tool voor de bepaling van de materiaalprestaties van gebouwelementen
  • Voor stortplaatsen: Flaminco

Specifiek criterium met betrekking tot herontwikkeling en duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen (enkel indien de aanvraag een stortplaats betreft) 

  • Indien het projectvoorstel een stortplaats omvat, dient de herontwikkeling betrekking te hebben op de totaliteit van de stortplaats die minstens 75% van het projectgebied omvat. Hiervan kan afgeweken worden indien aangetoond wordt dat de herontwikkeling ook een positieve impact heeft op het resterende stortareaal dat niet in het convenant gevat is.
  • Een Brownfieldproject in het kader van Herontwikkeling en Duurzaam Voorraadbeheer van Stortplaatsen moet aandacht hebben voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie:
    • het duurzaam voorraadbeheer van de afvalstoffen in de stortplaatsen;
    • het hoogwaardig valoriseren van deze stoffen als materialen en/of energie;
    • het treffen van de nodige beschermingsmaatregelen en het uitvoeren van de bodemsanering overeenkomstig de geplande functie;
    • een maximaal inschakeling bij structurele samenwerkingsverbanden (kennisuitwisseling).

4. Hoe moet een aanvraag worden ingediend?

4.1 Indiening aanvraagdossier

Voor de 7e oproep kunnen dossiers worden ingediend van 4 september tot en met 3 november 2017, uiterlijk om 16 uur.

4.2 Ondertekening aanvraagdossier

Een aanvraagdossier moet door alle betrokken actoren worden ingesteld en ondertekend.

Bij een brownfieldproject kunnen de volgende personen en instanties een actorrol vervullen:

  • alle betrokken projectontwikkelaars;
  • alle natuurlijke personen of private, publieke of publiek-private rechtspersoon die op grond van een eigendomsrecht of overige zakelijke rechten toestemming moeten verlenen voor handelingen of activiteiten in het kader van het brownfieldproject;
  • alle natuurlijke personen of private, publieke of publiek-private rechtspersoon die in het kader van een private of publiek-private samenwerking financiële of andere middelen in het project inbrengen.

Eén van de actoren moet optreden als aanspreekpunt voor de overheid in het kader van het verdere verloop van het dossier. In de aanvraag wordt deze actor als penvoerende actor aangeduid.

Maken één of meerdere van de projectgronden van de aanvraag het voorwerp uit van een definitief vastgesteld onteigeningsplan, dan zal de onteigenende overheid, en niet de onteigende, dienen op te treden als actor bij het betreffende brownfieldproject.

4.3 Samenstelling aanvraagdossier

Het indienen van een aanvraag dient verplicht te gebeuren middels het aanvraagformulier. Alle onderdelen van het aanvraagformulier dienen zorgvuldig te worden ingevuld en waar gevraagd gedocumenteerd.

Het aanvraagformulier wordt aangevuld met bijlagen. Volgende bijlagen zijn verplicht:

  • Een PowerPointpresentatie waarin de inhoud van het project wordt weergegeven;
  • Een kadastraal plan met afbakening van het projectgebied + een opsomming (tabelvorm) van alle (delen van) percelen die in het projectgebied gelegen zijn, met aanduiding van de actuele eigenaar en de in het projectgebied opgenomen oppervlakte. Ter staving van de eigendomstitels dient per perceel een recent (minder dan 2 maand oud bij indiening van project) kadastraal plan en legger te worden toegevoegd. Mogelijke gekende afwijkingen ten opzichte van deze recente documenten dienen reeds te worden aangegeven. Deze informatie wordt gebruikt ter toetsing van de 70%-regel (artikel 8 §1 decreet brownfieldconvenanten).
  • Een financieel plan waarin de projectstructuur duidelijk is uitgetekend en waarop de haalbaarheid van het project kan worden beoordeeld. Het financieel plan moet ook inzicht geven in de financieringstrategie (financieringstechniek, inbreng eigen middelen versus externe middelen, …) voor het project. Hiervoor kan het sjabloon ‘financieel plan’ worden gebruikt.
  • Een schriftelijke bevestiging van de gemeente(n) op wiens grondgebied de onroerende goederen gelegen zijn dat zij kennis heeft/hebben genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst/wensen mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject.
  • Voor brownfieldprojecten waarbij (delen van) de projectgronden (potentieel) zijn verontreinigd: de reeds beschikbare stukken aangaande deze (potentiële) verontreiniging (vb. oriënterend bodemonderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, …). De conclusies van deze onderzoeken volstaan; 
  • Bij de aanvraag wordt aangegeven welke duurzaamheidstool geselecteerd wordt op basis waarvan een optimalisatietraject kan worden uitgezet op maat van het project indien dit tijdens de beoordeling van het project opportuun geacht wordt. Enkele tools die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn

4.4 Voorstelling van het project

Het aanvraagdossier bevat een PowerPointpresentatie van het project. Deze presentatie omvat maximaal 10 slides met de volgende inhoud:

  • naam van het project (gemeente + sitenaam);
  • korte voorstelling van de projectindiener en het projectteam;
  • voorstelling van de projectpartners;
  • ligging van het project t.o.v. het Gewestplan, RUP, BPA;
  • korte voorstelling van het project zelf, eventueel aangevuld met plannen of 3D-schetsen en grafische weergave huidige eigendomssituatie;
  • financieel plan;
  • projectplanning met milestones;
  • mogelijke bedreigingen en risico’s die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van het project;
  • vragen en wensen van de projectindiener.

De indieners worden gevraagd het project toe te lichten aan een ambtelijke werkgroep:

  • Voor de aanvragen tot en met 3 november 2017 ingediend is er een toelichting voorzien in november 2017 (datum nog te bepalen).

Voor volledig verklaarde dossiers zal de penvoerende actor een uitnodiging ontvangen met vermelding van datum, uur, locatie.

4.5 Documenten

Aanvraagformulier
Financieel Plan
PPT-presentatie

5. Wat gebeurt er na de indiening van de aanvraag?

5.1 Volledigheidsonderzoek

Bij ontvangst van een aanvraagdossier zal het Agentschap Innoveren en Ondernemen een uniek registratienummer toekennen aan het dossier. Dit registratienummer kan worden gebruikt voor de aanvraag van vrijstelling van registratierechten.

Vervolgens wordt nagegaan of de aanvraag volledig is en beantwoordt aan de vormvereisten. Als de aanvraag onvolledig is of niet beantwoordt aan de vormvereisten, brengt het Agentschap Innoveren en Ondernemen de indiener van de aanvraag daarvan op de hoogte.

De indiener wordt in staat gesteld om het initiële aanvraagdossier aan te vullen, te wijzigen en/of te herformuleren binnen een termijn van 10 werkdagen na de datum van verzending van de brief door het Agentschap Innoveren & Ondernemen waarin vermeld wordt dat de vraag onvolledig is of niet beantwoordt aan de vormvereisten.

De voorlopige afbakening van het projectgebied wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan alle eigenaars en houders van andere zakelijke rechten op projectgronden binnen het projectgebied die niet optreden als actor in het aanvraagdossier. Alle belanghebbenden kunnen tegen de voorlopige afbakening van het projectgebied bezwaar indienen bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of indien kennisgeving vereist is binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving.

5.2 Ontvankelijkheids- en gegrondheidsonderzoek

De indieners zullen worden uitgenodigd om hun project voor te stellen aan de ambtelijke werkgroep.

De Vlaams minister bevoegd voor Economie beslist over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de aanvragen, na advies door de Brownfieldcel. Bij de beoordeling van de dossiers kan de Vlaams minister bevoegd voor Economie, waar nodig, de aanvragen geheel of gedeeltelijk laten screenen door derden en extern advies in te winnen. Door een aanvraag in te dienen geeft de indiener toestemming om het volledige dossier te laten inkijken door derden, welke wel uitdrukkelijk gebonden zijn tot verdere geheimhouding. Bij onduidelijkheden in het dossier kan het Agentschap Innoveren en Ondernemen steeds bijkomende informatie opvragen.

Na beoordeling van eventuele ingediende bezwaren beslist de minister over de ontvankelijkheid en gegrondheid.

5.3 Onderhandelingen

De penvoerende actor wordt op de hoogte gesteld van de beslissing van de minister over de ontvankelijkheid en gegrondheid van het dossier. Indien een aanvraag ontvankelijk en gegrond is, zal een door de Vlaamse Regering aangestelde onderhandelaar de onderhandelingen opstarten.

5.4 Informatie- en inspraakvergaderingen

Leiden de onderhandelingen tot de totstandkoming van een ontwerpconvenant, dan organiseert de Vlaamse overheid ten minste één informatie- en inspraakvergadering over het ontwerpconvenant in de betrokken regio.

Komen de betrokkenen niet tot een ontwerptekst van convenant tijdens de onderhandelingsfase, dan kunnen de onderhandelingen worden stopgezet.

5.5 Ondertekening brownfieldconvenant

Een definitief gesloten Brownfieldconvenant moet te allen tijde raadpleegbaar zijn op het gemeentehuis van de gemeente(n) waarbinnen het betrokken brownfieldproject wordt georganiseerd.

6. Voor verdere vragen en inlichtingen

Agentschap Innoveren & Ondernemen
Secretariaat Brownfieldconvenanten
Ellipsgebouw
Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel

Tel.: 02 553 08 32

E-mail: brownfield.convenant@vlaio.be

7. Voorgaande oproepen

  • 6e oproep inzake het indienen van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 3.04.2015)
  • 5e oproep inzake het indienen van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 4.06.2014)
  • 4e oproep inzake het indienen van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 18.04.2013)
  • 3e oproep tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 15.03.2012)
  • 2e oproep inzake het indienen van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 12.03.2010)
  • 1e oproep inzake het indienen van een aanvraag tot onderhandelingen omtrent de totstandkoming van een brownfieldconvenant (BS 06.08.2007)

UP