Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Aan welke voorwaarden?

Voortraject

Het moet gaan om een knelpuntterrein, brownfield of een verouderd bedrijventerrein. Voor deze laatste ook als ze gelegen zijn binnen een afgebakend havengebied.

De probleemsituatie van het terrein moet dermate gecompliceerd zijn dat het de herontwikkeling van het terrein verhindert.
De complexiteit moet bestaan uit het samen optreden van verschillende problemen die de herontwikkeling bemoeilijken of uit het optreden van één enkel knelpunt dat zonder precedent en met een éénmalig karakter is waarvoor naar een oplossing moet gezocht worden.
 

Infrastructuur

  • Alle gesubsidieerde investeringen moeten samen met de bijhorende zate gratis afgestaan worden aan het openbaar domein.
  • De wet op de overheidsopdrachten en haar uitvoeringsbesluiten moeten nageleefd worden ook door de private ontwikkelaars.
  • Het bestek, de plannen en de raming moeten opgesteld worden door een gekwalificeerd ontwerper
  • Alle wijzigingen aan het ingediende project moeten meegedeeld worden aan het Agentschap Innoveren & Ondernemen
  • De subsidie is cumuleerbaar met andere subsidies tot maximaal 85% van de aanvaarde werken en kosten.
  • Het standaardbestek 250 moet nageleefd worden. Het is te verkrijgen op de website van het Agentschap Wegen en Verkeer.
  • Inrichtings- uitgifte- en beheerplan

Het inrichtings-, uitgifte- en beheerplan vormt één geheel waarin de visie rond deze aspecten van een bedrijventerreinontwikkeling wordt uiteengezet. Dit plan is op zich geen apart juridisch document waarvoor een procedure moet doorlopen worden maar is wel gebaseerd op andere juridische plannen zoals een BPA of een RUP waarin reeds de inrichtingsprincipes, de economische activiteiten en soms ook de beheerprincipes vastgelegd werden.

Deze basisgegevens dienen verder aangevuld om te voldoen aan het subsidiebesluit.

Wordt er ontwikkeld op basis van het gewestplan dan moet er nog een volledig plan uitgewerkt worden waarin de inrichting, de uitgifte en het beheer van het terrein vastgelegd worden. Vooral de inrichting wordt dan best op voorhand afgetoetst met de diensten van de ruimtelijke ordening.

Het inrichtingsplan bevat minstens:

  • een beschrijving van de bestaande toestand, de algemene inrichtingsprincipes met de interne en externe ontsluitings- en nutsinfrastructuur van het terrein in relatie tot het omgevende plangebied, de stedenbouwkundige en de economische aspecten, de ecologische en algemene veiligheids- maatregelen, maatregelen voor een intensief ruimtegebruik zowel op de private als de openbare eigendommen, CO2-neutraliteit, de landschappelijke inkleding, archeologisch (voor)onderzoek en de beeldkwaliteit.
  • CO2-neutraliteit: bevat de maatregelen die de ontwikkelaar neemt om de CO2-neutraliteit van het terrein te garanderen.
  • Landschappelijke inplanting: bevat in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein onder meer de inpassing van het bedrijventerrein in zijn landschappelijke omgeving zowel op het gebied van het stratenpatroon als de afwatering, de groenaanplanting, de buffering als de integratie van bestaande landschaps- of historische elementen. Zo mogelijk wordt ook de nieuwe architectuur erin geïntegreerd.
  • Ecologie: bevat in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein onder meer de duurzame maatregelen met betrekking tot het gebruik van materialen, de inpassing in een ecologisch netwerk, integraal waterbeheer, bedrijfsprocessen, mobiliteit.
  • Veiligheid: bevat in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein onder meer de maatregelen inzake een optimale toegang voor de veiligheidsdiensten, de vestiging van Sevesobedrijven, de brandveilige aanleg, de verkeersveiligheid, de preventie criminele activiteiten, de preventie van sluikstorten. Het wordt voor advies voorgelegd aan de brandweer.
  • Beeldkwaliteit: bevat in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein een samenhangend geheel van architectonische en stedenbouwkundige maatregelen met weerslag op de private en de openbare kavels van het bedrijventerrein.
  • Het herinrichtingsplan: geldt alleen voor de verouderde bedrijventerreinen die nog (gedeeltelijk) in functie zijn. Het herinrichtingsplan bevat dezelfde elementen als het inrichtingsplan maar dan in functie van de mogelijkheden van het terrein. Voor brownfields waar het terrein volledig heraangelegd wordt, dient een inrichtingsplan opgesteld te worden.


Het uitgifteplan bevat minstens:

  • de bezwarende maatregelen met betrekking tot de kavels met het oog op een rationeel en zuinig ruimtegebruik naargelang van de activiteiten van de bedrijven en met aandacht voor de inplanting van de gebouwen;
  • de evaluatiecriteria van de kandidaat-investeerders;
  • de evaluatiecriteria met betrekking tot de toelating van Sevesobedrijven en andere problematische ruimtevragers;
  • een bouwverplichting binnen een termijn van maximaal vier jaar, te rekenen vanaf het verlijden van de akte van terbeschikkingstelling;
  • een exploitatieverplichting binnen een termijn van maximaal vijf jaar, te rekenen vanaf het verlijden van de akte van terbeschikkingstelling;
  • de modaliteiten die het toezicht en het beheer verzekeren;
  • de stedenbouwkundige verplichtingen;
  • de aspecten van het (her)inrichtingsplan met weerslag op de uitgifte van de kavels.
  • de bezwarende maatregelen met betrekking tot de kavels met het oog op de CO2-neutraliteit van het terrein.


Het beheerplan bevat minstens:

  • de maatregelen tot een duurzaam onderhoud van zowel het openbaar als het privé-domein;
  • de aspecten van het (her)inrichtingsplan met weerslag op het beheer.


De contracten waarbij de uitgeruste gronden ter beschikking gesteld worden van de bedrijven moeten alle verplichtingen bevatten die voortvloeien uit het inrichtings-, uitgifte- en beheerplan zodat de naleving ervan kan afgedwongen worden.

  • CO2-neutraliteit

Elk bedrijf dat zich op een bedrijventerrein vestigt waarvoor subsidies werden toegekend, dient CO2-neutraal te zijn voor wat het elektriciteitsverbruik betreft. Deze verplichting kan nageleefd worden door:

  • het verbruik van groene stroom
  • de compensatie van de CO2-emissies tengevolge van het elektriciteitsverbruik door de aankoop van emissiekredieten
  • de combinatie van de voormelde mogelijkheden.

De ontwikkelaar moet de CO2-neutraliteit garanderen door een deelplan CO2 - neutraliteit op te stellen dat de maatregelen bevat die zullen genomen worden om de naleving ervan bij de betrokken bedrijven te controleren en af te dwingen.

Het Agentschap Innoveren & Ondernemen heeft ook een formulier opgesteld dat de ontwikkelaar moet gebruiken om over de controle van de CO2-neutraliteit te rapporteren aan het Agentschap. Dit formulier moet niet opgestuurd worden naar het Agentschap, maar moet ter beschikking worden gehouden voor een eventuele controle.  Het formulier vindt u hier.

  • Specifieke voorwaarden

Specifieke voorwaarden zijn mogelijk in de volgende gevallen:

  • aanvaarding van andere werken dan deze op de lijst van subsidiabele investeringen
  • toekenning van een verhoogd subsidiepercentage
  • erkenning van het strategisch karakter van een terrein
  • toekenning van steun aan een terrein dat op basis van de grondexploitatie geen normaal rendement realiseert.

Deze voorwaarden kaderen in de beleidsvisies rond bedrijventerreinen.

Voor de erkenning als strategisch bedrijventerrein geldt steeds de specifieke voorwaarde dat er een beheercomité moet opgericht worden waarin een vertegenwoordiger van het Agentschap Innoveren & Ondernemen met een vetorecht, waarover gerapporteerd wordt aan de minister, opgenomen wordt.

Voor dit beheercomité gelden de volgende voorwaarden:

  • minstens 1 stemgerechtigde vertegenwoordiger van elke betrokken partij moet erin opgenomen worden
  • 1 stemgerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente indien geen betrokken partij
  • de stemgerechtigde leden kunnen andere leden opnemen met raadgevende stem
  • de stemgerechtigde leden duiden onderling een voorzitter en ondervoorzitter aan die niet tot dezelfde partij kunnen behoren
  • het beheercomité stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens het volgende regelt:
    • het doel van het beheercomité: waarborgen dat het uitgifte- en beheerplan effectief nageleefd worden
    • de betrokkenheid van de bedrijven op het terrein regelen
    • de wijze van vergaderen en stemmen vastleggen

Beheer

Om in aanmerking te komen voor een beheersubsidie dienen de volgende taken uitgevoerd te worden:

  • toezicht op de bouw- en exploitatieverplichtingen;
  • toezicht op de verplichtingen en voorwaarden van het terreinbeheer- en uitgifteplan die opgenomen zijn in de akten van terbeschikkingstelling;
  • de organisatie van de uitoefening van terugkooprecht of het recht van wederovername;
  • het afdwingen van de CO2-neutraliteit;
  • rapportering over de uitgifte van gebruikskavels in een GIS-systeem dat een koppeling toelaat met het GIS-bedrijventerreinen van het Agentschap Innoveren & Ondernemen;
  • een ombudsfunctie voor de bedrijven met betrekking tot:
    • de taken vermeld onder 1 t/m 5;
    • de staat van het openbaar domein;
    • in voorkomend geval het gemeenschappelijk domein in mede-eigendom van de bedrijven.

UP