Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Bazel II-akkoord

Doelstelling

Doelstelling van het Bazel II-akkoord (januari 2007) is de stabiliteit van de financiële sector te waarborgen. Als gevolg hiervan werden de banken verplicht om hun lening-politiek te herzien.

Het akkoord bepaalt hoeveel vermogen banken zelf moeten aanhouden in relatie tot de door hen verstrekte leningen. Daarnaast bepaalt het akkoord dat dit vermogen een afspiegeling moet zijn van de feitelijke kredietrisico’s die zijn verbonden aan de ondernemingen waaraan de banken kredieten verstrekken. Het aanhouden van kapitaal is een dure aangelegenheid voor een bank en beïnvloedt wezenlijk het rendement op het eigen vermogen van de bank.

Banken moeten meer of minder kapitaal zelf aanhouden, afhankelijk van de kredietrisico's

Onder Bazel I diende de bank 8% van het ontleend geld aan te houden als eigen vermogen. Die zogenaamde Cooke-ratio was identiek voor zowel goede als minder solvabele klanten. Met Bazel II dient de bank meer of minder kapitaal te reserveren, afhankelijk van de kans op betalingsmoeilijkheden bij de klant. Onder invloed van deze nieuwe regelgeving zullen banken bij iedere afzonderlijke kredietovereenkomst dus een precieze inschatting moeten maken van de kredietrisico’s. Ze zullen met behulp van een ratingsysteem nauwkeurig nagaan of de kredietnemer wel in staat is om zijn of haar krediet in de toekomst terug te betalen.

Hierdoor zal voor een krediet met een “hoger risico” meer kapitaal moeten worden gereserveerd (waardoor de kostprijs voor de bank stijgt), terwijl kredieten met een lager risico minder kosten zullen veroorzaken. Deze werkwijze zal dan ook een invloed hebben op de krediet-beslissingen, zowel bij de beslissing tot het al dan niet verlenen van een krediet alsook bij de vaststelling van de prijs voor de klant. Naarmate een onderneming een gunstiger risicoprofiel heeft, zal de credit rating verbeteren en kunnen de kredietvoorwaarden van de bank gunstiger zijn.

Gevolgen voor de kmo

  • zelfs bij de kleinste kredietaanvragen zullen ondernemingen steeds meer met risiciobeoordelingen (ratings) van banken te maken krijgen;
  • de kredietprijzen en –voorwaarden binnen eenzelfde bank zullen sterker van elkaar gaan verschillen naargelang de klant;
  • naarmate de rating voor een bedrijf verslechtert (het toekennen van een rating is een regelmatig proces) zal de bank haar bestaande kredietdossier doorschuiven naar hogere niveaus binnen de bank.

UP